omeros/boek1_hoofdstuk2_deel1.md
Sander Hautvast d74312ca2a improvements
2022-08-31 21:35:15 +02:00

65 lines
No EOL
2.7 KiB
Markdown

I
Hector was er. Theofile ook. In dit licht,<br/>
hebben ze alleen christelijke namen. Placide, Pancreas,<br/>
Chrysostom, Maljo, Philoctète, met zijn hoofd wit
als gekrulde branding. Ze verscheepten riemen als lansen,<br/>
plaatsen ze parallel in het graf van de scheepsboorden<br/>
als man en vrouw. Schepten het vieze blad van de planken,
ontknoopten de lichamen van zeilen van meelzakken,<br/>
terwijl Hector, aan de vloedlijn, kort dank zei<br/>
met de zee als doopvont, voordat hij er heupdiep in waadde.
De rest liep op het strand met gelijke tred<br/>
behalve schuimharige Philoctète. De wond op zijn scheen<br/>
nog ongeheeld, als een stralende anemoon. Het was
van een schrapend, roestig anker. Het puntige ijzer<br/>
sneed zijn huid in een golfslag. Hij boog naar het schuim<br/>
druppelde er sisselend zout op. Hij zou weer rennen
strompelend naar de zinloze schaduw van een amandel,<br/>
met de tanden op elkaar, zwaaide ze uit in de schaamte<br/>
van zijn stank, en wéér lieten ze hem achter
onder het luipaardende licht. Deze morgen gebeurde<br/>
hetzelfde gedoe weer opnieuw. Hij voelde de jaap draden<br/>
trekken tot in zijn kruis. Met zijn hinkelende stap,
hand op één knie, verliet hij het gedrukte strand<br/>
en klauterde de vroege straat op naar Ma Kilman's bar.<br/>
Ze opende de winkel en zette een fles witte rum naast hem neer.
Zijn scheepsmaten zagen hem, haakten toen hun handen als ankers<br/>
onder de romp, wiegden ze; de kiel schuurde door droog zand<br/>
totdat nat zand hem stopte. De riemen deed ratelen
die parallel midscheeps lagen; dan, op het geluid<br/>
van vloeken en gebeden voor de stammen in de vorm van een wig<br/>
de één na de ander, met rammelende botten
gleden de boten naar de knabbelende waterlijn<br/>
richting de geopende zee. De losse stammen tuimelden<br/>
in de branding, gesneuveld als strijders in een strijd
ergens aangespoeld op de overkant van de wereld.<br/>
Gedragen naar een plek onder de manzanilla's<br/>
lagen ze gezicht naar boven, de zon bewoog over hun ogen
met de blik van myrmidonen, aan de hiel weggesleept<br/>
hoog boven de waterlijn waar de spookkrab schuilt.<br/>
De vissers veegden hun handen. Nu bereden alle kano's
de roze golf van de morgen. Ze neigden hun boegen<br/>
zachtjes, zoals staljongens met paarden doen bij zonsopgang,<br/>
trekkend aan de lijnen als teugels aan de neus gehaakt -
_Prijs Hem, Morgenster, St. Lucia, Licht van mijn ogen_,<br/>
Gooiden een hoosblik erin en vouwden hun lijven over de<br/>
dansende rompen, en roeiden, één riem lichtjes naar achter.
Hector ontrolde zijn canvas om in te lopen op<br/>
de meeuwen, hopend op terugkeer vóór die schelpkleurige<br/>
schemer, wanneer de pelicanen laag overvliegen.