omeros/boek1_hoofdstuk9_deel3.md
Shautvast 3492f38f4d h10
2024-08-27 22:42:13 +02:00

101 lines
No EOL
4.2 KiB
Markdown

III
De Cycloon, die huilt want één van de lansen van<br/>
een rondvliegende palm heeft hem geschampt in zijn ene oog,<br/>
waadt kniediep in de troggen. Terwijl hij blind verder struint
zet Bliksem, zijn boodschapper de lucht op stelten<br/>
met zijn gevorkte stappen, of hij knettert over de golven<br/>
met een gespleten elektrisch wensbot. Zijn vrouw, Ma Rain
smijt emmers van het balkon van haar bovenhuis.<br/>
Ze wringt de doornatte doeken van de palmen uit en weer<br/>
verandert ze haar meubilair, weeklachten van wolkbanken
wekken de Zon niet. De Zon had de hele dag gewerkt<br/>
en slaapt de nacht uit. Na alle rampen<br/>
was hij het die opruimde na dat godverdomse feestje.
Dus ging hij gelijk naar bed bij de eerste spetters.<br/>
Nu kookt de zee in een kolenpot met landtongen<br/>
als hendels een storm en de eerste regen begint te sissen
als vet, er is een grote vraag naar kaarsen<br/>
in Ma Kilman's winkel. Kaarsen, spijkers, een opleving<br/>
onder de gelovigen en lagere prijzen voor lucifers en brood.
In het grijsverticale bos van het stormseizoen,<br/>
wanneer je de kransen van de doden terugkrijgt van de smerige zee,<br/>
was alles wat het dorp kon doen luisteren naar de muziek van de goden,
en ze bespeelden elk instrument dat bij hen opkwam,<br/>
harpzuchtige golven van de hier-en-daar-snaren van de zee,<br/>
de knokkelbot samba's, de harde Shango drums
lieten Neptunus rocken op de rocks. Feest begin! Erzulie<br/>
ratelend op haar wasbord; Ogun de grote smid, voelde<br/>
No Pain; Damballa kronkelend als een Zamboli
hagedis, haar grote voeten stampend op het plafond<br/>
dronken als de zeegod, springend van muur naar muur, roepend<br/>
"Mama, die poku zo hard, ik word gek van!"
En voegde daad bij zijn woorden. De mensen zeiden gebeden<br/>
maar de goden, die moe waren, gaven een feestje, <br/>
en hun feestjes duurden dagen en de muziek varieerde
van polkas van regen tot golven die La Comète dansten,<br/>
en de branding applaudisseerde bij het wisselen van het ritme,<br/>
want de goden zijn niet als de mens, ze hebben het goed samen,
de vieren hun orkaanfest in hun huis in de wolken<br/>
en wat ze bijeenbrengt is het donderende weer<br/>
waar Ogun er één afsteekt met zijn maat Zeus.
In zijn hut hoorde Achille violen en tsjak-tsjak,<br/>
een geluid als een huilende Helena in de kabels<br/>
van de telefoon, of Seven Seas, blind als een zeil in de regen.
In de getroffen valleien, met bakken bruin water<br/>
voor hun boegen, koplampen aan, dreven bussen<br/>
langzaam over stromende straten, door het slagveld
van de laatste bananenoogst, voorbij stijf gezwollen koeien<br/>
van kolkende modder, terwijl geweien van bomen op de oevers<br/>
slingerden als migrerende rendieren. Het was alsof
de rivieren, jaloers op de zee, moe in één sprong<br/>
overgestoken te worden waren samengebald in een kracht<br/>
die eilanden van dorpen maakte, bruggen veranderde in
obstakels tegen een zich door muren stompende macht.<br/>
De regen ging over, maar de mensen keken richting de bergrand,<br/>
klaar voor een nieuwe strijd en de vloed in zijn trots
spoelde de zee in; toen hoorde Achille tunnels<br/>
bruin water dat brullend de mangrove in stroomde, zijn tij<br/>
verborg de kielen van de kano's. En de natte boorden
stroomden vol met regenwater dat ze liet rotten<br/>
als je niet hoosde. De rivier was tevreden.<br/>
Hij was ook een god. Teveel was er al vergeten.
Toen, als een muis na het feest, zijn klauwen gekruld als mos,<br/>
de dauw snuivend, terwijl de vuurtoren zijn oog opende,<br/>
kwam de zon tevoorschijn. En de mensen telden het verlies
dat de goden hadden gemaakt onder de opklarende lucht.<br/>
Kaarsen, opgebrand en uitgedoofd. Grote gele tractors<br/>
husselden een salade van bomen, in gele hesjes
zetten mannen de dode palen weer overeind, werklui<br/>
met witte helmen en regenjassen hoorden de castagnetten<br/>
van de golven over de eilanden verder trekken`
van hier naar Guadeloupe, de kralensnoeren waren stil.<br/>
Ze zagen de troep, die de goden in maar één nacht hadden gemaakt<br/>
terwijl Bliksem zijn stelten over de laatste berg tilde.
Achille hoosde zijn kano onder een amandel<br/>
die rilde van de regen. Er zouden mooie dagen komen,<br/>
tot de volgende storm, en hun frisheid was heerlijk.