Compare commits

..

10 commits

Author SHA1 Message Date
Shautvast
3cd9d2680c goldplating 2024-09-04 21:35:53 +02:00
Shautvast
fb7f6c9e66 zwijgend != zwijgzaam 2024-09-04 21:32:07 +02:00
Shautvast
1c5eaef8ad h11 2024-09-04 21:28:58 +02:00
Shautvast
f54a1342fb breaks 2024-09-01 21:25:39 +02:00
Shautvast
bbdf70ba64 11-1 2024-09-01 21:19:18 +02:00
shautvast
6226d89b5f create/update 'boek1_hoofdstuk10_deel1.md' file 2024-08-27 23:21:07 +02:00
shautvast
736e54f0d2 create/update 'boek1_hoofdstuk10_deel1.md' file 2024-08-27 23:19:43 +02:00
shautvast
b9998f8f74 create/update 'boek1_hoofdstuk10_deel1.md' file 2024-08-27 23:17:29 +02:00
Shautvast
3492f38f4d h10 2024-08-27 22:42:13 +02:00
Sander Hautvast
e84ac95af1 H9 2022-10-17 13:33:49 +02:00
10 changed files with 685 additions and 9 deletions

View file

@ -0,0 +1,85 @@
II
Voor Plunkett kwam met dit schijtweer de wanhoop,<br/>
van de doorzeurende stormen van juli,<br/>
totdat de boerderij langzaam tot stilstand kwam. Dit jaar<br/>
was de regen een onverroerbaar woud, de vertakte lucht<br/>
groeide omlaag als mangrove, of immense banyanbomen.<br/>
De lampen wiebelden zachtjes van het dak van de stal,<br/>
met plakkende snoeren vol vliegen, totdat hij zoals allemaal<br/>
de buien beloerde, hij haatte de stilte die ieder voor zich<br/>
over de arbeiders hing, als hun werk weer klaar was.<br/>
Hij begreep dat ze hem nooit anders zouden bekijken<br/>
dan als hun baas. Zíjn dak hing boven hun hoofden<br/>
terwijl ze mismoedig de regen bekeken<br/>
die de opgehoopte grond in de tuinbedden van Maud verspoelde,<br/>
hun ogen glazig en mistig van één of andere vergeten pijn<br/>
van de witte puinhopen van lelies, de druipende planken<br/>
van touwdraaiend water dat blies van de lekkende stal,<br/>
terwijl Maud binnen borduurde op haar tapijt met vogels<br/>
in het lamplichte huis dat elke gestrekte windvlaag<br/>
verder van hem afblies. Hij zag haar achter het raam<br/>
en voelde dat ze wegdreef, precies als de geest <br/>
van het verdronken galjoen. Hij stiefelde naar huis.<br/>
Hij bleef in het huis. De rode kat stond met zijn poten<br/>
tegen het garenspinnende raam. Varkens naar de slachter<br/>
als infanterie die is afgemat van schoppen en sloten.<br/>
en lelies, gek van de regen, kozen de dood in het water<br/>
als zwangere maagden in Victoriaanse romans.<br/>
Maud redde er enkele. In hoed en gele regenjas,<br/>
boog ze over hun bedden als de miezer wat zakte;<br/>
maar dan werden de bedden weer donker, de miezer trok aan<br/>
en werd een nog zwaardere stortbui dan eerst.<br/>
Bomen en elektriciteitspalen vielen. Licht ging aan in het huis.<br/>
Een winter belegerde hen met slappe kranten en thee.<br/>
Voorbij de orchideeën bekeek ze de grijze sluiers van buien<br/>
achter het grauwe gazon, aflopend richting de grauwe zee.<br/>
Onder de traanvormige lamp van kristal afkomstig uit Ierland,<br/>
brommend dan stil en weer brommend. Ze schikte de bloemen<br/>
die ze gered had in vazen met haar nerfaderige handen.<br/>
Seychellen. Zeeschelpen. Hij bezag haar en dronk met slurpende slokken<br/>
waar ze gek van werd, zijn thee. Hij was razend<br/>
als de moesson, als ze een dom riedeltje op de piano begon<br/>
bijvoorbeeld "Bendemeer's stream", elk akkoord overgroeide het huis<br/>
met giftig jeukend onkruid. Hij propte zijn pijp vol,<br/>
zette er er zijn tanden in, en in een vlaag van rauwe razernij<br/>
stortte zich op de ongesluierde piano en ramde de klep dicht,<br/>
miste haar vingers. Maud wachtte. Ze sloot de bladzij<br/>
van _Airs from Erin_ en, heel voorzichtig, legde hem uit het zicht<br/>
onder het fluweel van de kruk van de piano,<br/>
streek langs hem heen met haar sluier, en beklom de langzame trap,<br/>
wreef aan haar vingers. Geen zot zo gek als een ouwe,<br/>
brieste de majoor. Tranen stroomden langs het raam,<br/>
maar niet in zijn oog. Wanneer? Het was de oude wond in zijn hoofd.<br/>
Onzin. Makkelijke smoes. De oorlog haalde hij er nooit bij.<br/>
Het was als de zonde in het paradijs. Toen hoorde de majoor<br/>
iemand zachtjes kloppen. De stem zei: "Majoor?<br/>
Majoor, wij gaan," en ging. De rode kater ontwaakte<br/>
op de donkere sofa. Hij pakte hem voorzichtig,<br/>
zette hem bij het raam om deze wereld te bekijken<br/>
zoals hij het zelf niet meer deed. Met volgelopen hart<br/>
ging hij naar boven, stil door de deur. Ze sliep. Maar toch nooit<br/>
met de armen over haar ogen. Door verdriet overvallen<br/>
zat hij op het bed, en toen huilden ze samen,<br/>
de vergevende regen van wie echt lief heeft gehad.<br/>
Het voelde zo lang als het hele seizoen, en toen werd het droog.<br/>

129
boek1_hoofdstuk10_deel2.md Normal file
View file

@ -0,0 +1,129 @@
II<br/>
Zodra de regen voorbij was, namen ze de olijfgroene Rover<br/>
en reden over het glimmende eiland, over heuvels met rode vegen<br/>
frisse immortelles en oude dingen om te ontdekken;<br/>
de diepgroene bergen verborgen Afrikaans ogende dorpen<br/>
die door de eeuwen hun hutjes met blik hadden bedekt,<br/>
en een stenen kerk opgericht, totdat in fases<br/>
de hutjes de randen waren afgekropen en stadjes werden.<br/>
Dit was hoe Historie het zag. Hij bestudeerde de weg<br/>
die zij bood. de straten met gaten, heldere stroompjes,<br/>
die samenvloeiden in bruine lagunes, waar gevallen<br/>
van bilharzia uit zouden breken bij kinderen wier darmen<br/>
door de haakworm bevolkt werden. Mooie gevaarlijke kreekjes.<br/>
Hun verleden was plat als een postkaart, en hun toekomst,<br/>
een mooiere plattere postkaart, drukte de schema's <br/>
van reisjes met gegarandeerd uitzicht op armoe.<br/>
In de rafelige borstels van de voorbije storm voelde hij zijn<br/>
eigen gevlekte kop met plukken dunner wordend haar,<br/>
maar zonlicht brak door de mistige afgronden<br/>
met een dubbele regenboog als kroon op La Sorcière,<br/>
de priesteres als berg met een hoofddoek van madras<br/>
en flitsende brilleglazen. Ze noemden haar Ma Kilman<br/>
want het dorp werd verduisterd door hun geloof<br/>
in haar als bewaakster, sybille, obeah-vrouw<br/>
spin in het web van kennis van het hiernamaals<br/>
in haar gebarsten bril. Ze ging ter communie<br/>
soms samen met Maud, maar er was een oude Afrikaanse <br/>
twijfel die weifelde voordat ze het witte wafelblad nam.<br/>
De Rover jengelde over de Morne totdat ze beneden<br/>
een stuk zonbeschenen asfalt zagen, het gapende gat<br/>
van de vallei die Cul-de-Sac heette en de wazig blauwe<br/>
gekartelde toppen. Een lucht, volgeladen als een spons,<br/>
depte dan droogde de vechtende druppels van vocht<br/>
op de gevelde bananen die naar stront stonken<br/>
in de nieuwe modder; maar de irrigatie kanalen waren<br/>
kreken van licht en de ovale plassen kleine<br/>
door de banden uit elkaar gespatte spiegels van blauwende wolken,<br/>
die haast onmiddellijk herstelden in hun weerkaatsende glas,<br/>
totdat de groene verwoesting van de storm er niet meer toe deed,<br/>
en er op de fonkelende weg alleen maar genegenheid was<br/>
toen ze zagen hoe het zonlicht de daken van Roseau's<br/>
oude suikerfabriek opnieuw definieerde. De weg klom langs de baai<br/>
en een koele bries vlocht de bamboe als riet,<br/>
bewoog hen met lichte tongen omlaag naar Anse La Raye,<br/>
verwachtingsvol kwetterend naar de jonge sprieten<br/>
die zouden groeien uit de storm. Hun plezier werd versterkt<br/>
door de jongens op de weg die met halfnaakte kreten<br/>
bananen verkochten, totdat de bochten rechter werden<br/>
en hen naar adem deden snakken tegen de vochtige bomen,<br/>
tot anderen opsprongen uit het gras voorbij de volgende bocht;<br/>
de zee verwijdde zijn blauw rond Canaries,<br/>
en de weg, kronkelend langs okeren afgronden,<br/>
was als een touw dat hen bond, veel sterker nog <br/>
dan de orkaan, door zijn azuren stiltes,<br/>
zoals lianen knopen hun onscheidbare ranken<br/>
soms rond twee stammen, of een mast met blaadjes<br/>
in het hart van een woud, door elke ader verbonden,<br/>
geworteld in het eiland voor de rest van hun tijd.<br/>
De hoorns van het eiland waren toppen, gespleten<br/>
door een vulkanisch massief. Door de varens lag Souffrière<br/>
te wachten onder rokende bronnen, een teken voor de donder<br/>
van de doden. Het was een plaats waar een oude angst <br/>
sterker werd als hij naderde. Putten met kokende lava<br/>
borrelden in de Malebolge, waar de met modder bedekte doodskoppen<br/>
klommen, vermenigvuldigend in hun hoofden, steeds maar weer<br/>
terwijl zirkoongas uit de pijpen langs de kale heuvels steeg.<br/>
Dit was de poort van zwavel waar hij doorheen moet,<br/>
verzengt zijn geheugen, ook al houdt hij zijn neus dicht<br/>
totdat de stank vervaagde in een groenige vrede,<br/>
het is als lichamen tellen in de kalkputten van Auschwitz.<br/>
De wond sloot in rook, tot de wind hem weer opende,<br/>
een geyser spoot zijn gas door een gapende spleet<br/>
zoals stoom plotseling van onder de motorkap siste<br/>
met de dop van de radiator, verschroeit zijn gezicht<br/>
als hij niet wegsprong. Hij vulde de koelring<br/>
met water van onder de varens. Ze klommen verder<br/>
rond grotere en groenere varens, hun brede blad<br/>
groot als een transportband, langs de oude zwavelmijn<br/>
met zijn roestige wiel en trossen lianen,<br/>
waar zijn landgenoten Bennet & Ward<br/>
in 1836 weer naar Engeland trokken en <br/>
jungle en belastingen hun wilde onderneming overgroeiden.<br/>
Hun onderneming lag onder onder kransen begrafenismos.<br/>
De tanden van een gigantisch wiel onder de roest. Hoe was het mislukt?<br/>
Ruzie over geld? Was er één ziek geworden,<br/>
en bazelde hij, geel als een blad, in zijn delier<br/>
over een alchemie, die de zwavel veranderde in goud,<br/>
terwijl zijn partner het koude zweet van een droom<br/>
van zijn voorhoofd veegde? Hadden ze een nieuw aanbod gehad,<br/>
ergens aan de uiterste grenzen van de vrijheid<br/>
en het vrije ondernemerschap dat het imperium bood?<br/>
Wat was hun krachtbron? Hoe zouden ze het mineraal<br/>
onttrekken aan de mijn en vervoeren? Vervoeren waarheen?<br/>
Of was hun geld aan het eind simpelweg op,<br/>
tot koortsgras en jungle het idee overgroeiden<br/>
en hun enige rijkdom onkruid was? Hij zag de raderen<br/>
knarsetanden in de zwavel die er nog altijd lag.<br/>

View file

@ -0,0 +1,91 @@
III<br/>
Verderop de strakblauwe heuvels had je orchideeën<br/>
die groeiden langs de paden. Soms liet een harsige<br/>
houthakker ze schrikken, zijn tas vol slangekoppen<br/>
om aan de Staat te verpatsen. Hij liep zonder geluid,<br/>
een koker van licht hengelde over de vloer van het woud<br/>
zonder de varens te beroeren, zijn voetzolen stil als het mos.<br/>
Door de stompjes van zijn bruine tanden wees hij op de bergkam<br/>
met gapende afgronden van dalen, waar rook opsteeg<br/>
uit een houtskoolkuil, en onder de rook de lijnen<br/>
van een witte, vergeetachtige Atlantische oceaan, met een <br/>
buiging en een zegen in het Patois met oude Afrikaanse tekens,<br/>
geluidloos als licht op de weg die ze hem zagen gaan.<br/>
Engeland was voor hem slechts de plaats van zijn afkomst.<br/>
Best raar dat hij koos, niet voor de idyllische plekjes --<br/>
redelijk bladerdek boven redelijke aarde --<br/>
maar voor die luidruchtige bossen op ongeletterde bergen,<br/>
die bronnen die een dialect spraken dat zijn geest kalmeerde<br/>
meer dan kastelen op weides. Hij koos de rust<br/>
van heiige Oceaan verontrust door de zoute wind!<br/>
Anderen zagen het als "Terug naar de natuur,"<br/>
maar baai na halvemaanvormige baai heelden zijn wond.<br/>
Er was een hoop op het eiland dat Maud haatte:<br/>
het vocht dat de boeken liet rotten; dat was het ergst.<br/>
Het kroop door de gesluierde piano en richtte een <br/>
verwoesting aan onder de vilten hamertjes, dus de stemmer kostte<br/>
een behoorlijk fortuin. En dan het chaotische licht<br/>
onder het propvolle marktdak; alle soorten insekten,<br/>
regenvliegen vooral; een kleine verwoestende termiet<br/>
die huizen in de as legde en ramen blind achterliet;<br/>
Amerikanen op slippers slenterend langs de oevers --<br/>
die waren de pest nu, erger dan de insekten<br/>
die, tenminste, inheems waren. Relifanaten in tulband<br/>
die met kaarsen vrouwen verleiden tot sektes,<br/>
de snelheid van de afgeladen bussen waar <br/>
de snelweg recht was, kometen slingerden aan je voorbij<br/>
en sloegen een gat in je hart; de donkere moesson<br/>
van de genadeloze Juli, met zonlicht in vlekken<br/>
veranderlijk als Helen, de schuine, amandelvormige ogen<br/>
van haar ebbenzwarte schoonheid. Maar dan stroomde<br/>
een uitgelaten zon over Maud's tuin, overstromend<br/>
licht op engelachtige lelies, gele kelken<br/>
van morning-glories en het serafijnen kant van Queen Anne's.<br/>
Precies toen zag hij de vlinder, zittend op een blad<br/>
als een nerveuze vlag. Ze was hem gevolgd naar hier.<br/>
De openende panelen pulseerden met zijn kloppende bloed,<br/>
de vleugelvormige palmen in hun gespeelde gebed<br/>
voor ze zich verwijdden, als de ogen van Maud's scharen<br/>
langs de zoom. Was hij veroordeeld haar te zien<br/>
elke keer als er een opfladderde in Maud's tuin?<br/>
Wat wilde ze? Dat Historie haar verbande om haar <br/>
diefstal van de gele japon? Had ze behoefte aan zijn vergeving?<br/>
Na een tijdje werd het geluk steeds zwaarder.<br/>
Alleen de doden verdragen het in het paradijs,<br/>
en het voelde zelfzuchtig zo lang. Het leek hem of<br/>
de levenloze, gele panelen waren geschilderd met haar ogen.<br/>
Er is teveel armoede onder ons. Elke bladzij<br/>
bepaalt zijn begrenzing. Elke wortel heeft een verhaal.<br/>
"Het is zo kalm. Het is als Adam en Eva opnieuw,"<br/>
fluisterde Maud. "Vóór de slang. Zonder alle zonde"<br/>
En hun vrede was zo diep, ze zaten in de Rover<br/>
te luisteren naar de bamboe. Hij startte de motor<br/>
en de schokten hobbelend over de trenzen, slingerden<br/>
op de kreunende veren naar beneden, de platte werkelijkheid van de wereld.<br/>

View file

@ -0,0 +1,49 @@
I<br/>
Varkens waren zijn handel. Deze mensen berustten niet<br/>
in het leven tussen de rommel, genoegen nemend te wroeten<br/>
in het vuil dat zich ophoopte in de goten. Het Attische ideaal<br/>
van het eerste slavendorp hadden zij niet ontworpen,<br/>
met stranddruiven als olijven en zwarte filosofen<br/>
en wolken op hun arm. Zij hadden niet de smalle <br/>
buizen gelegd voor emmers maar geen voor het riool. <br/>
Zij hadden niet het riet uitgezogen tot alle suiker op was.<br/>
Keizerrijk is varkensstal. Zij hadden uitstekende gewoontes<br/>
van reinheid, dwangmatig vegen tot het erf droog was<br/>
met hun palmbezems. Aangezet tot fokken als konijnen<br/>
door landhuizen die van werkers hielden, en natuurlijk, door <br/>
een Kerk die hen verdoemde naar de hel voor geboortebeperking.<br/>
Maar ze boenden hun tafels, geselden hun geslagen was<br/>
op de rotsen in de rivier. Er waren ikonen in hun leven --<br/>
de Maagd, afgebeeld in de lamp, de bloemen over de trap,<br/>
en ze leerden het vlug, reparateurs van motoren<br/>
en fanatieke bediendes. Helen bleef in het huis<br/>
alsof het haar eigen was, en dat is waar alles begon:<br/>
wanneer de bediende de baas wordt en haar toekomst<br/>
en mogelijkheden verspeelt. Ze gaan zich gedragen<br/>
alsof je van hun bent, zei Maud. Dit was het gedoe<br/>
om die bleekgele japon, waarvan Helen zei dat Maud hem <br/>
haar had gelaten, maar dat vergeten was. Hij bleef er buiten<br/>
maar die jurk was zo duur als het Koninkrijk, meesteres tot slaaf.<br/>
De prijs was afgunst en list. De grote kerk, de<br/>
rokende mesthoop langs de lagune, kinderen renden als biggen.<br/>
Als Historie ze beschouwde als varkens, was dat Circe,<br/>
een schooljuf met haar toverstok, vlaggemasten bij de viering<br/>
van heiligen in de optocht langs de verse latrines.<br/>
Dus Plunkett besliste dat wat de plaats nodig had<br/>
zijn ware plaats in de his-torie was, dat hij uren <br/>
besteedde aan Helen, aan onderzoek, dat hij volhardde<br/>
in het gezoem van gigantische motten in het zwijgende huis.<br/>
Geheugenmachines. De vlinderjurk was de hare,<br/>
of van haar naamgenoot, in de Battle of the Saints. <br/>

View file

@ -0,0 +1,33 @@
II<br/>
In deze periode raakte hij steeds meer verzwolgen in<br/>
boeken, een professor op sokken. Hij zat binnen. Maud<br/>
dacht dat het zijn wond was. Als ze hem zijn thee bracht,<br/>
knikte hij richting de bijzettaffel, en dan liet<br/>
ze hem maar tussen zijn pyramides van boeken en kaarten,<br/>
en de balsahouten vloot die hij met een scalpel had gesneden,<br/>
terwijl zij de hare dronk in de schaduw tussen haar orchideeën.<br/>
Schemer verduisterde de potten, een Alamanda kelk<br/>
bronsde in de brandende avondlucht en smolt weg in de nacht.<br/>
Dennis was nog aan het werk, toen ze terug naar binnen ging.<br/>
Het bureau was donker, behalve een groene vijver van licht<br/>
op het laken gegooid door een lamp zo krom als een reiger.<br/>
Ze ging zitten op een stoel naast hem. Hij zei niks,<br/>
en de thee was onaangeraakt. Eén vinger volgde de lijn<br/>
op de één of andere kaart, en een neus als de snavel van een fregat,<br/>
scheerde over de witte bladzij. Ze had zich nooit eenzamer gevoeld.<br/>
Een lichte regen waste de sterren. Ze leken niet ver.<br/>
Maud zuchtte en ging maar naar boven. Ze voelde de witte zee<br/>
zijn ruis langzaam verliezen, toen ze de ramen sloot;<br/>
bestudeerde de kaart op haar arm, en ontknoopte <br/>
hardhandig de bruidsstrik van het muskietengordijn,<br/>
en strekte het naar de hoeken van het gespannen paneel,<br/>
droeg de strooien mand met het kleurige garen erin<br/>
naar divan beneden, haar naalden waren zo vlot als zijn pen.<br/>

View file

@ -0,0 +1,46 @@
III</br>
Ze dacht: ik had een droom van dit huis met een bos eromheen,</br>
met bomen uit een boek en bloemen die ik nog nooit had gezien.</br>
Deel van een kazerne, zonder het lawaai eromheen</br>
maar cicades die kwetterden net als mijn naaimachine.</br>
Ik hield van jong teakhout met lijven glimmend als berken</br>
in licht dat sproeten maakte op de luipaardschaduw van het pad,</br>
zwaluwen zouden in de avond met hun zigzaggende steken</br>
de zijden lucht borduren, of pronken rond het vogelbad</br>
Ik zag het toen we hier kwamen. Onbenaderbaar</br>
klif aan de ene kant, maar zijn richels een broedplaats</br>
voor vouwende reigers en meeuwen, en mijn teakhouten tafel</br>
met poten als leeuwenklauwen en zijn gepolijste blad</br>
bedekt met fijn geschulpt linnen, wit als het schuim van de zee,</br>
en klinkend kristal, met verse kransen van orchideeën</br>
als op de Herdenkingsdag, aan de voet van mijn kandelaar van messing</br>
ter ere van Dennis vooral, en de plaatskaartjes</br>
naast het porcelein van mijn grote lelieblad borden.</br>
Heb ik piano gespeeld, om aan dinerkaarsen te denken</br>
en vlaggen en lansen, sinds we door de bruidskapel schreden</br>
onder gekruiste zwaarden? Daarna, mijn terrine met forse grepen</br>
in de handen van Helen, haar mutsje wit als mijn servetten</br>
die in de vergulde houders zaten. Ze zette het recht,</br>
en stapte terug in de schaduw, die paste bij haar fijne huid.<br/>
Ach wat jammer, dat meisje! Ik schepte de geurige damp</br>
van mijn stoofpot in flinke porties, het duister vol vuurvliegjes</br>
die de blaadjes nooit vangen. Het is zo helder als een droom</br>
maar echter. Nou, zo hebben mensen eeuwen geleefd,</br>
met kaarsen en deuntjes op de piano,</br>
liefdesliedjes vervagend over een zee van vuurvliegjes,</br>
hun monden rond als de maan boven een zwarte kano</br>
zoals die ene waar ik vandaag om moest lachen: _In God We Troust_.</br>
Maar ja we vertrouwen allen op Hem, en dat is waarom we </br>
de vrede kennen van een rondzwervend hart, als het een huis vindt.</br>

View file

@ -2,21 +2,21 @@
I
Hector was er. Theofile ook. In dit licht,<br/>
Hector was daar. Theofile ook. In dit licht,<br/>
hebben ze alleen christelijke namen. Placide, Pancreas,<br/>
Chrysostom, Maljo, Philoctète, met zijn hoofd wit
als gekrulde branding. Ze verscheepten riemen als lansen,<br/>
plaatsen ze parallel in het graf van de scheepsboorden<br/>
als man en vrouw. Schepten het vieze blad van de planken,
als de opkrullende branding. Ze vervoerden roeiriemen als lansen,<br/>
plaatsten ze parallel in het graf van de scheepsboorden<br/>
als man en vrouw. Schepten het blad van de planken van het ruim,
ontknoopten de lichamen van zeilen van meelzakken,<br/>
terwijl Hector, aan de vloedlijn, kort dank zei<br/>
met de zee als doopvont, voordat hij er heupdiep in waadde.
ontwarden de knopen van de lichamen van zeilen van meelzak,<br/>
terwijl Hector, aan de vloedlijn, eventjes dank zei<br/>
met de zee als een doopvont, voordat hij er inwaade, heupdiep.
De rest liep op het strand met gelijke tred<br/>
De rest liep op het zand met gelijkvormige tred<br/>
behalve schuimharige Philoctète. De wond op zijn scheen<br/>
nog ongeheeld, als een stralende anemoon. Het was
nog ongeheeld, als een stralende anemoon. Het was gekomen
van een schrapend, roestig anker. Het puntige ijzer<br/>
sneed zijn huid in een golfslag. Hij boog naar het schuim<br/>

101
boek1_hoofdstuk9_deel1.md Normal file
View file

@ -0,0 +1,101 @@
I
In het stormseizoen is het leven altijd zwaarder.<br/>
Achille zat zonder geld. Zijn maat, Philoctète<br/>
vond landwerk voor hem. Z'n kano was nu een trog van beton
op Plunketts varkensbedrijf. Een bezem zijn riem. Door het natte,<br/>
ruisende gras naast de weg, met een zak op zijn hoofd,
liep hij, om geld te besparen zes mijl naar de plantage.
Regen sisselde onder het zwarte gebladerte, witte flarden dreven<br/>
over de getormenteerde velden, de bamboe op de heuvels<br/>
was geknakt en hij was platzak. In de windvlagen miste hij de geur
van de zee. Gelukkig had Plunkett hem een kans gegeven<br/>
na dat gedoe met Helen en het huis. Koeien loeiden onder bomen,<br/>
het okeren pad naar het huis zigzagde in stroompjes
van zachte, zompige klei, die zich tussen zijn tenen wurmde.<br/>
Er was geen zon, hij wist het zeker. Geen bloedhete bootrand<br/>
waar de warme riemen rustten. Geen zee met gebleekte zeilen.
In zuigende laarzen schepte hij het voer<br/>
in de stomende troggen waar de varkens zich verdrongen<br/>
en sprong weg van de borstelige bonken, die botsten
tegen zijn knieën als de houten poort werd geopend.<br/>
Vervolgens veegde Achille de mest van het cement met een<br/>
bezem, waarna de verstopte stront door de goot spoelde,
wanneer hij de gegalvaniseerde emmer hard tegen de stinkende<br/>
muur sloeg, en gooide hem nog eens nog harder,<br/>
in repetitieve woede, als stormkoppen die hard
tegen de rotsen slaan, stromend. Van binnen vervloekte hij het gekrijs<br/>
van de gedoemde paniek van de varkens die onder de stront<br/>
zaten, hun glibberige poten betraden de poorten van zijn dromen.
"Ik mis de zachte noordelijke regen. Ik mis de seizoenen"<br/>
zuchtte Maud, en ze bedoelde: die klimaat mist subtiliteit<br/>
Een windvlaag hoorde deze klacht, want nu werd de moesson
nog bozer en regende het nog harder, totdat tussen de stal<br/>
en het ondergelopen terras een ondoordringbare jungle<br/>
ontstond, die met stijgende monotonie timmerde
op de lianen die slingerend op de daken sloegen,<br/>
oprispingen brullend in de gegalvaniseerde goten.<br/>
Dan, doornat als papier, waren de heuvels een Chinese prent
en ze ontwaarde subtiliteit die ze eerder niet zag.<br/>
Bamboe stengels. Natte wolk. Boer met strohoed en stok.<br/>
Varenblad. Witte mist. Meeuw langs frisse waterval.
De kaart van de hemel brak open in naties<br/>
en een zompige flard omhulde de volgeladen maan<br/>
toen Achille de staarten van paarden zag, voorspellingen
van een grommende lucht die elk voorteken onderstreepten -<br/>
van de weduwsluiers van indigo wolkbreuken<br/>
tot kaarsen van reigers geschroefd op een zwaaiende tak,
dan de vlammende bliksem; in onontwarbare knopen<br/>
verbrandden termieten hun glazige vleugels die het hete glas<br/>
van de Coleman lantarens bevlekten en vielen weg als mieren.
Dan de volgende dag, de stilte. En daarin roerdompen<br/>
en meeuwen cirkelend landinwaarts. Dan in de verte<br/>
het vreemd gele licht. Hij moest eruit voor kerosine
in Ma Kilman's drukke winkel, en hij was op de terugweg<br/>
half blind door haar felle gaslamp, toen een blauw schijnsel<br/>
de daken verlichtte en de straat verwijdde met een vorkende krak
van bliksem, die de reigers in brand zette, razend over de palmen<br/>
in de kapotbarstende lucht. De fles viel uit zijn handen.<br/>
Regen op de gegalvaniseerde nacht. Helen in zijn armen.
De wind schakelde als een auto met de versnelling<br/>
van de racende zee. Hij raapte de fles op. Sprintte<br/>
naar de poort, vocht met de roestige grendel en
neerploffende speren van regen smeten hem tegen de deur,<br/>
maar hij ramde hem open, toen hij het botsen hoorde<br/>
van duizenden ijzeren spijkers, uitgegoten over de
regenopvang op het dak. De wolkengaljoenen vochten<br/>
met blauw flitsend boordvuur. Achille, nat tot op het bot<br/>
vulde de lamp en ontstak hem. Hing de koperen
lamp uit de wind en rukte zijn shirt uit op het bed.<br/>
Schaduwen kronkelden vanuit de vlam, het waren bananenbomen<br/>
die zich een weg worstelden onder het kleine dak boven zijn hoofd.
Na enige tijd was hij gewend aan het harde lawaai<br/>
onder het ijzeren dak. Hij at koude jackfish en bad<br/>
dat zijn oude kano op het hoge zand in orde was.
Hij stelde zich het galjoen voor, diens geest, door de verwarde<br/>
touwen van de orkaan en doofde de lamp.<br/>
Hector en Helen. Hij lag in het duister. Klaar wakker.

41
boek1_hoofdstuk9_deel2.md Normal file
View file

@ -0,0 +1,41 @@
II
Hector was niet bij Helen. Hij was bij de zee,<br/>
hij moest achter zijn kano aan, want het touw van het anker<br/>
was los, maar de zwarte regen tuimelde zonder genade
de boeg terug in de golftroggen en hij zocht tastend<br/>
de landvast, en in de bruine, met noten bezaaide trog<br/>
liep de boot onder en smerig water draaikolkte rond zijn voeten;
hij zag hoe elke golf crashte. Water spatte hoog als een huis!<br/>
Dan de lange harde kanonslag van donder die erachteraan brak,<br/>
hij zag door de regen het land niet, maar dacht dat het niet ver was
van het zanderige water, en toen werd hij bang,<br/>
toen hij zag dat hij de vuurtoren al bijna voorbij was<br/>
die in de vlagen bleef draaien, zonder het anker, de boot
bijna kapseizend, verplaatste hij zijn gewicht,<br/>
peddelde hard met een riem om te keren<br/>
maar hij peddelde lucht, de golftoppen bruinig-wit,
kolkend met afgerukte palmbladen; hij stond op met de riem,<br/>
op de kielplank wiegend, en zat, zijn ziel nat<br/>
en rillend. Hij kroop naar de boeg, en dook richting de kust,
maar werd geraakt door het draaiende achterdek, dus dook hij onder<br/>
de rommel om kalmte te vinden en diepte, maar hoe meer<br/>
hij dook, hoe harder de golven hem tolden, donder
en bliksem kraakten en hij zag hoe de kano ten onder<br/>
ging zonder verdriet; bereed een tijdje een trog<br/>
peddelend op zijn rug, om het ritme te tellen
van de golven, gleed toen een langzaam zwellende muur af<br/>
als een surfer: toen hij het metrum begreep, kon hij zwemmen<br/>
met de afnemende branding, niet tégen de wil van de zee,
liet zich rollen als het verkoos, zelfs als het koos<br/>
hem te behandelen als afval; toen voelde hij het schuren<br/>
van fijn zand en kwam wankelend overeind op het strand.

101
boek1_hoofdstuk9_deel3.md Normal file
View file

@ -0,0 +1,101 @@
III
De Cycloon, die huilt want één van de lansen van<br/>
een rondvliegende palm heeft hem geschampt in zijn ene oog,<br/>
waadt kniediep in de troggen. Terwijl hij blind verder struint
zet Bliksem, zijn boodschapper de lucht op stelten<br/>
met zijn gevorkte stappen, of hij knettert over de golven<br/>
met een gespleten elektrisch wensbot. Zijn vrouw, Ma Rain
smijt emmers van het balkon van haar bovenhuis.<br/>
Ze wringt de doornatte doeken van de palmen uit en weer<br/>
verandert ze haar meubilair, weeklachten van wolkbanken
wekken de Zon niet. De Zon had de hele dag gewerkt<br/>
en slaapt de nacht uit. Na alle rampen<br/>
was hij het die opruimde na dat godverdomse feestje.
Dus ging hij gelijk naar bed bij de eerste spetters.<br/>
Nu kookt de zee in een kolenpot met landtongen<br/>
als hendels een storm en de eerste regen begint te sissen
als vet, er is een grote vraag naar kaarsen<br/>
in Ma Kilman's winkel. Kaarsen, spijkers, een opleving<br/>
onder de gelovigen en lagere prijzen voor lucifers en brood.
In het grijsverticale bos van het stormseizoen,<br/>
wanneer je de kransen van de doden terugkrijgt van de smerige zee,<br/>
was alles wat het dorp kon doen luisteren naar de muziek van de goden,
en ze bespeelden elk instrument dat bij hen opkwam,<br/>
harpzuchtige golven van de hier-en-daar-snaren van de zee,<br/>
de knokkelbot samba's, de harde Shango drums
lieten Neptunus rocken op de rocks. Feest begin! Erzulie<br/>
ratelend op haar wasbord; Ogun de grote smid, voelde<br/>
No Pain; Damballa kronkelend als een Zamboli
hagedis, haar grote voeten stampend op het plafond<br/>
dronken als de zeegod, springend van muur naar muur, roepend<br/>
"Mama, die poku zo hard, ik word gek van!"
En voegde daad bij zijn woorden. De mensen zeiden gebeden<br/>
maar de goden, die moe waren, gaven een feestje, <br/>
en hun feestjes duurden dagen en de muziek varieerde
van polkas van regen tot golven die La Comète dansten,<br/>
en de branding applaudisseerde bij het wisselen van het ritme,<br/>
want de goden zijn niet als de mens, ze hebben het goed samen,
de vieren hun orkaanfest in hun huis in de wolken<br/>
en wat ze bijeenbrengt is het donderende weer<br/>
waar Ogun er één afsteekt met zijn maat Zeus.
In zijn hut hoorde Achille violen en tsjak-tsjak,<br/>
een geluid als een huilende Helena in de kabels<br/>
van de telefoon, of Seven Seas, blind als een zeil in de regen.
In de getroffen valleien, met bakken bruin water<br/>
voor hun boegen, koplampen aan, dreven bussen<br/>
langzaam over stromende straten, door het slagveld
van de laatste bananenoogst, voorbij stijf gezwollen koeien<br/>
van kolkende modder, terwijl geweien van bomen op de oevers<br/>
slingerden als migrerende rendieren. Het was alsof
de rivieren, jaloers op de zee, moe in één sprong<br/>
overgestoken te worden waren samengebald in een kracht<br/>
die eilanden van dorpen maakte, bruggen veranderde in
obstakels tegen een zich door muren stompende macht.<br/>
De regen ging over, maar de mensen keken richting de bergrand,<br/>
klaar voor een nieuwe strijd en de vloed in zijn trots
spoelde de zee in; toen hoorde Achille tunnels<br/>
bruin water dat brullend de mangrove in stroomde, zijn tij<br/>
verborg de kielen van de kano's. En de natte boorden
stroomden vol met regenwater dat ze liet rotten<br/>
als je niet hoosde. De rivier was tevreden.<br/>
Hij was ook een god. Teveel was er al vergeten.
Toen, als een muis na het feest, zijn klauwen gekruld als mos,<br/>
de dauw snuivend, terwijl de vuurtoren zijn oog opende,<br/>
kwam de zon tevoorschijn. En de mensen telden het verlies
dat de goden hadden gemaakt onder de opklarende lucht.<br/>
Kaarsen, opgebrand en uitgedoofd. Grote gele tractors<br/>
husselden een salade van bomen, in gele hesjes
zetten mannen de dode palen weer overeind, werklui<br/>
met witte helmen en regenjassen hoorden de castagnetten<br/>
van de golven over de eilanden verder trekken`
van hier naar Guadeloupe, de kralensnoeren waren stil.<br/>
Ze zagen de troep, die de goden in maar één nacht hadden gemaakt<br/>
terwijl Bliksem zijn stelten over de laatste berg tilde.
Achille hoosde zijn kano onder een amandel<br/>
die rilde van de regen. Er zouden mooie dagen komen,<br/>
tot de volgende storm, en hun frisheid was heerlijk.