68 lines
2.7 KiB
Markdown
68 lines
2.7 KiB
Markdown
I
|
|
|
|
Waar was het begonnen? De ijzeren brul van de markt<br/>
|
|
met zijn wassende manen van Mohammedaanse meloenen<br/>
|
|
handenvol bananen uit de kist van een Farao,
|
|
|
|
limoenen van goud als de ballen van Etruskische leeuwen,<br/>
|
|
de dode maan van een starende makreel; het vergroot<br/>
|
|
de pijn langs de stallen, de krulkoppen van kolen
|
|
|
|
op stapels om onvermurwbare Caesars te behagen,<br/>
|
|
op de kop hangende slaven, lege karkassen<br/>
|
|
van gekruisigde rebellen, van villas met oranje daken,
|
|
|
|
lauweren van waterkers en nu langs<br/>
|
|
kleine harten van pepers, sapotillas met tepels<br/>
|
|
van voor conquistadores gevoerde maagden.
|
|
|
|
De stallen op de markt bevatten de historie<br/>
|
|
van de Antillen én die van Rome, de vrucht van een kwaad<br/>
|
|
waar de weegschalen van brons schommelden, alleen in balans
|
|
|
|
onder de ijzeren druk van gewichten, elke bronzen schaal<br/>
|
|
op een horizon balancerend, maar nooit gelijkwaardig,<br/>
|
|
zoals de oude wereld en de nieuwe, zo recht als de dingen kunnen lijken.
|
|
|
|
Ze kwamen van de ijzeren markt. Achille gaf<br/>
|
|
Helen de gevulde mand terug. Ze zei: _"Ba moin!"_<br/>
|
|
"Geef me die!" Achille zei: "Hé, ben ik je slaaf?
|
|
|
|
Ga jij pronken voor de mensen?" Natuurlijk, lachte ze<br/>
|
|
met die harde schaterlach van haar, liep toen vóór<br/>
|
|
hem. En hij, die zich voelde als een achtergelaten hond,
|
|
|
|
snuffelend aan de restjes van haar voetstappen, hoorde opeens<br/>
|
|
zijn eigen stem schallen over de straat. Mensen draaiden<br/>
|
|
hun hoofd naar het geschreeuw. Achille zag de gele jurk
|
|
|
|
opgaan in de omringende menigte. Helen draaide niet om,<br/>
|
|
liep verder met de mand in haar handen. Haar koppigheid<br/>
|
|
maakte hem gek. Haalde haar in. Probeerde
|
|
|
|
de mand af te pakken. Maar ze rukte hem terug.<br/>
|
|
"Je bent niet mijn slaaf!" zei ze. Hij zei: "Mijn handen zijn moe."<br/>
|
|
Hij volgde haar naar dat deel van de haven
|
|
|
|
langs de houtskoolverkopers, waar vrachtwagens reden<br/>
|
|
als strijdwagens met stompe neuzen, starend, de brom<br/>
|
|
van stationaire motoren. Ze stopte en in haar ontlaadde
|
|
|
|
een woedende kreet: "Ga weg, kleine jongen!" Achille ramde haar<br/>
|
|
tegen een deur. Tegenover hem een panter. Klauwen<br/>
|
|
harkten in een flits langs zijn gezicht; Greep hij een arm,
|
|
|
|
en scherpe tanden beten in zijn knokkels, klauwden zijn mooie kleren,<br/>
|
|
en hij op zijn beurt verscheurde in razernij de gele jurk.<br/>
|
|
Hector, wiens wagen het was, liet haar erin.
|
|
|
|
een dompteur die de panter terug in zijn hok deed.<br/>
|
|
Achille voelde de trots uit zijn lichaam stromen,<br/>
|
|
terwijl de menigte tussen hen in kwam te staan.
|
|
|
|
Achille had tranen in zijn ogen. Kon het niet verbergen.<br/>
|
|
Haar arm bewoog, toen Hector naast haar ging zitten.<br/>
|
|
De wagen stoof door de haven. Achille raapte het fruit bij elkaar.
|
|
|
|
|
|
|