added linebreaks
This commit is contained in:
parent
121467efc8
commit
10ba56e0b3
8 changed files with 254 additions and 256 deletions
|
|
@ -4,90 +4,90 @@
|
|||
|
||||
deel 1
|
||||
|
||||
"Dus zó, op een morgen, sneden we die kano's."
|
||||
Philoctète glimlacht naar de toeristen, die proberen
|
||||
zijn ziel met camera's te vangen. "Als de wind nieuws brengt
|
||||
"Dus zó maakten we vroeger die kano's."<br/>
|
||||
Philoctète glimlacht naar de toeristen, die proberen<br/>
|
||||
zijn ziel met camera's te vangen. "Als de wind het nieuws brengt
|
||||
|
||||
naar de _laurier-canelles_, trillen hun bladeren
|
||||
het moment dat de bijl van zonlicht de ceders raakt
|
||||
naar de _laurier-canelles_, gaan hun bladeren trillen<br/>
|
||||
het moment dat de bijl van zonlicht de ceders raakt<br/>
|
||||
omdat ze de bijl in onze eigen ogen konden zien.
|
||||
|
||||
Wind, hef de varens. Ze klinken als de zee die ons voedt,
|
||||
ons leven als vissers. En de varens knikten: 'Ja,
|
||||
Wind, hef de varens. Ze klinken als de zee die ons voedt,<br/>
|
||||
ons leven als vissers. En de varens knikten: 'Ja,<br/>
|
||||
de bomen moeten dood.' De vuisten strak in de zakken,
|
||||
|
||||
want de hoogten waren fris en onze adem maakte veren
|
||||
als de mist, we delen de rum. Eenmaal terug,
|
||||
want de hoogten waren fris en onze adem maakte veren<br/>
|
||||
als de mist, we delen de rum. Eenmaal terug, <br/>
|
||||
gaf het ons de geest in moordenaars te veranderen.
|
||||
|
||||
Ik hef de bijl en bid om kracht in mijn handen
|
||||
om de eerste ceder te raken. Dauw vult mijn ogen,
|
||||
Ik hef de bijl en bid om kracht in mijn handen<br/>
|
||||
om de eerste ceder te raken. Dauw vult mijn ogen,<br/>
|
||||
maar ik vuur nog een witte rum. Vooruit dan."
|
||||
|
||||
Voor wat extra zilver, onder een zee amandel
|
||||
toont hij een litteken door een roestig anker,
|
||||
Voor wat extra zilver, onder een zee amandel<br/>
|
||||
toont hij een litteken door een roestig anker,<br/>
|
||||
rolt één broekspijp op met de rijzende klacht
|
||||
|
||||
van een schelp. Het is gerimpeld als de corona
|
||||
van een zeeëgel. Hij zegt niet hoe het geheeld is.
|
||||
van een schelp. Het is gerimpeld als de corona<br/>
|
||||
van een zeeëgel. Hij zegt niet hoe het geheeld is.<br/>
|
||||
"Er zijn dingen" - hij glimlacht - "meer waard dan een dollar."
|
||||
|
||||
Hij liet het aan de kletsende waterval
|
||||
om zijn geheim te te schenken aan La Sorcière , sinds
|
||||
Hij liet het aan de kletsende waterval<br/>
|
||||
om zijn geheim te te schenken aan La Sorcière , sinds<br/>
|
||||
de hoge laurieren voor de roep van de duif vielen
|
||||
|
||||
om zijn zang te geven aan de blauwe stille bergen
|
||||
waar praatgrage stroopmjes het dragen tot bij de zee
|
||||
om zijn zang te geven aan de blauwe stille bergen<br/>
|
||||
waar praatgrage stroopmjes het dragen tot bij de zee<br/>
|
||||
in stilstaande poelen waar voorntjes door schieten
|
||||
|
||||
en een reiger rietstengels kruist met een roestige kreet
|
||||
de modder steekt en steekt een voet geheven.
|
||||
en een reiger rietstengels kruist met een roestige kreet<br/>
|
||||
de modder steekt en steekt een voet geheven.<br/>
|
||||
Dan wordt de stilte doormidden gezaagd door een waterjuffer
|
||||
|
||||
als alen hun naam schrijven in het heldere zand
|
||||
waar de zon de rivier zijn herinnering beschijnt
|
||||
als alen hun naam schrijven in het heldere zand<br/>
|
||||
waar de zon de rivier zijn herinnering beschijnt<br/>
|
||||
en golven grote varens knikken naar de zee zijn zang.
|
||||
|
||||
Hoewel vuur de aarde vergeet van waar het oprijst,
|
||||
en netels de holen bedekken waar de laurieren vielen,
|
||||
Hoewel vuur de aarde vergeet van waar het oprijst,<br/>
|
||||
en netels de holen bedekken waar de laurieren vielen,<br/>
|
||||
hoort de leguaan de bijlen, wolk in de ogen
|
||||
|
||||
op zijn verloren naam, toen het kruipende eiland
|
||||
"Iounalao" heette, "Waar de leguaan woont."
|
||||
op zijn verloren naam, toen het kruipende eiland<br/>
|
||||
"Iounalao" heette, "Waar de leguaan woont."<br/>
|
||||
Maar, hij neemt zijn tijd, de leguaan klimt
|
||||
|
||||
in het scheepstuig van klimop, keelzak opgezet,
|
||||
schouders in de zij, zijn eigenwijze staart
|
||||
in het scheepstuig van klimop, keelzak opgezet,<br/>
|
||||
schouders in de zij, zijn eigenwijze staart<br/>
|
||||
bewegend met het eiland. De gespleten peulen van zijn ogen
|
||||
|
||||
gerijpt in een slaap die eeuwen duurde,
|
||||
die opklom met de rook van de Arowakken, tot een nieuw ras
|
||||
gerijpt in een slaap die eeuwen duurde,<br/>
|
||||
die opklom met de rook van de Arowakken, tot een nieuw ras<br/>
|
||||
dat de hagedis niet kende, de bomen stond op te meten.
|
||||
|
||||
Dit waren de zuilen die vielen, een blauwe ruimte
|
||||
voor een nieuwe God, waar de oude goden stonden.
|
||||
Dit waren de zuilen die vielen, een blauwe ruimte<br/>
|
||||
voor een nieuwe God, waar de oude goden stonden.<br/>
|
||||
De eerste god was een gomboom. De generator
|
||||
|
||||
begint met gejammer, en een haai die de kaak opzij heeft
|
||||
joeg de snippers als makrelen over het water
|
||||
begint met gejammer, en een haai die de kaak opzij heeft<br/>
|
||||
joeg de snippers als makrelen over het water<br/>
|
||||
in de trillende planten. Nu zetten ze de zaag stil,
|
||||
|
||||
nog heet trillend om de verse wond te bekijken.
|
||||
Ze schraapten de mossige woekeringen weg, en trokken
|
||||
nog heet trillend om de verse wond te bekijken.<br/>
|
||||
Ze schraapten de mossige woekeringen weg, en trokken<br/>
|
||||
de wond vrij van het bladernet waarmee het verbonden was
|
||||
|
||||
met deze aarde, en knikten. De generator sloeg
|
||||
aan het werk en de snippers vlogen nog sneller en
|
||||
met deze aarde, en knikten. De generator sloeg <br/>
|
||||
aan het werk en de snippers vlogen nog sneller en <br/>
|
||||
de haaietanden beten gelijkmatig. Ze bedekten de ogen
|
||||
|
||||
om het versplinterde nest. Nu over de weides
|
||||
met bananen, hees het eiland de horens. Zonlicht
|
||||
om het versplinterde nest. Nu over de weides<br/>
|
||||
met bananen, hees het eiland de horens. Zonlicht<br/>
|
||||
druppelde op de valleien, bloed spatte op de ceders.
|
||||
|
||||
en over de struiken stroomde licht van een offer.
|
||||
Een gomboom kraakte. Zijn bladeren een enorme
|
||||
en over de struiken stroomde licht van een offer.<br/>
|
||||
Een gomboom kraakte. Zijn bladeren een enorme<br/>
|
||||
tarp zonder stokken. Het krakend geluid
|
||||
|
||||
deed de vissers terugdeinzen, de mast helde over
|
||||
leunde langzaam richting de troggen van varens, en de grond
|
||||
deed de vissers terugdeinzen, de mast helde over<br/>
|
||||
leunde langzaam richting de troggen van varens, en de grond<br/>
|
||||
trilde onder de voeten in golven, toen waren de golven voorbij.
|
||||
|
|
@ -1,81 +1,81 @@
|
|||
deel 2
|
||||
|
||||
Achille keek op van het gat dat de laurier achterliet.
|
||||
Hij zag het gat zacht helen met het schuim
|
||||
Achille keek op van het gat dat de laurier achterliet.<br/>
|
||||
Hij zag het gat zacht helen met het schuim<br/>
|
||||
van een wolk als een breker. Toen zag hij de vlugge zwaluw
|
||||
|
||||
surfend over de branding-wolk, een klein ding, ver van huis,
|
||||
verward door de golvende blauwe heuvels. Een doornstruik
|
||||
surfend over de branding-wolk, een klein ding, ver van huis,<br/>
|
||||
verward door de golvende blauwe heuvels. Een doornstruik<br/>
|
||||
greep zijn hiel. Hij rukte zich los. Om hem heen werden meer schepen
|
||||
|
||||
gevormd door de zaag. Met zijn kapmes maakte hij
|
||||
vlug een kruis, zijn duim raakte zijn lippen
|
||||
gevormd door de zaag. Met zijn kapmes maakte hij <br/>
|
||||
vlug een kruis, zijn duim raakte zijn lippen<br/>
|
||||
terwijl de bijlen de hoogte in rinkelden. Hij zwaaide het ijzer,
|
||||
|
||||
en hakte de armen van de dode god, knoest na knoest,
|
||||
wrikte de aders los van de stronk terwijl hij bad:
|
||||
en hakte de armen van de dode god, knoest na knoest,<br/>
|
||||
wrikte de aders los van de stronk terwijl hij bad:<br/>
|
||||
"Boom! Jij kunt een kano zijn. Of anders kun je het niet!"
|
||||
|
||||
De bebaarde ouderen verdroegen de decimatie
|
||||
van hun volk zonder een woord te uiten
|
||||
De bebaarde ouderen verdroegen de decimatie<br/>
|
||||
van hun volk zonder een woord te uiten<br/>
|
||||
in de taal die ze spraken als één natie,
|
||||
|
||||
de taal die ze hun jonge scheuten leerden: van gebabbel in de torens
|
||||
van de ceders tot groene klinkers van de _bois-campēche_.
|
||||
de taal die ze hun jonge scheuten leerden: van gebabbel in de torens<br/>
|
||||
van de ceders tot groene klinkers van de _bois-campēche_.<br/>
|
||||
De _bois-flot_ hield zijn mond net als de _laurier-cannelle_,
|
||||
|
||||
de roodhuidige _logwood_ verdroeg de doorns in zijn vlees,
|
||||
terwijl het Arowakse dialect krakeelde in de geur
|
||||
de roodhuidige _logwood_ verdroeg de doorns in zijn vlees,<br/>
|
||||
terwijl het Arowakse dialect krakeelde in de geur<br/>
|
||||
van een harsig kampvuur dat de bladeren bruin kleurde
|
||||
|
||||
met krullende tongen, dan as, en hun taal ging verloren.
|
||||
Als barbaren die over de zuilen stappen die ze gevloerd hebben
|
||||
met krullende tongen, dan as, en hun taal ging verloren.<br/>
|
||||
Als barbaren die over de zuilen stappen die ze gevloerd hebben<br/>
|
||||
schreeuwden de vissers. De goden waren eindelijk gevallen.
|
||||
|
||||
Als dwergen hakten ze de stammen van gerimpelde reuzen,
|
||||
voor peddels en riemen. Ze werkten met dezelfde
|
||||
Als dwergen hakten ze de stammen van gerimpelde reuzen,<br/>
|
||||
voor peddels en riemen. Ze werkten met dezelfde <br/>
|
||||
concentratie als een leger vuurmieren.
|
||||
|
||||
Maar woedende muggen, kwaad door de rook
|
||||
voor het onteren van hun bos, bleven Achille steken.
|
||||
Maar woedende muggen, kwaad door de rook <br/>
|
||||
voor het onteren van hun bos, bleven Achille steken.<br/>
|
||||
Hij wreef rum op zijn polsen opdat ze
|
||||
|
||||
platgeslagen tot sterren tenminste dronken zouden sterven.
|
||||
Ze gingen voor zijn ogen. Omsingelend in een aanval
|
||||
platgeslagen tot sterren tenminste dronken zouden sterven.<br/>
|
||||
Ze gingen voor zijn ogen. Omsingelend in een aanval<br/>
|
||||
die hem tot blinde tranen dreef. Hij trok zich terug
|
||||
|
||||
naar de hoge bamboe als de Arowak schutters
|
||||
vluchtend voor de musketten van krakende stammen
|
||||
naar de hoge bamboe als de Arowak schutters<br/>
|
||||
vluchtend voor de musketten van krakende stammen<br/>
|
||||
geleid door het vuur en de woedende bijl
|
||||
|
||||
die hakt op de takken. De mannnen bonden de dikke stammen eerst
|
||||
met verse hennep en rolden ze als mieren naar een klif
|
||||
die hakt op de takken. De mannnen bonden de dikke stammen eerst<br/>
|
||||
met verse hennep en rolden ze als mieren naar een klif<br/>
|
||||
om langs de hoge netels neer te storten. Ze kregen die dorst
|
||||
|
||||
naar de zee vanwaar hun bebladerde lijven waren geboren.
|
||||
Nu ploegden in hun haast om kano's te worden
|
||||
naar de zee vanwaar hun bebladerde lijven waren geboren.<br/>
|
||||
Nu ploegden in hun haast om kano's te worden <br/>
|
||||
de stammen door golfbrekers van struiken, en maakten gaten
|
||||
|
||||
van keien, ze voelden geen dood in zichzelf, maar nut -
|
||||
de zee te bedekken, rompen te zijn. Dan, op het strand, kregen ze
|
||||
van keien, ze voelden geen dood in zichzelf, maar nut -<br/>
|
||||
de zee te bedekken, rompen te zijn. Dan, op het strand, <br/>kregen ze
|
||||
houtskool in hun holtes, uitgehakt door houwelen.
|
||||
|
||||
Een oplegger had hun gebonden lijven gedragen.
|
||||
Het smeulende houtskool doorboorde dagenlang de korjalen
|
||||
Een oplegger had hun gebonden lijven gedragen.<br/>
|
||||
Het smeulende houtskool doorboorde dagenlang de korjalen<br/>
|
||||
totdat de hitte het hout wijd genoeg had gemaakt met spanten en boorden.
|
||||
|
||||
Onder zijn kloppende beitel voelde Achille hun holtes
|
||||
ademen om de zee te voelen, reikend naar de waas van
|
||||
Onder zijn kloppende beitel voelde Achille hun holtes<br/>
|
||||
ademen om de zee te voelen, reikend naar de waas van<br/>
|
||||
vogels op een zandbank, de snavels van hun gekliefde boegdelen.
|
||||
|
||||
Toen paste alles. De bootjes kropen over het zand
|
||||
als honden met een tak in de bek. De priester
|
||||
Toen paste alles. De bootjes kropen over het zand<br/>
|
||||
als honden met een tak in de bek. De priester<br/>
|
||||
besprenkelde hen met een klok. Toen maakte hij het zwaluwteken.
|
||||
|
||||
Toen hij lachte om Achilles kano, _In God we troust_,
|
||||
Zei Achille: "Laat het! Het is God's spelling en de mijne."
|
||||
Toen hij lachte om Achilles kano, _In God we troust_,<br/>
|
||||
Zei Achille: "Laat het! Het is God's spelling en de mijne."<br/>
|
||||
Na de mis, op een morgen, enterden de kano's de laagten
|
||||
|
||||
de ondieptes in koorhemd en hun knikkende korjalen
|
||||
kwamen overeen met de golven hun leven als boom te vergeten;
|
||||
de ondieptes in koorhemd en hun knikkende korjalen<br/>
|
||||
kwamen overeen met de golven hun leven als boom te vergeten;<br/>
|
||||
één diende Hector, een ander Achilles.
|
||||
|
|
|
|||
|
|
@ -1,31 +1,31 @@
|
|||
Achille piste in het donker, sloot toen de onderdeur.
|
||||
Hij was roestig van de zeebries. Hij tilde de vispan
|
||||
Achille piste in het donker, sloot toen de onderdeur.<br/>
|
||||
Hij was roestig van de zeebries. Hij tilde de vispan<br/>
|
||||
met de krab van een hand; in een hol onder de hut
|
||||
|
||||
verborg hij de betonnen stap. Terwijl hij de opslag naderde,
|
||||
zoutte de ochtendbries hem lopend door de grijze straat
|
||||
verborg hij de betonnen stap. Terwijl hij de opslag naderde,<br/>
|
||||
zoutte de ochtendbries hem lopend door de grijze straat<br/>
|
||||
langs slaapvaste huizen onder natrium stroken
|
||||
|
||||
van straatlampen, naar het droge asfalt dat zijn tenen schraapte
|
||||
telde hij de blauwe vonken van enkele sterren.
|
||||
van straatlampen, naar het droge asfalt dat zijn tenen schraapte<br/>
|
||||
telde hij de blauwe vonken van enkele sterren.<br/>
|
||||
Bananenblad knikte naar de golvende
|
||||
|
||||
woede van hanen, hun kreten krijtend als rode kalk
|
||||
die heuvels op een bord tekent. Als zijn leraar, wachtend,
|
||||
woede van hanen, hun kreten krijtend als rode kalk<br/>
|
||||
die heuvels op een bord tekent. Als zijn leraar, wachtend,<br/>
|
||||
schuurde de branding zijn vaste tred.
|
||||
|
||||
Toen ze elkaar zagen bij de muur van het betonnen kot
|
||||
was de morgenster teruggestapt, haatte de geur
|
||||
Toen ze elkaar zagen bij de muur van het betonnen kot<br/>
|
||||
was de morgenster teruggestapt, haatte de geur<br/>
|
||||
van netten en visdarm; het licht was hard van boven
|
||||
|
||||
en er was een horizon. Hij legde het net bij de deur
|
||||
van de opslag en waste zijn handen in de bak.
|
||||
en er was een horizon. Hij legde het net bij de deur<br/>
|
||||
van de opslag en waste zijn handen in de bak.<br/>
|
||||
De branding verhief zijn stem niet. Zelfs de magere honden
|
||||
|
||||
rond de kano's waren kalm. Een fles absinthe
|
||||
ging rond bij de vissers, maakten smakkende geluiden
|
||||
rond de kano's waren kalm. Een fles absinthe<br/>
|
||||
ging rond bij de vissers, maakten smakkende geluiden<br/>
|
||||
en schudden door de bittere bast waarvan het gebrouwen was.
|
||||
|
||||
Dit was het licht waar Achille gelukkig in was.
|
||||
Als, voordat hun handen de boorden vastpakten, ze voor
|
||||
Dit was het licht waar Achille gelukkig in was.<br/>
|
||||
Als, voordat hun handen de boorden vastpakten, ze voor<br/>
|
||||
de zee wijdsheid stonden, klaar voor de dag.
|
||||
|
|
|
|||
|
|
@ -1,65 +1,65 @@
|
|||
I
|
||||
|
||||
Hector was er. Theofile ook. In dit licht,
|
||||
hebben ze alleen christelijke namen. Placide, Pancreas,
|
||||
Hector was er. Theofile ook. In dit licht,<br/>
|
||||
hebben ze alleen christelijke namen. Placide, Pancreas,<br/>
|
||||
Chrysostom, Maljo, Philoctète, met zijn hoofd wit
|
||||
|
||||
als gekrulde branding. Ze verscheepten riemen als lansen,
|
||||
plaatsen ze parallel in het graf van de scheepsboorden
|
||||
als gekrulde branding. Ze verscheepten riemen als lansen,<br/>
|
||||
plaatsen ze parallel in het graf van de scheepsboorden<br/>
|
||||
als man en vrouw. Schepten het vieze blad van de planken,
|
||||
|
||||
openden knopen van de lichamen van meelzak zeilen,
|
||||
terwijl Hector, aan de vloedlijn, kort dank zei
|
||||
openden knopen van de lichamen van meelzak zeilen,<br/>
|
||||
terwijl Hector, aan de vloedlijn, kort dank zei<br/>
|
||||
met de zee als doopvont, voordat hij heupdiep, erin waadde.
|
||||
|
||||
De rest liep op het strand met gelijke tred
|
||||
behalve schuimharige Philoctète. De wond op zijn scheen
|
||||
De rest liep op het strand met gelijke tred<br/>
|
||||
behalve schuimharige Philoctète. De wond op zijn scheen<br/>
|
||||
nog ongeheeld, als een stralende anemoon. Het was
|
||||
|
||||
van een schrapend, roestig anker. Het puntige ijzer
|
||||
sneed zijn huid in een golfslag. Hij boog naar het schuim
|
||||
van een schrapend, roestig anker. Het puntige ijzer<br/>
|
||||
sneed zijn huid in een golfslag. Hij boog naar het schuim<br/>
|
||||
druppelde er sisselend zout op. Hij zou weer rennen
|
||||
|
||||
strompelend naar de zinloze schaduw van een amandel,
|
||||
met de tanden op elkaar, zwaaide ze uit in de schaamte
|
||||
strompelend naar de zinloze schaduw van een amandel,<br/>
|
||||
met de tanden op elkaar, zwaaide ze uit in de schaamte<br/>
|
||||
van zijn stank, en wéér lieten ze hem achter
|
||||
|
||||
onder het luipaarden licht. Deze morgen gebeurde
|
||||
dezelfde gedoe weer opnieuw. Hij voelde de jaap draden
|
||||
onder het luipaarden licht. Deze morgen gebeurde<br/>
|
||||
dezelfde gedoe weer opnieuw. Hij voelde de jaap draden<br/>
|
||||
trekken tot in zijn kruis. Met zijn hinkelende stap
|
||||
|
||||
hand op één knie, verliet hij het gedrukte strand
|
||||
en klauterde de vroege straat naar Ma Kilman's bar.
|
||||
hand op één knie, verliet hij het gedrukte strand<br/>
|
||||
en klauterde de vroege straat naar Ma Kilman's bar.<br/>
|
||||
Ze opende de winkel en zette de witte rum bij de hand.
|
||||
|
||||
Zijn scheepsmaten zagen hem, haakten toen hun handen als ankers
|
||||
onder de romp, wiegden ze; de kiel schuurde door droog zand
|
||||
Zijn scheepsmaten zagen hem, haakten toen hun handen als ankers<br/>
|
||||
onder de romp, wiegden ze; de kiel schuurde door droog zand<br/>
|
||||
totdat nat zand hem stopte. De riemen deed ratelen
|
||||
|
||||
die parallel midscheeps lagen; dan, op het geluid
|
||||
van vloeken en gebeden voor de stammen in de vorm van een wig
|
||||
die parallel midscheeps lagen; dan, op het geluid<br/>
|
||||
van vloeken en gebeden voor de stammen in de vorm van een wig<br/>
|
||||
de één na de ander, met rammelende botten
|
||||
|
||||
gleden de boten naar de knabbelende waterlijn
|
||||
richting de geopende zee. De losse stammen tuimelden
|
||||
gleden de boten naar de knabbelende waterlijn<br/>
|
||||
richting de geopende zee. De losse stammen tuimelden<br/>
|
||||
in de branding, gesneuveld als strijders in een strijd
|
||||
|
||||
ergens aangespoeld op de overkant van de wereld.
|
||||
Gedragen naar een plek onder de manzanilla's
|
||||
ergens aangespoeld op de overkant van de wereld.<br/>
|
||||
Gedragen naar een plek onder de manzanilla's<br/>
|
||||
lagen ze gezicht naar boven, de zon bewoog over hun ogen
|
||||
|
||||
met de blik van myrmidonen, aan de hiel weggesleept
|
||||
hoog boven de waterlijn waar de spookkrab schuilt.x
|
||||
met de blik van myrmidonen, aan de hiel weggesleept<br/>
|
||||
hoog boven de waterlijn waar de spookkrab schuilt.<br/>
|
||||
De vissers veegden hun handen. Nu bereden alle kano's
|
||||
|
||||
de roze golf van de morgen. Ze neigden hun boegen
|
||||
zachtjes, zoals staljongens met paarden doen bij zonsopgang,
|
||||
de roze golf van de morgen. Ze neigden hun boegen<br/>
|
||||
zachtjes, zoals staljongens met paarden doen bij zonsopgang,<br/>
|
||||
trekkend aan de lijnen als teugels aan de neus gehaakt -
|
||||
|
||||
_Prijs Hem, Morgenster, St. Lucia, Licht van mijn ogen_,
|
||||
Gooiden een hoosblik erin en vouwden hun lijven over de
|
||||
_Prijs Hem, Morgenster, St. Lucia, Licht van mijn ogen_,<br/>
|
||||
Gooiden een hoosblik erin en vouwden hun lijven over de<br/>
|
||||
dansende rompen, en roeiden, één riem lichtjes naar achter.
|
||||
|
||||
Hector ontrolde zijn canvas om in te lopen op
|
||||
de meeuwen, hopend op terugkeer vóór die schelpkleurige
|
||||
Hector ontrolde zijn canvas om in te lopen op<br/>
|
||||
de meeuwen, hopend op terugkeer vóór die schelpkleurige<br/>
|
||||
schemer, wanneer de pelicanen laag overvliegen.
|
||||
|
|
@ -1,89 +1,89 @@
|
|||
II
|
||||
|
||||
In het haldfuister stond Seven Seas op en maakte koffie
|
||||
Zonlicht was bezig de ring van de horizon te verwarmen
|
||||
In het haldfuister stond Seven Seas op en maakte koffie<br/>
|
||||
Zonlicht was bezig de ring van de horizon te verwarmen<br/>
|
||||
en wolken rezen als broden. In de hitte van de
|
||||
|
||||
gloeiende ijzeren roos schoof hij de pan op de
|
||||
ring en zette hem vast. De pan trilde
|
||||
gloeiende ijzeren roos schoof hij de pan op de <br/>
|
||||
ring en zette hem vast. De pan trilde<br/>
|
||||
door het gewicht van het water, kwam toen tot rust.
|
||||
|
||||
Zijn ketel lekte. Tastend greep hij de ijzeren stoel en nam
|
||||
plaats naast de pan, om te horen als het borrelde.
|
||||
Zijn ketel lekte. Tastend greep hij de ijzeren stoel en nam<br/>
|
||||
plaats naast de pan, om te horen als het borrelde.<br/>
|
||||
Het zou koken, maar niet gillen als de scheepsfluit
|
||||
|
||||
om te zeggen dat het klaar was. Hij hoorde de hond
|
||||
janken onder de planken van zijn huis, zijn staart
|
||||
om te zeggen dat het klaar was. Hij hoorde de hond<br/>
|
||||
janken onder de planken van zijn huis, zijn staart<br/>
|
||||
kloppen de deur, maar hij benijdde de korjalen
|
||||
|
||||
nu al mijlen ver op zee. Nu hoorde hij de eerste bries
|
||||
over de bladen van de zeeamandel spoelen. Vanacht was er
|
||||
nu al mijlen ver op zee. Nu hoorde hij de eerste bries<br/>
|
||||
over de bladen van de zeeamandel spoelen. Vanacht was er<br/>
|
||||
een volle maan, wit als zijn bord. Hij zag met zijn oren.
|
||||
|
||||
Hij warmde op met de daken in de klimmende zon.
|
||||
Sinds de ziekte zijn zicht had vernietigd,
|
||||
Hij warmde op met de daken in de klimmende zon.<br/>
|
||||
Sinds de ziekte zijn zicht had vernietigd,<br/>
|
||||
zonsondergang de zee de hand schudde voor het laatst -
|
||||
|
||||
en een inwaarts duister groeide waar de maan en de zon
|
||||
onmerkbaar verschilden - hij bewoog op een zesde zintuig
|
||||
en een inwaarts duister groeide waar de maan en de zon<br/>
|
||||
onmerkbaar verschilden - hij bewoog op een zesde zintuig<br/>
|
||||
zoals de maan zonder secondewijzer,
|
||||
|
||||
schoongeveegd als het bord dat hij nu waste
|
||||
terwijl de pan borrelde; blindheid was niet het einde.
|
||||
schoongeveegd als het bord dat hij nu waste<br/>
|
||||
terwijl de pan borrelde; blindheid was niet het einde.<br/>
|
||||
Het was geen strandpalm als zonnewijzer op het middaguur.
|
||||
|
||||
Hij voelde de zon kruipen over zijn polsen
|
||||
Het bewoog als een kat langs de hekken
|
||||
Hij voelde de zon kruipen over zijn polsen<br/>
|
||||
Het bewoog als een kat langs de hekken<br/>
|
||||
van een zandweggetje. Hij voelde het loskomen
|
||||
|
||||
van de broodvruchtboom in zijn tuin, langs het hekwerk
|
||||
van de korte ijzeren brug als een harp, zijn stralen
|
||||
van de broodvruchtboom in zijn tuin, langs het hekwerk<br/>
|
||||
van de korte ijzeren brug als een harp, zijn stralen<br/>
|
||||
rimpelend in het water. Hij zag de lagune
|
||||
|
||||
achter de kerk en erin, een vastgezet bekken,
|
||||
een roestig emaillen beeld van de maan.
|
||||
achter de kerk en erin, een vastgezet bekken,<br/>
|
||||
een roestig emaillen beeld van de maan.<br/>
|
||||
Hij draaide de lichtkrans uit onder de pan.
|
||||
|
||||
De hond krabbelde aan de keukendeur, wilde erin,
|
||||
maar hij liet hem wachten. Hij trommelde op de keukentafel
|
||||
De hond krabbelde aan de keukendeur, wilde erin,<br/>
|
||||
maar hij liet hem wachten. Hij trommelde op de keukentafel<br/>
|
||||
met zijn vingers. Ruziende merels aan het ontbijt.
|
||||
|
||||
Behalve één hand zat hij doodstil,
|
||||
met zijn ei-witte ogen, vingers gravend in het verleden
|
||||
Behalve één hand zat hij doodstil,<br/>
|
||||
met zijn ei-witte ogen, vingers gravend in het verleden<br/>
|
||||
van een andere zee, gemeten met roeispanen.
|
||||
|
||||
O open deze dag met het geluid van de zeeschelp, Omeros,
|
||||
zoals je deed in mijn jeugd, toen ik een woord was
|
||||
O open deze dag met het geluid van de zeeschelp, Omeros,<br/>
|
||||
zoals je deed in mijn jeugd, toen ik een woord was<br/>
|
||||
zacht uitgeademd langs de tong van het zonlicht.
|
||||
|
||||
Een leguaan op een zeedam wierp zijn vraag op
|
||||
voor de wakende zee en een net van gouden mos
|
||||
Een leguaan op een zeedam wierp zijn vraag op<br/>
|
||||
voor de wakende zee en een net van gouden mos<br/>
|
||||
lichtte het rif op, dat de zeilen van de verre kano's
|
||||
|
||||
ontweken. Alleen in jou, door de eeuwen
|
||||
van de perkamenten zeekaart, kan ik het geluid vangen
|
||||
ontweken. Alleen in jou, door de eeuwen<br/>
|
||||
van de perkamenten zeekaart, kan ik het geluid vangen<br/>
|
||||
van de vloedlijn die schuifelt als de vacht
|
||||
|
||||
van de kudde bij de vuurtoren, die Cycloop met zijn blinde oog
|
||||
gesloten voor zonlicht. Toen waren de kano's galeien
|
||||
van de kudde bij de vuurtoren, die Cycloop met zijn blinde oog<br/>
|
||||
gesloten voor zonlicht. Toen waren de kano's galeien<br/>
|
||||
waarover een fregat langzaam zijn afgekapte vleugels bewoog.
|
||||
|
||||
In jou raadden de zaden van grijze amandelen de vorm van de boom
|
||||
en de druivenbladeren roestig als gekartelde eilanden,
|
||||
In jou raadden de zaden van grijze amandelen de vorm van de boom<br/>
|
||||
en de druivenbladeren roestig als gekartelde eilanden,<br/>
|
||||
en de blinde vuurtoren, die de rand van de kaap voelde,
|
||||
|
||||
een stilstaande reus, een marmeren wolk in de hand,
|
||||
klaar om de rots uiteen te laten spatten in stralende
|
||||
een stilstaande reus, een marmeren wolk in de hand,<br/>
|
||||
klaar om de rots uiteen te laten spatten in stralende<br/>
|
||||
sterren; toen haalde een zwarte visser, met gestoppelde kin
|
||||
|
||||
ruw als een zeeëgel, zijn meelzakken
|
||||
zeil op een bamboe paal en zocht de openingszin
|
||||
ruw als een zeeëgel, zijn meelzakken<br/>
|
||||
zeil op een bamboe paal en zocht de openingszin<br/>
|
||||
van onze epische horizon; nu kijk ik terug
|
||||
|
||||
naar rotsen die hun voet zien, als licht de golven vangt
|
||||
en holle bomen uitvaren met ebbenhouten kapiteins,
|
||||
naar rotsen die hun voet zien, als licht de golven vangt<br/>
|
||||
en holle bomen uitvaren met ebbenhouten kapiteins,<br/>
|
||||
want het was jouw licht dat onze werven beroerde,
|
||||
|
||||
waar schoeners ijdel afgemeerd lagen aan kaapstanders.
|
||||
Een windvlaag bladert de havenboeken terug naar de stem
|
||||
waar schoeners ijdel afgemeerd lagen aan kaapstanders.<br/>
|
||||
Een windvlaag bladert de havenboeken terug naar de stem<br/>
|
||||
die humde in de vaas van de keel van een vrouw: "Omeros."
|
||||
|
|
|
|||
|
|
@ -1,57 +1,57 @@
|
|||
III
|
||||
|
||||
"Omeros," lachte ze. "Zo noemden we hem in het Grieks,"
|
||||
zijn kleine buste strelend, met de gebroken neus als een bokser,
|
||||
"Omeros," lachte ze. "Zo noemden we hem in het Grieks,"<br/>
|
||||
zijn kleine buste strelend, met de gebroken neus als een bokser,<br/>
|
||||
en ik dacht aan Seven Seas, die in de stank
|
||||
|
||||
van drogende visnetten de klank van het strand beluisterde.
|
||||
Ik zei: "Homeros en Vergilius zijn boeren uit New England",
|
||||
van drogende visnetten de klank van het strand beluisterde.<br/>
|
||||
Ik zei: "Homeros en Vergilius zijn boeren uit New England",<br/>
|
||||
en het gevleugelde paard bewaakt hun pompstation, inderdaad."
|
||||
|
||||
Ik aaide een arm en voelde de blik van het schuimende hoofd
|
||||
koud als het marmer en haar schouders in het winterlicht
|
||||
Ik aaide een arm en voelde de blik van het schuimende hoofd<br/>
|
||||
koud als het marmer en haar schouders in het winterlicht<br/>
|
||||
in de zolderkamer. Ik zei "Omeros,"
|
||||
|
||||
en _O_ was de roep van de karko, de zeeschelp, _mer_ was
|
||||
moeder en zee in ons Antilliaanse patois,
|
||||
en _O_ was de roep van de karko, de zeeschelp, _mer_ was<br/>
|
||||
moeder en zee in ons Antilliaanse patois,<br/>
|
||||
_os_ een grijs bot, en de witte branding die breekt
|
||||
|
||||
en een schuimkraag verspreidt op een kust van kant.
|
||||
Omerois was de krak van droog blad en het sissen
|
||||
en een schuimkraag verspreidt op een kust van kant.<br/>
|
||||
Omerois was de krak van droog blad en het sissen<br/>
|
||||
dat echode uit een grotmond bij eb.
|
||||
|
||||
De naam bleef in mijn mond, ik zag het licht in een web
|
||||
op haar aziatische wangen, dat haar ogen tekende
|
||||
De naam bleef in mijn mond, ik zag het licht in een web<br/>
|
||||
op haar aziatische wangen, dat haar ogen tekende<br/>
|
||||
met de omtrek van een zwarte amandel. Antigone draaide zich om
|
||||
|
||||
en zei: "Ik ben moe van Amerika. Ik wil terug naar
|
||||
Griekenland. Ik mis mijn eilanden." Schrijf ik. Het brengt
|
||||
en zei: "Ik ben moe van Amerika. Ik wil terug naar <br/>
|
||||
Griekenland. Ik mis mijn eilanden." Schrijf ik. Het brengt<br/>
|
||||
de manier terug waarop ze haar zwarte golf van haar schudde.
|
||||
|
||||
Ik zag de branding kanten patronen prenten
|
||||
op de kust van haar nek en de neerwaartse stroompjes
|
||||
Ik zag de branding kanten patronen prenten<br/>
|
||||
op de kust van haar nek en de neerwaartse stroompjes<br/>
|
||||
van zijde gekruld aan haar enkels. Als branding zonder geluid
|
||||
|
||||
en voelde een ander koud beeld, niet het hare maar die van jou
|
||||
zag dit met amandelpitten als ogen, zijn gebroken neus
|
||||
en voelde een ander koud beeld, niet het hare maar die van jou<br/>
|
||||
zag dit met amandelpitten als ogen, zijn gebroken neus <br/>
|
||||
is afgewend, en de ruisende zijde stemt in.
|
||||
|
||||
Maar als het tussen de regels kon lezen van haar vloer
|
||||
als een wit heet dek, verweerd door Antilliaanse hitte,
|
||||
Maar als het tussen de regels kon lezen van haar vloer<br/>
|
||||
als een wit heet dek, verweerd door Antilliaanse hitte,<br/>
|
||||
naar het duister ertussen, zou zijn neus schroeien
|
||||
|
||||
door de stank van geketende enkels, de geboeide voeten
|
||||
schrapend als bladeren en misschien zou het onschuldige marmer
|
||||
door de stank van geketende enkels, de geboeide voeten<br/>
|
||||
schrapend als bladeren en misschien zou het onschuldige <br/>marmer
|
||||
zijn witte pitten afgewend hebben. De afstand vergroten
|
||||
|
||||
tussen zijn mond en de horror onder haar tafel
|
||||
voor de lier op de stoel gehuld in een witte tuniek
|
||||
tussen zijn mond en de horror onder haar tafel<br/>
|
||||
voor de lier op de stoel gehuld in een witte tuniek<br/>
|
||||
om te doen wat het verleden altijd doet: lijden en staren.
|
||||
|
||||
Ze lag kalm als een haven en een wolk bedekte haar
|
||||
met mijn schaduw. Toen verscheen langzaam een boeg
|
||||
Ze lag kalm als een haven en een wolk bedekte haar <br/>
|
||||
met mijn schaduw. Toen verscheen langzaam een boeg<br/>
|
||||
met geschilderde ogen uit de geurige regen van zwart haar.
|
||||
|
||||
En hoorde ik de holle klank geblazen uit een vaas,
|
||||
niet voor koningen, struikelend in sperenregens;
|
||||
En hoorde ik de holle klank geblazen uit een vaas,<br/>
|
||||
niet voor koningen, struikelend in sperenregens;<br/>
|
||||
kortaf proza van vissers, vloekend over hun kano's.
|
||||
|
|
@ -1,50 +1,50 @@
|
|||
I
|
||||
|
||||
_"Touchez-i, encore: N'ai fendre choux-ous-ou, salope!"_
|
||||
"Doe dat nog eens en ik trap je kont, bitch!"
|
||||
_"Touchez-i, encore: N'ai fendre choux-ous-ou, salope!"_<br/>
|
||||
"Doe dat nog eens en ik trap je kont, bitch!"<br/>
|
||||
_"Moi, j'a dire-'ous pas prêter un rien. 'Ous ni shallope,
|
||||
|
||||
'ous ni seine, 'ous croire 'ous ni choeur campêche?"_
|
||||
"Ik zeg je, leen niets van mij. Je hebt een kano
|
||||
'ous ni seine, 'ous croire 'ous ni choeur campêche?"_<br/>
|
||||
"Ik zeg je, leen niets van mij. Je hebt een kano<br/>
|
||||
en een net. Wie denk je dat je bent? Koning hardhout?"
|
||||
|
||||
_"'Ous croire 'ous c'est roi Gros-Îlet? Voleur bomme!"_
|
||||
"Je denkt dat je koning Gros-Îlet bent? Blikkendief!"
|
||||
_"'Ous croire 'ous c'est roi Gros-Îlet? Voleur bomme!"_<br/>
|
||||
"Je denkt dat je koning Gros-Îlet bent? Blikkendief!"<br/>
|
||||
Dan in het Engels: "I go show you who is king! Come!"
|
||||
|
||||
Hector stapte uit de schaduw. En Achille, het
|
||||
moment dat hij het kapmes zag, een gek,
|
||||
Hector stapte uit de schaduw. En Achille, het<br/>
|
||||
moment dat hij het kapmes zag, een gek,<br/>
|
||||
een gestoorde, verteerd door jaloezie, zette het blikje
|
||||
|
||||
dat hij uit Hector's korjaal had geleend netjes terug in de boeg
|
||||
van Hectors boot. Daarna veegde Achille die genoeg had van
|
||||
dat hij uit Hector's korjaal had geleend netjes terug in de boeg<br/>
|
||||
van Hectors boot. Daarna veegde Achille die genoeg had van <br/>
|
||||
deze idioot zijn eigen mes af en zwaaide ermee.
|
||||
|
||||
Nu verschenen de dorpelingen uit de groene schaduw
|
||||
van amandelen en lobbige manzanilla bladeren
|
||||
Nu verschenen de dorpelingen uit de groene schaduw<br/>
|
||||
van amandelen en lobbige manzanilla bladeren<br/>
|
||||
voor het duel dat Hector wilde. Achille liep weg en wachtte
|
||||
|
||||
naast het lauwe water. Hector beende op hem af.
|
||||
De dorpelingen volgden. De branding verstomde
|
||||
naast het lauwe water. Hector beende op hem af.<br/>
|
||||
De dorpelingen volgden. De branding verstomde<br/>
|
||||
ineengedrongen van angst aan de rand van het strand.
|
||||
|
||||
Toen regende het ver op zee in een glinsterende bui
|
||||
pijlen vanuit de smaragdgroene golfbreker
|
||||
Toen regende het ver op zee in een glinsterende bui<br/>
|
||||
pijlen vanuit de smaragdgroene golfbreker<br/>
|
||||
van het rif, de schachten vlogen met duidelijke kracht
|
||||
|
||||
in de zon en daarachter, klaar voor de slachting
|
||||
stonden schreeuwende dorpers, een golf van geluid,
|
||||
in de zon en daarachter, klaar voor de slachting<br/>
|
||||
stonden schreeuwende dorpers, een golf van geluid,<br/>
|
||||
armen in de lucht richting het licht. Hector rende plenzend
|
||||
|
||||
door de kreken en de regen naar Achille
|
||||
zijn kapmes geheven. De woedende branding kraste
|
||||
door de kreken en de regen naar Achille <br/>
|
||||
zijn kapmes geheven. De woedende branding kraste <br/>
|
||||
met zijn staart als een briesend hondengevecht. Een man
|
||||
|
||||
doodt uit woede zelfs zijn eigen broer, maar de gestoorde
|
||||
die Achilles shirt van zijn schouder scheurde
|
||||
doodt uit woede zelfs zijn eigen broer, maar de gestoorde<br/>
|
||||
die Achilles shirt van zijn schouder scheurde<br/>
|
||||
verscheurde ook zijn hart. De woede die hij voor Hector voelde
|
||||
|
||||
was schaamte. Om elkaar te lijf te gaan om een hoosblik
|
||||
volkomen bedekt met roest. Het duel van deze vissers
|
||||
was schaamte. Om elkaar te lijf te gaan om een hoosblik<br/>
|
||||
volkomen bedekt met roest. Het duel van deze vissers<br/>
|
||||
ging over een schaduw, en die heete Helena.
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
|
|
@ -1,51 +1,49 @@
|
|||
II
|
||||
|
||||
Ma Kilman had het oudste café in het dorp.
|
||||
Het balkon van een gemberkoekhuis had een mosterdkleurige gevel
|
||||
Ma Kilman had het oudste café in het dorp.<br/>
|
||||
Het balkon van een gemberkoekhuis had een mosterdkleurige gevel<br/>
|
||||
met een groen overhangende dakrand en oude gerimpelde verf.
|
||||
|
||||
In de zaal beneden stonden houten tafels
|
||||
voor het gooien van domino's. Een kralen gordijn
|
||||
In de zaal beneden stonden houten tafels<br/>
|
||||
voor het gooien van domino's. Een kralengordijn<br/>
|
||||
rinkelde steeds als iemand erdoor liep. Een neon
|
||||
|
||||
reclame voor Coca Cola onder het NO PAIN
|
||||
CAFÉ ALL WELCOME. Het NO PAIN was niet haar eigen
|
||||
reclame voor Coca Cola onder het NO PAIN<br/>
|
||||
CAFÉ ALL WELCOME. Het NO PAIN was niet haar eigen<br/>
|
||||
idee, maar van haar dode man. "Het is een profetie",
|
||||
|
||||
lachte Ma Kilman. Een hete straat liep naar het strand
|
||||
langs de winkeltjes en de clubs en de apotheek
|
||||
lachte Ma Kilman. Een hete straat liep naar het strand<br/>
|
||||
langs de winkeltjes en de clubs en de apotheek<br/>
|
||||
waar in de schaduw, zijn khaki hond aan de lijn,
|
||||
|
||||
een blinde man op zijn kruk zat, nadat de korjalen
|
||||
waren vertrokken, mompelde de duistere taal van de blinden,
|
||||
een blinde man op zijn kruk zat, nadat de korjalen<br/>
|
||||
waren vertrokken, mompelde de duistere taal van de blinden,<br/>
|
||||
knokige handen op een stok, oren zo scherp als die van de hond.
|
||||
|
||||
Af en toe zong hij en flarden ervan dreven op de wind,
|
||||
wanneer haar kralen de rozenkrans raakten. Oude St Omer.
|
||||
Af en toe zong hij en flarden ervan dreven op de wind,<br/>
|
||||
wanneer haar kralen de rozenkrans raakten. Oude St Omer.<br/>
|
||||
Hij beweerde dat hij de wereld rond was gezeild. "Meneer Seven Seas"
|
||||
|
||||
doopten ze hem, naar een merk levertraan
|
||||
met een kronkelende zwaardvis. Maar wat hij zei was vaag.
|
||||
doopten ze hem, naar een merk levertraan<br/>
|
||||
met een kronkelende zwaardvis. Maar wat hij zei was vaag.<br/>
|
||||
Klonk Grieks voor haar. Of oud Afrikaans gewauwel.
|
||||
|
||||
Langs de lijnen van heet asfalt leek de zanger
|
||||
dingen te tellen. Wie weet of zijn ogen door
|
||||
Langs de lijnen van heet asfalt leek de zanger <br/>
|
||||
dingen te tellen. Wie weet of zijn ogen door<br/>
|
||||
schaduwen konden kijken, tikkend op de stok met een vinger?
|
||||
|
||||
Ze hielp hem zijn veteranenpensioen te innen
|
||||
elke eerste van de maand op het kleine postkantoor.
|
||||
Ze hielp hem zijn veteranenpensioen te innen<br/>
|
||||
elke eerste van de maand op het kleine postkantoor.<br/>
|
||||
Hij klaagde nooit over zijn situatie
|
||||
|
||||
zoals al die anderen. Zijn plek in de hoek en de hitte
|
||||
op zijn handen maakten dat hij de kruk naar de schaduw schoof.
|
||||
zoals al die anderen. Zijn plek in de hoek en de hitte<br/>
|
||||
op zijn handen maakten dat hij de kruk naar de schaduw schoof.<br/>
|
||||
Ma Kilman zag Philoctète aan komen hobbelen,
|
||||
|
||||
dus stond ze op vanuit haar hoek bij het raam en legde
|
||||
het gebruikelijke medicijn voor hem neer. Een fles witte
|
||||
dus stond ze op vanuit haar hoek bij het raam en legde<br/>
|
||||
het gebruikelijke medicijn voor hem neer. Een fles witte <br/>
|
||||
acajou en een pot gele Vaseline,
|
||||
|
||||
een klein emaillen schaaltje met ijs. Hij wachtte
|
||||
de hele dag in het NO PAIN café. Daar knielde hij
|
||||
neer en zalfde de rand van de wond op zijn scheen.
|
||||
|
||||
|
||||
een klein emaillen schaaltje met ijs. Hij wachtte<br/>
|
||||
de hele dag in het NO PAIN café. Daar knielde hij <br/>
|
||||
neer en zalfde de rand van de wond op zijn scheen.
|
||||
Loading…
Add table
Reference in a new issue