omeros/boek1_hoofdstuk11_deel2.md
Shautvast 1c5eaef8ad h11
2024-09-04 21:28:58 +02:00

1.5 KiB

II

In deze periode raakte hij steeds meer verzwolgen in
boeken, een professor op sokken. Hij zat binnen. Maud
dacht dat het zijn wond was. Als ze hem zijn thee bracht,

knikte hij richting de bijzettaffel, en dan liet
ze hem maar tussen zijn pyramides van boeken en kaarten,
en de balsahouten vloot die hij met een scalpel had gesneden,

terwijl zij de hare dronk in de schaduw tussen haar orchideeën.
Schemer verduisterde de potten, een Alamanda kelk
bronsde in de brandende avondlucht en smolt weg in de nacht.

Dennis was nog aan het werk, toen ze terug naar binnen ging.
Het bureau was donker, behalve een groene vijver van licht
op het laken gegooid door een lamp zo krom als een reiger.

Ze ging zitten op een stoel naast hem. Hij zei niks,
en de thee was onaangeraakt. Eén vinger volgde de lijn
op de één of andere kaart, en een neus als de snavel van een fregat,

scheerde over de witte bladzij. Ze had zich nooit eenzamer gevoeld.
Een lichte regen waste de sterren. Ze leken niet ver.
Maud zuchtte en ging maar naar boven. Ze voelde de witte zee

zijn ruis langzaam verliezen, toen ze de ramen sloot;
bestudeerde de kaart op haar arm, en ontknoopte
hardhandig de bruidsstrik van het muskietengordijn,

en strekte het naar de hoeken van het gespannen paneel,
droeg de strooien mand met het kleurige garen erin
naar divan beneden, haar naalden waren zo vlot als zijn pen.