omeros/boek1_hoofdstuk5_deel1.md
Sander Hautvast 1e54bc5837 H6
2022-09-13 20:45:21 +02:00

4.1 KiB

I

Zachtjes zette Major Plunkett zijn Guinness neer, veegde
de rijp van goudschuim op zijn gepensioneerde snor
weg met een golvende tong. Ernaast nipte Maud

van haar biertje, stilletjes, echtgenotelijk. Onder het strodak
ontworpen als een Afrikaanse hut in een verweerd dorp
was het raffia decor leeg. Hij hoorde het piepen

van Maud's gewicht als ze verzitte. Het gewone beeld
van wolken in full canvas bewoog naar Martinique.
Dit was hun drinkplaats, deze vaste gewoonte,

de mast te laten zakken op deze raffia stoelen
eens per week om één uur tussen de zandbank en de boerderij,
nadat Maud haar orchideën bezorgd had, al deze jaren

van zelfbevragende stilte. Maud draaide aan de eindjes
van vochtige krullen in haar nek. De Major drumde op
de rand van de bar en verfrommelde een rietje. Hun stilte

was hun gemeenschappelijkheid. Ze waren hier al
sinds de oorlog en zijn trauma. Varkens. Orchideën. Hun huwelijk
een zilveren jubileum van helder water

dat glinsterde als Glen-da-Lough in Wicklow waar Maud
vandaan kwam, maar voor Dennis in zijn khaki hemd
en wijde shorts waarin hij met Monty gediend had

waren de korstige toeristen lijken in de woestijn
van het Afrika Korps. Pro Rommel, pro mori.
De regimenten brandies verstijfden op de plank

naast Napoleon's cognac. Geschiedenis
in een stoffige Beefeater's Gin. We namen van deze
groene eilanden als olijven uit een schaal,

snoepten van het vlees, en spogen de pit in een bakje,
zaden van een meloen. Pro honoris causa.
maar voor wiens eer diende die wond aan zijn hoofd?

Dit was hun zaterdag. Niet het café op de hoek,
niet de smeedijzeren Victoria. Hij was eruit gestapt
uit dat hol met middle-class zakken, een oude club

met de dikste billen die een vlo kon vinden,
een replica van de Raj, met gin-en-tonic
van zwarte, in het wit gestoken dienaars, wier oren

het verschil niet hoorden tussen een tweedehands
autoverkoper uit Manchester en de echt neppe
klanken van ex-landgenoten. Hij was geen officier

maar zei tot zijn eigen verbazing dingen als "Luverly,"
"Right-o," en Jezus Christus, "Ta!" in een rieten stoel
met de andere zakken en beantwoordde hun harde volley

in de klassenstrijd. Allemaal leugenaars
die hun afkomst verhulden, het onuitroeibare Cockney,
overdreven ongeduldig. Kleibonken uit Lancashire

verrast door obers, duurder doen dan hun waarde
en hun knierode vrouwen met een dialect als bestek
dat uit de la viel. Voor hén werden de velden van zijn eer,

de woestijnoorlog onder Montgomery
en de lila bloemen onder de kruizen
geconserveerd als augurken in club Victoria.

Hij had de officierstoon gespeeld. Hoewel hij zich schaamde,
had het zich uitbetaald. Het gruis in de keel, de Rover,
al dat soort dingen. De khaki shorts die zijn vergeten verleden

proclameerden. Ach, dat was allemaal voorbij,
maar de klassenstrijd niet, die de doden vernederde
geveld in het zand, voorbij Alexandrië.

Vlaggen gespeld op een kaart. Liggende kruizen
van toeristen uitgestrekt, ver van de rode vlag van de strandwacht,
zoals zijn kameraden onder het zand dat hun ogen sloot.

Waar was het voor nodig geweest? Een krijsende doedelzak.
En waarom ook niet? Oorlogsglorie is voor de legerkapel;
de jongens uit de steden; ze vielen, net als die Yanks,

in een zon, dubbel zo fel, die van Tobruk en Alamein,
hun lichamen zwart in de schaduw van verpletterde tanks,
hun lijken als handdoeken naar de schaduw onder de palmen gesleept.

Die lijnen van de witte branding ruisten als applaudisserende straten
samen met het achtste legioen, toen Montgomery de rug van het
Afrika Korps had gebroken. Kerels in witte lakens

gooiden hun petten als opspattend water toen we Tobruk binnenreden
en ik leunde op de tank toen de doedelzakken krijsten
en achter ons de lachende Tommies. Ik huilde van trots.

Tranen prikten in zijn ogen. Maud reikte langs de schaal
en pakte zijn vingers. Ze kon hem van binnen zien,
het trauma in zijn hoofd. Zijn witte zuster. Zijn officier.