omeros/boek1_hoofdstuk4_deel2.md
Sander Hautvast dc6ca38fa9 H5
2022-09-11 16:17:37 +02:00

30 lines
1.2 KiB
Markdown

II
Hij voelde het dorp in zijn rug, hoorde de zeeruis<br/>
van auto's verderop. De zeezwaluw bekeek hem.<br/>
En twitterde zeewaarts, opgeslokt in een schuimende wolk.
Zo lang als het duurt dat een druppel verdampt<br/>
op de was van een taroblad, lag Philoctète<br/>
op zijn gekiezelde rug op de hete aarde en keek naar de lucht.
waar witte continenten in zijn geografie bewogen. <br/>
Hij vroeg God's vergeving. Boven de stille baai<br/>
rook het gras goed en de metamorfose van wolken was mooi in zijn ogen.
Hij hoorde strijders zich haasten naar de strijd,<br/>
maar het was wind die door de yams woei. Het geluid<br/>
van trillende speren van palmen. Herders met vee,
zouden geen steden stichten. Ze waren gevondenen.<br/>
Niet voorbestemd om te winnen, zij waren de overwonnenen.<br/>
Die niets te gronde zouden richtten. Zij waren de grond.
Hij zou de ziel van geduld zijn, als een oud paard<br/>
op een hoef stampend in de wei, zijn manen schuddend<br/>
of zwaaiend met zijn staart tegen de vliegen rond de wond;
als een paard de pijn dragen kon, dan ook een mens.<br/>
Steunend op een tak probeerde hij zijn dode hoef<br/>
op de verende grond. Het voelde licht als een spons.