omeros/boek1_hoofdstuk8_deel1.md
Sander Hautvast 4502df8dfd h8
2022-09-26 19:30:00 +02:00

2.6 KiB

I

In het eilandmuseum vind je een gekke
wijnfles, met een laag dwazengoud uit de ijzer-
koude diepte beneden de redoute. Hij wordt door de experts

verschillend geïnterpreteerd: ten eerste dat een galjoen,
ver naar het oosten gedreven door een orkaan vanuit
Cartagena een spoor van onbewerkt goud had gebloed

en tevens een lading wijn (een uitleg die door
menig duiker onderschreven wordt); ten tweede, maar dit
is onzin en veel te simpel: dat de goudbeslagen fles

kwam van het vlaggeschip in The Battle of the Saints,
maar het glas was zo verweerd, dat het niet te zeggen was.
Maar toch, de mythe verspreidde zich eeuw na eeuw

dat de Ville de Paris daar gezonken was, niet een galjoen,
met munten uit het Britse rijk, met als een schildwacht
een inktvis-cycloop, zijn ene oog als de maan.

Diep als de hoop van een duiker, maar nooit opgedoken,
het vertrouwen in de schat bekeerde het dorp,
dat begon te geloven dat fregatten rondcirkelden

boven de schat, dat woedende meeuwen erop doken.
Ze bleven geloven, ook al twijfelden de experts.
De schaduw van het galjoen hing boven de bladzijde

waar Achille, met onweer op komst, zijn schulden noteerde
in het licht van een gaslamp; in zijn dromen zag hij
het duistere schip, het octopus oog van de maan

klom uit de palmen die de tentakels omhoog hielden.
Het glom als een shilling. Alles was geld.
Geld zal haar van gedachten veranderen, meende hij.

De omstandigheden hebben haar boosaardig gemaakt.
Hij had het geloof in het scheepswrak eerst maar onzin gevonden
Nu was hij begonnen te duiken aan de rand van het rif,

met speargun en kreeftenfuik. Steeds op zijn hoede
voor naderende zeilen, stilletjes roeien,
zonder de dollen te raken. Vierde aan de zijkant

voorzichtig het anker. Knoopte met slipsteek
een kei aan zijn hiel om sneller te dalen,
en een watervaste zak om zijn schouder

als geldbuidel. Ze zou elke rooie cent krijgen,
zwoer hij, een kruisteken makend en dook. Tussen de rotsen
daaronder zocht hij naar geld en naar verlossing. Het blok

aan zijn hiel trok hem sneller omlaag dan een met lood
verzwaard lijk in een doek. Het stenen hart in zijn
borst was nog extra gewicht. Wat als de liefde

in het hare al dood was? Waarom zilveren munten
leggen op een buik die hem ooit verwarmde?
Hierdoor nog verder bezwaard, bleef hij maar vallen,

vadem na vadem naar zijn fortuin: moidoren, dubloenen,
terwijl de traag krullende vingers van zeewier hem lonkten;
hij voelde de kou van de drenkeling diep in zijn lijf.