1.9 KiB
II
Ma Kilman had het oudste café in het dorp.
Het balkon van een gemberkoekhuis had een mosterdkleurige gevel
met een groen overhangende dakrand en oude gerimpelde verf.
In de zaal beneden stonden houten tafels
voor het gooien van domino's. Een kralengordijn
rinkelde steeds als iemand erdoor liep. Een neon
reclame voor Coca Cola onder het NO PAIN
CAFÉ ALL WELCOME. Het NO PAIN was niet haar eigen
idee, maar van haar dode man. "Het is een profetie",
lachte Ma Kilman. Een hete straat liep naar het strand
langs de winkeltjes en de clubs en de apotheek
waar in de schaduw, zijn khaki hond aan de lijn,
een blinde man op zijn kruk zat, nadat de korjalen
waren vertrokken, mompelde de duistere taal van de blinden,
knokige handen op een stok, oren zo scherp als die van de hond.
Af en toe zong hij en flarden ervan dreven op de wind,
wanneer haar kralen de rozenkrans raakten. Oude St Omer.
Hij beweerde dat hij de wereld rond was gezeild. "Meneer Seven Seas"
doopten ze hem, naar een merk levertraan
met een kronkelende zwaardvis. Maar wat hij zei was vaag.
Klonk Grieks voor haar. Of oud Afrikaans gewauwel.
Langs de lijnen van heet asfalt leek de zanger
dingen te tellen. Wie weet of zijn ogen door
schaduwen konden kijken, tikkend op de stok met een vinger?
Ze hielp hem zijn veteranenpensioen te innen
elke eerste van de maand op het kleine postkantoor.
Hij klaagde nooit over zijn situatie
zoals al die anderen. Zijn plek in de hoek en de hitte
op zijn handen maakten dat hij de kruk naar de schaduw schoof.
Ma Kilman zag Philoctète aan komen hobbelen,
dus stond ze op vanuit haar hoek bij het raam en legde
het gebruikelijke medicijn voor hem neer. Een fles witte
acajou en een pot gele Vaseline,
een klein emaillen schaaltje met ijs. Hij wachtte
de hele dag in het NO PAIN café. Daar knielde hij
neer en zalfde de rand van de wond op zijn scheen.