48 lines
2 KiB
Markdown
48 lines
2 KiB
Markdown
I
|
|
|
|
Dit waren de riten van de morgen langs een laag muurtje<br/>
|
|
van beton onder de koperen speren van de palmen<br/>
|
|
sinds de dag dat mannen roem zochten als centauren of op eigen voet
|
|
|
|
of draaiende worstelaars met langtangende armen<br/>
|
|
of rechthoekige silhouetten racend rond een witte vaas<br/>
|
|
van geschulpt zand toen een jongen op een stampend paard
|
|
|
|
de worstelaars uiteendreef met afhangende klauwen<br/>
|
|
als krabben. Zoals in jouw tijd, zo in de onze, Omeros.<br/>
|
|
Zoals het gaat met eilanden en mensen, zo met onze spelen.
|
|
|
|
Een paard is voortjagende spetters met teugels van touw.<br/>
|
|
Alleen silhouetten resteren. Niemand weet nog de namen<br/>
|
|
devan schuimende sprinters. Tijd stopt de boog van de speer.
|
|
|
|
Dit werd herhaald achter Helena's rug. In de schaduw<br/>
|
|
van de muur. Ze roddelde met twee vrouwen over het<br/>
|
|
vinden van werk als serveerster, maar allebei zeiden
|
|
|
|
_the table's full_. Wat de witte manager bedoelde<br/>
|
|
was dat ze te grof was. _'cause she din't take no shit_<br/>
|
|
van witte mensen, vooral de toeristen - de mannen
|
|
|
|
aleen erop uit om lokale meisjes te scoren; elk moment - <br/>
|
|
streelden hun hand langs haar kont, dus op een dag<br/>
|
|
was ze het zat, al hun smerigheid, dus ze zei
|
|
|
|
tegen de baas dat dat niet haar focking baan was,<br/>
|
|
deed haar kostuum af en liep zo het hotel uit,<br/>
|
|
naakt als God me gemaakt heeft, loop ik langs het zwembad
|
|
|
|
de mensen verdrinken bijna, niet helemáál bloot,<br/>
|
|
onderbroek en beha, een man riep: "Beautifool!<br/>
|
|
Meer!" Dus ik laat hem mijn kont zien. Ze gingen bijna dood.
|
|
|
|
De twee vrouwen gilden van het lachen, en Helena leunde<br/>
|
|
met haar rok tussen haar dijen en vroeg, ellebogen<br/>
|
|
op de knieën, of er nog werk was in de strandtent
|
|
|
|
van de Chinees. Ze zeiden "Geen". Achter haar waren<br/>voetballers bezig. Helen zei: "Meisje, ik ben zwanger, <br/>
|
|
maar ik weet niet van wie." "Van wie", klonk de herhaling
|
|
|
|
met klanken die een duif maakte in de manzanilla.<br/>
|
|
Helen stond op, veegde haar rok. "Is toch zinloos,<br/>
|
|
geld geven voor de bus"; maakte de bandjes los bij de hiel.
|