52 lines
2 KiB
Markdown
52 lines
2 KiB
Markdown
**Hoofdstuk 3**
|
|
|
|
I
|
|
|
|
_"Touchez-i, encore: N'ai fendre choux-ous-ou, salope!"_<br/>
|
|
"Doe dat nog eens en ik trap je kont, bitch!"<br/>
|
|
_"Moi, j'a dire-'ous pas prêter un rien. 'Ous ni shallope,
|
|
|
|
'ous ni seine, 'ous croire 'ous ni choeur campêche?"_<br/>
|
|
"Ik zeg je, leen niets van mij. Je hebt een kano<br/>
|
|
en een net. Wie denk je dat je bent? Koning hardhout?"
|
|
|
|
_"'Ous croire 'ous c'est roi Gros-Îlet? Voleur bomme!"_<br/>
|
|
"Je denkt dat je koning Gros-Îlet bent? Blikkendief!"<br/>
|
|
Dan in het Engels: "I go show you who is king! Come!"
|
|
|
|
Hector stapte uit de schaduw. En Achille, het<br/>
|
|
moment dat hij het kapmes zag, een gek,<br/>
|
|
een gestoorde, verteerd door jaloezie, zette het blikje
|
|
|
|
dat hij uit Hector's korjaal had geleend netjes terug in de boeg<br/>
|
|
van Hectors boot. Daarna veegde Achille die genoeg had van <br/>
|
|
deze idioot zijn eigen mes af en zwaaide ermee.
|
|
|
|
Nu verschenen de dorpelingen uit de groene schaduw<br/>
|
|
van amandelen en lobbige manzanilla bladeren<br/>
|
|
voor het duel dat Hector wilde. Achille liep weg en wachtte
|
|
|
|
naast het lauwe water. Hector beende op hem af.<br/>
|
|
De dorpelingen volgden. De branding verstomde<br/>
|
|
ineengedrongen van angst aan de rand van het strand.
|
|
|
|
Toen regende het ver op zee in een glinsterende bui<br/>
|
|
pijlen vanuit de smaragdgroene golfbreker<br/>
|
|
van het rif, de schachten vlogen met duidelijke kracht
|
|
|
|
in de zon en daarachter, klaar voor de slachting<br/>
|
|
stonden schreeuwende dorpers, een golf van geluid,<br/>
|
|
armen in de lucht richting het licht. Hector rende plenzend
|
|
|
|
door de kreken en de regen naar Achille <br/>
|
|
zijn kapmes geheven. De woedende branding kraste <br/>
|
|
met zijn staart als een briesend hondengevecht. Een man
|
|
|
|
doodt uit woede zelfs zijn eigen broer, maar de gestoorde<br/>
|
|
die Achilles shirt van zijn schouder scheurde<br/>
|
|
verscheurde ook zijn hart. De woede die hij voor Hector voelde
|
|
|
|
was schaamte. Om elkaar te lijf te gaan om een hoosblik<br/>
|
|
volkomen bedekt met roest. Het duel van deze vissers<br/>
|
|
ging over een schaduw, en die heete Helena.
|
|
|