67 lines
No EOL
2.7 KiB
Markdown
67 lines
No EOL
2.7 KiB
Markdown
**Hoofdstuk 2**
|
|
|
|
I
|
|
|
|
Hector was daar. Theofile ook. In dit licht,<br/>
|
|
hebben ze alleen christelijke namen. Placide, Pancreas,<br/>
|
|
Chrysostom, Maljo, Philoctète, met zijn hoofd wit
|
|
|
|
als de opkrullende branding. Ze vervoerden roeiriemen als lansen,<br/>
|
|
plaatsten ze parallel in het graf van de scheepsboorden<br/>
|
|
als man en vrouw. Schepten het blad van de planken van het ruim,
|
|
|
|
ontwarden de knopen van de lichamen van zeilen van meelzak,<br/>
|
|
terwijl Hector, aan de vloedlijn, eventjes dank zei<br/>
|
|
met de zee als een doopvont, voordat hij er inwaade, heupdiep.
|
|
|
|
De rest liep op het zand met gelijkvormige tred<br/>
|
|
behalve schuimharige Philoctète. De wond op zijn scheen<br/>
|
|
nog ongeheeld, als een stralende anemoon. Het was gekomen
|
|
|
|
van een schrapend, roestig anker. Het puntige ijzer<br/>
|
|
sneed zijn huid in een golfslag. Hij boog naar het schuim<br/>
|
|
druppelde er sisselend zout op. Hij zou weer rennen
|
|
|
|
strompelend naar de zinloze schaduw van een amandel,<br/>
|
|
met de tanden op elkaar, zwaaide ze uit in de schaamte<br/>
|
|
van zijn stank, en wéér lieten ze hem achter
|
|
|
|
onder het luipaardende licht. Deze morgen gebeurde<br/>
|
|
hetzelfde gedoe weer opnieuw. Hij voelde de jaap draden<br/>
|
|
trekken tot in zijn kruis. Met zijn hinkelende stap,
|
|
|
|
hand op één knie, verliet hij het gedrukte strand<br/>
|
|
en klauterde de vroege straat op naar Ma Kilman's bar.<br/>
|
|
Ze opende de winkel en zette een fles witte rum naast hem neer.
|
|
|
|
Zijn scheepsmaten zagen hem, haakten toen hun handen als ankers<br/>
|
|
onder de rompen, wiegden ze; de kiel schuurde door droog zand<br/>
|
|
totdat nat zand hem stopte. De riemen deed ratelen
|
|
|
|
die parallel midscheeps lagen; dan, op het geluid<br/>
|
|
van vloeken en gebeden voor de stammen in de vorm van een wig<br/>
|
|
de één na de ander, met rammelende botten
|
|
|
|
gleden de boten naar de knabbelende waterlijn<br/>
|
|
richting de geopende zee. De losse stammen tuimelden<br/>
|
|
in de branding, gesneuveld als strijders in een strijd
|
|
|
|
ergens aangespoeld op de overkant van de wereld.<br/>
|
|
Gedragen naar een plek onder de manzanilla's<br/>
|
|
lagen ze gezicht naar boven, de zon bewoog over hun ogen
|
|
|
|
met de blik van myrmidonen, aan de hiel weggesleept<br/>
|
|
hoog boven de waterlijn waar de spookkrab schuilt.<br/>
|
|
De vissers veegden hun handen. Nu bereden alle kano's
|
|
|
|
de roze golf van de morgen. Ze neigden hun boegen<br/>
|
|
zachtjes, zoals staljongens met paarden doen bij zonsopgang,<br/>
|
|
trekkend aan de lijnen als teugels aan de neus gehaakt -
|
|
|
|
_Prijs Hem, Morgenster, St. Lucia, Licht van mijn ogen_,<br/>
|
|
Gooiden een hoosblik erin en vouwden hun lijven over de<br/>
|
|
dansende rompen, en roeiden, één riem lichtjes naar achter.
|
|
|
|
Hector ontrolde zijn canvas om in te lopen op<br/>
|
|
de meeuwen, hopend op terugkeer vóór die schelpkleurige<br/>
|
|
schemer, wanneer de pelicanen laag overvliegen. |