omeros/boek1_hoofdstuk6_deel3.md
Sander Hautvast 1e54bc5837 H6
2022-09-13 20:45:21 +02:00

79 lines
3.4 KiB
Markdown

Ver daar op strand, waar de jongen met hem had gereden<br/>
rende de dekhengst wijdbeens. Helen hoorde zijn hoeven<br/>
trommelen door haar blote voeten, keerde om en het onbeteugelde
paard stortte zich met zijn nek als een dolfijn, de hijgende helften<br/>
van zijn borst verwijd door de trillende neusgaten<br/>
als een blaasbalg, water stoof van de gemartelde golven,
terwijl de jongen met een indianenkreet zijn hielen hamerde<br/>
op de ton van de buik de wervelwind<br/>
van dikke rook in, hinnikend, en het geluid van de hengst
brandde haar scalp door de herinnering. Een strijd barstte<br/>
los. Speren van zonlicht landden in het zand,<br/>
het paard verhardde tot hout. Troje brandde en geluidloze
worstelingen van rookpluimende krijgers ontsponnen zich<br/>
uit de opwaaidende sluiers, ze ging, sandalen nog steeds<br/>
aan de hand door die deur van zwarte rook de zon in.
En gisteren was deze delta de Skamander,<br/>
en gewapende schaduwen sprongen van hun paard, en de bronzen noten<br/>
waren helmen, Agammemnoon was de leider
van modderbaardige kapiteins; gisteren ging de zwarte vloot<br/>
daar voor anker in de vlucht van de schaduw, in de nettendraden<br/>
voorbij de branding in de ontmoeting van zee en rivier;
gisteren hoorden de blinde gaten in het drijfhout<br/>
de harpsnaren op de zee, dit witte donder<br/>
bij Barrel of Beef en Seven Seas en een hond
zaten in de schaduw van een wijnbar; een rood zeil betrad<br/>
het drijvende hout van een regengoot en de vage korjaal,<br/>
langzaam als een slak die met zijn vingers de rifknoop ontwart
van een gedeelde horizon, liet een zilveren slijm<br/>
achter zich; gisteren, in die tijdloze zee, <br/>
kleedde het gulden mos van het rif de Argonauten.
Ik zag haar ooit na dat moment op het strand,<br/>
toen haar gezicht m'n hart schokte en die ongelooflijke<br/>
blik me verlamde zodat ik sprakeloos stond,
toen ze omdat de mensen haar buien oncontroleerbaar vonden,<br/>
en haar tong te scherp om te werken als ober<br/>
voor zichzelf begon: een schragentafel met haarspelden en kralen.
Ze tooide met kleurige kralen het vlassige haar van toeristen,<br/>
cane-row style, zat dan apart van de andere verkopers<br/>
op haar limonadekrat, terwijl zij ruzieden als merels
over wie welke handel afgepakt had, in de schaduw<br/>
van de rieten hut met T-shirts en gebloemde sarongs.<br/>
Haar gegroefde gezicht met patronen van donker en licht
tussen de maskers van kokos, de koralen juwelen<br/>
reflecteerden het geduld van de zee. Ooit, toen ik langs<br/>
haar schaduw liep tussen die schaduwen, zag ik de woede
van haar schattende ogen en het voelde weer kil.<br/>
Een panter verborgen in het duister van zijn kooi<br/>
die me naar zijn vorm trok, net als Achille.
Ik stond stil, maar het kostte me alle kracht van de wereld<br/>
haar vorm te benaderen. Wat het kost voor een jager<br/>
om een tak te benaderen, waar een panteres ligt
met licht door de bladeren op haar zwarte zijde. Vóór haar staan<br/>
en doen of ik geinteresseerd was in de koop<br/>
van een T-shirt of masker? Ze keek te verveeld,
en net zoals de panteres niet meer zwaait met haar staart<br/>
en soepel het gras induikt, geeuwde ze en verdween in het<br/>
struikgewas van doeken met palmprints, terwijl ik daar stond
verbijsterd door die kattensouplesse, door hoe vlug<br/>
ze weg was, en achter haar, vibrerende lucht<br/>
doorsneden door haar echo die trilde als een riet.