101 lines
No EOL
4.3 KiB
Markdown
101 lines
No EOL
4.3 KiB
Markdown
I
|
|
|
|
In het stormseizoen is het leven altijd zwaarder.<br/>
|
|
Achille zat zonder geld. Zijn maat, Philoctète<br/>
|
|
vond landwerk voor hem. Z'n kano was nu een trog van beton
|
|
|
|
op Plunketts varkensbedrijf. Een bezem zijn riem. Door het natte,<br/>
|
|
ruisende gras naast de weg, met een zak op zijn hoofd,
|
|
liep hij, om geld te besparen zes mijl naar de plantage.
|
|
|
|
Regen sisselde onder het zwarte gebladerte, witte flarden dreven<br/>
|
|
over de getormenteerde velden, de bamboe op de heuvels<br/>
|
|
was geknakt en hij was platzak. In de windvlagen miste hij de geur
|
|
|
|
van de zee. Gelukkig had Plunkett hem een kans gegeven<br/>
|
|
na dat gedoe met Helen en het huis. Koeien loeiden onder bomen,<br/>
|
|
het okeren pad naar het huis zigzagde in stroompjes
|
|
|
|
van zachte, zompige klei, die zich tussen zijn tenen wurmde.<br/>
|
|
Er was geen zon, hij wist het zeker. Geen bloedhete bootrand<br/>
|
|
waar de warme riemen rustten. Geen zee met gebleekte zeilen.
|
|
|
|
In zuigende laarzen schepte hij het voer<br/>
|
|
in de stomende troggen waar de varkens zich verdrongen<br/>
|
|
en sprong weg van de borstelige bonken, die botsten
|
|
|
|
tegen zijn knieën als de houten poort werd geopend.<br/>
|
|
Vervolgens veegde Achille de mest van het cement met een<br/>
|
|
bezem, waarna de verstopte stront door de goot spoelde,
|
|
|
|
wanneer hij de gegalvaniseerde emmer hard tegen de stinkende<br/>
|
|
muur sloeg, en gooide hem nog eens nog harder,<br/>
|
|
in repetitieve woede, als stormkoppen die hard
|
|
|
|
tegen de rotsen slaan, stromend. Van binnen vervloekte hij het gekrijs<br/>
|
|
van de gedoemde paniek van de varkens die onder de stront<br/>
|
|
zaten, hun glibberige poten betraden de poorten van zijn dromen.
|
|
|
|
"Ik mis de zachte noordelijke regen. Ik mis de seizoenen"<br/>
|
|
zuchtte Maud, en ze bedoelde: die klimaat mist subtiliteit<br/>
|
|
Een windvlaag hoorde deze klacht, want nu werd de moesson
|
|
|
|
nog bozer en regende het nog harder, totdat tussen de stal<br/>
|
|
en het ondergelopen terras een ondoordringbare jungle<br/>
|
|
ontstond, die met stijgende monotonie timmerde
|
|
|
|
op de lianen die slingerend op de daken sloegen,<br/>
|
|
oprispingen brullend in de gegalvaniseerde goten.<br/>
|
|
Dan, doornat als papier, waren de heuvels een Chinese prent
|
|
|
|
en ze ontwaarde subtiliteit die ze eerder niet zag.<br/>
|
|
Bamboe stengels. Natte wolk. Boer met strohoed en stok.<br/>
|
|
Varenblad. Witte mist. Meeuw langs frisse waterval.
|
|
|
|
De kaart van de hemel brak open in naties<br/>
|
|
en een zompige flard omhulde de volgeladen maan<br/>
|
|
toen Achille de staarten van paarden zag, voorspellingen
|
|
|
|
van een grommende lucht die elk voorteken onderstreepten -<br/>
|
|
van de weduwsluiers van indigo wolkbreuken<br/>
|
|
tot kaarsen van reigers geschroefd op een zwaaiende tak,
|
|
|
|
dan de vlammende bliksem; in onontwarbare knopen<br/>
|
|
verbrandden termieten hun glazige vleugels die het hete glas<br/>
|
|
van de Coleman lantarens bevlekten en vielen weg als mieren.
|
|
|
|
Dan de volgende dag, de stilte. En daarin roerdompen<br/>
|
|
en meeuwen cirkelend landinwaarts. Dan in de verte<br/>
|
|
het vreemd gele licht. Hij moest eruit voor kerosine
|
|
|
|
in Ma Kilman's drukke winkel, en hij was op de terugweg<br/>
|
|
half blind door haar felle gaslamp, toen een blauw schijnsel<br/>
|
|
de daken verlichtte en de straat verwijdde met een vorkende krak
|
|
|
|
van bliksem, die de reigers in brand zette, razend over de palmen<br/>
|
|
in de kapotbarstende lucht. De fles viel uit zijn handen.<br/>
|
|
Regen op de gegalvaniseerde nacht. Helen in zijn armen.
|
|
|
|
De wind schakelde als een auto met de versnelling<br/>
|
|
van de racende zee. Hij raapte de fles op. Sprintte<br/>
|
|
naar de poort, vocht met de roestige grendel en
|
|
|
|
neerploffende speren van regen smeten hem tegen de deur,<br/>
|
|
maar hij ramde hem open, toen hij het botsen hoorde<br/>
|
|
van duizenden ijzeren spijkers, uitgegoten over de
|
|
|
|
regenopvang op het dak. De wolkengaljoenen vochten<br/>
|
|
met blauw flitsend boordvuur. Achille, nat tot op het bot<br/>
|
|
vulde de lamp en ontstak hem. Hing de koperen
|
|
|
|
lamp uit de wind en rukte zijn shirt uit op het bed.<br/>
|
|
Schaduwen kronkelden vanuit de vlam, het waren bananenbomen<br/>
|
|
die zich een weg worstelden onder het kleine dak boven zijn hoofd.
|
|
|
|
Na enige tijd was hij gewend aan het harde lawaai<br/>
|
|
onder het ijzeren dak. Hij at koude jackfish en bad<br/>
|
|
dat zijn oude kano op het hoge zand in orde was.
|
|
|
|
Hij stelde zich het galjoen voor, diens geest, door de verwarde<br/>
|
|
touwen van de orkaan en doofde de lamp.<br/>
|
|
Hector en Helen. Hij lag in het duister. Klaar wakker. |