diff --git a/boek1_hoofdstuk1_deel1.md b/boek1_hoofdstuk1_deel1.md index 118185b..c8cf0dc 100644 --- a/boek1_hoofdstuk1_deel1.md +++ b/boek1_hoofdstuk1_deel1.md @@ -4,90 +4,90 @@ deel 1 -"Dus zó, op een morgen, sneden we die kano's." -Philoctète glimlacht naar de toeristen, die proberen -zijn ziel met camera's te vangen. "Als de wind nieuws brengt +"Dus zó maakten we vroeger die kano's."
+Philoctète glimlacht naar de toeristen, die proberen
+zijn ziel met camera's te vangen. "Als de wind het nieuws brengt -naar de _laurier-canelles_, trillen hun bladeren -het moment dat de bijl van zonlicht de ceders raakt +naar de _laurier-canelles_, gaan hun bladeren trillen
+het moment dat de bijl van zonlicht de ceders raakt
omdat ze de bijl in onze eigen ogen konden zien. -Wind, hef de varens. Ze klinken als de zee die ons voedt, -ons leven als vissers. En de varens knikten: 'Ja, +Wind, hef de varens. Ze klinken als de zee die ons voedt,
+ons leven als vissers. En de varens knikten: 'Ja,
de bomen moeten dood.' De vuisten strak in de zakken, -want de hoogten waren fris en onze adem maakte veren -als de mist, we delen de rum. Eenmaal terug, +want de hoogten waren fris en onze adem maakte veren
+als de mist, we delen de rum. Eenmaal terug,
gaf het ons de geest in moordenaars te veranderen. -Ik hef de bijl en bid om kracht in mijn handen -om de eerste ceder te raken. Dauw vult mijn ogen, +Ik hef de bijl en bid om kracht in mijn handen
+om de eerste ceder te raken. Dauw vult mijn ogen,
maar ik vuur nog een witte rum. Vooruit dan." -Voor wat extra zilver, onder een zee amandel -toont hij een litteken door een roestig anker, +Voor wat extra zilver, onder een zee amandel
+toont hij een litteken door een roestig anker,
rolt één broekspijp op met de rijzende klacht -van een schelp. Het is gerimpeld als de corona -van een zeeëgel. Hij zegt niet hoe het geheeld is. +van een schelp. Het is gerimpeld als de corona
+van een zeeëgel. Hij zegt niet hoe het geheeld is.
"Er zijn dingen" - hij glimlacht - "meer waard dan een dollar." -Hij liet het aan de kletsende waterval -om zijn geheim te te schenken aan La Sorcière , sinds +Hij liet het aan de kletsende waterval
+om zijn geheim te te schenken aan La Sorcière , sinds
de hoge laurieren voor de roep van de duif vielen -om zijn zang te geven aan de blauwe stille bergen -waar praatgrage stroopmjes het dragen tot bij de zee +om zijn zang te geven aan de blauwe stille bergen
+waar praatgrage stroopmjes het dragen tot bij de zee
in stilstaande poelen waar voorntjes door schieten -en een reiger rietstengels kruist met een roestige kreet -de modder steekt en steekt een voet geheven. +en een reiger rietstengels kruist met een roestige kreet
+de modder steekt en steekt een voet geheven.
Dan wordt de stilte doormidden gezaagd door een waterjuffer -als alen hun naam schrijven in het heldere zand -waar de zon de rivier zijn herinnering beschijnt +als alen hun naam schrijven in het heldere zand
+waar de zon de rivier zijn herinnering beschijnt
en golven grote varens knikken naar de zee zijn zang. -Hoewel vuur de aarde vergeet van waar het oprijst, -en netels de holen bedekken waar de laurieren vielen, +Hoewel vuur de aarde vergeet van waar het oprijst,
+en netels de holen bedekken waar de laurieren vielen,
hoort de leguaan de bijlen, wolk in de ogen -op zijn verloren naam, toen het kruipende eiland -"Iounalao" heette, "Waar de leguaan woont." +op zijn verloren naam, toen het kruipende eiland
+"Iounalao" heette, "Waar de leguaan woont."
Maar, hij neemt zijn tijd, de leguaan klimt -in het scheepstuig van klimop, keelzak opgezet, -schouders in de zij, zijn eigenwijze staart +in het scheepstuig van klimop, keelzak opgezet,
+schouders in de zij, zijn eigenwijze staart
bewegend met het eiland. De gespleten peulen van zijn ogen -gerijpt in een slaap die eeuwen duurde, -die opklom met de rook van de Arowakken, tot een nieuw ras +gerijpt in een slaap die eeuwen duurde,
+die opklom met de rook van de Arowakken, tot een nieuw ras
dat de hagedis niet kende, de bomen stond op te meten. -Dit waren de zuilen die vielen, een blauwe ruimte -voor een nieuwe God, waar de oude goden stonden. +Dit waren de zuilen die vielen, een blauwe ruimte
+voor een nieuwe God, waar de oude goden stonden.
De eerste god was een gomboom. De generator -begint met gejammer, en een haai die de kaak opzij heeft -joeg de snippers als makrelen over het water +begint met gejammer, en een haai die de kaak opzij heeft
+joeg de snippers als makrelen over het water
in de trillende planten. Nu zetten ze de zaag stil, -nog heet trillend om de verse wond te bekijken. -Ze schraapten de mossige woekeringen weg, en trokken +nog heet trillend om de verse wond te bekijken.
+Ze schraapten de mossige woekeringen weg, en trokken
de wond vrij van het bladernet waarmee het verbonden was -met deze aarde, en knikten. De generator sloeg -aan het werk en de snippers vlogen nog sneller en +met deze aarde, en knikten. De generator sloeg
+aan het werk en de snippers vlogen nog sneller en
de haaietanden beten gelijkmatig. Ze bedekten de ogen -om het versplinterde nest. Nu over de weides -met bananen, hees het eiland de horens. Zonlicht +om het versplinterde nest. Nu over de weides
+met bananen, hees het eiland de horens. Zonlicht
druppelde op de valleien, bloed spatte op de ceders. -en over de struiken stroomde licht van een offer. -Een gomboom kraakte. Zijn bladeren een enorme +en over de struiken stroomde licht van een offer.
+Een gomboom kraakte. Zijn bladeren een enorme
tarp zonder stokken. Het krakend geluid -deed de vissers terugdeinzen, de mast helde over -leunde langzaam richting de troggen van varens, en de grond +deed de vissers terugdeinzen, de mast helde over
+leunde langzaam richting de troggen van varens, en de grond
trilde onder de voeten in golven, toen waren de golven voorbij. \ No newline at end of file diff --git a/boek1_hoofdstuk1_deel2.md b/boek1_hoofdstuk1_deel2.md index 5062fd6..18a4ac1 100644 --- a/boek1_hoofdstuk1_deel2.md +++ b/boek1_hoofdstuk1_deel2.md @@ -1,81 +1,81 @@ deel 2 -Achille keek op van het gat dat de laurier achterliet. -Hij zag het gat zacht helen met het schuim +Achille keek op van het gat dat de laurier achterliet.
+Hij zag het gat zacht helen met het schuim
van een wolk als een breker. Toen zag hij de vlugge zwaluw -surfend over de branding-wolk, een klein ding, ver van huis, -verward door de golvende blauwe heuvels. Een doornstruik +surfend over de branding-wolk, een klein ding, ver van huis,
+verward door de golvende blauwe heuvels. Een doornstruik
greep zijn hiel. Hij rukte zich los. Om hem heen werden meer schepen -gevormd door de zaag. Met zijn kapmes maakte hij -vlug een kruis, zijn duim raakte zijn lippen +gevormd door de zaag. Met zijn kapmes maakte hij
+vlug een kruis, zijn duim raakte zijn lippen
terwijl de bijlen de hoogte in rinkelden. Hij zwaaide het ijzer, -en hakte de armen van de dode god, knoest na knoest, -wrikte de aders los van de stronk terwijl hij bad: +en hakte de armen van de dode god, knoest na knoest,
+wrikte de aders los van de stronk terwijl hij bad:
"Boom! Jij kunt een kano zijn. Of anders kun je het niet!" -De bebaarde ouderen verdroegen de decimatie -van hun volk zonder een woord te uiten +De bebaarde ouderen verdroegen de decimatie
+van hun volk zonder een woord te uiten
in de taal die ze spraken als één natie, -de taal die ze hun jonge scheuten leerden: van gebabbel in de torens -van de ceders tot groene klinkers van de _bois-campēche_. +de taal die ze hun jonge scheuten leerden: van gebabbel in de torens
+van de ceders tot groene klinkers van de _bois-campēche_.
De _bois-flot_ hield zijn mond net als de _laurier-cannelle_, -de roodhuidige _logwood_ verdroeg de doorns in zijn vlees, -terwijl het Arowakse dialect krakeelde in de geur +de roodhuidige _logwood_ verdroeg de doorns in zijn vlees,
+terwijl het Arowakse dialect krakeelde in de geur
van een harsig kampvuur dat de bladeren bruin kleurde -met krullende tongen, dan as, en hun taal ging verloren. -Als barbaren die over de zuilen stappen die ze gevloerd hebben +met krullende tongen, dan as, en hun taal ging verloren.
+Als barbaren die over de zuilen stappen die ze gevloerd hebben
schreeuwden de vissers. De goden waren eindelijk gevallen. -Als dwergen hakten ze de stammen van gerimpelde reuzen, -voor peddels en riemen. Ze werkten met dezelfde +Als dwergen hakten ze de stammen van gerimpelde reuzen,
+voor peddels en riemen. Ze werkten met dezelfde
concentratie als een leger vuurmieren. -Maar woedende muggen, kwaad door de rook -voor het onteren van hun bos, bleven Achille steken. +Maar woedende muggen, kwaad door de rook
+voor het onteren van hun bos, bleven Achille steken.
Hij wreef rum op zijn polsen opdat ze -platgeslagen tot sterren tenminste dronken zouden sterven. -Ze gingen voor zijn ogen. Omsingelend in een aanval +platgeslagen tot sterren tenminste dronken zouden sterven.
+Ze gingen voor zijn ogen. Omsingelend in een aanval
die hem tot blinde tranen dreef. Hij trok zich terug -naar de hoge bamboe als de Arowak schutters -vluchtend voor de musketten van krakende stammen +naar de hoge bamboe als de Arowak schutters
+vluchtend voor de musketten van krakende stammen
geleid door het vuur en de woedende bijl -die hakt op de takken. De mannnen bonden de dikke stammen eerst -met verse hennep en rolden ze als mieren naar een klif +die hakt op de takken. De mannnen bonden de dikke stammen eerst
+met verse hennep en rolden ze als mieren naar een klif
om langs de hoge netels neer te storten. Ze kregen die dorst -naar de zee vanwaar hun bebladerde lijven waren geboren. -Nu ploegden in hun haast om kano's te worden +naar de zee vanwaar hun bebladerde lijven waren geboren.
+Nu ploegden in hun haast om kano's te worden
de stammen door golfbrekers van struiken, en maakten gaten -van keien, ze voelden geen dood in zichzelf, maar nut - -de zee te bedekken, rompen te zijn. Dan, op het strand, kregen ze +van keien, ze voelden geen dood in zichzelf, maar nut -
+de zee te bedekken, rompen te zijn. Dan, op het strand,
kregen ze houtskool in hun holtes, uitgehakt door houwelen. -Een oplegger had hun gebonden lijven gedragen. -Het smeulende houtskool doorboorde dagenlang de korjalen +Een oplegger had hun gebonden lijven gedragen.
+Het smeulende houtskool doorboorde dagenlang de korjalen
totdat de hitte het hout wijd genoeg had gemaakt met spanten en boorden. -Onder zijn kloppende beitel voelde Achille hun holtes -ademen om de zee te voelen, reikend naar de waas van +Onder zijn kloppende beitel voelde Achille hun holtes
+ademen om de zee te voelen, reikend naar de waas van
vogels op een zandbank, de snavels van hun gekliefde boegdelen. -Toen paste alles. De bootjes kropen over het zand -als honden met een tak in de bek. De priester +Toen paste alles. De bootjes kropen over het zand
+als honden met een tak in de bek. De priester
besprenkelde hen met een klok. Toen maakte hij het zwaluwteken. -Toen hij lachte om Achilles kano, _In God we troust_, -Zei Achille: "Laat het! Het is God's spelling en de mijne." +Toen hij lachte om Achilles kano, _In God we troust_,
+Zei Achille: "Laat het! Het is God's spelling en de mijne."
Na de mis, op een morgen, enterden de kano's de laagten -de ondieptes in koorhemd en hun knikkende korjalen -kwamen overeen met de golven hun leven als boom te vergeten; +de ondieptes in koorhemd en hun knikkende korjalen
+kwamen overeen met de golven hun leven als boom te vergeten;
één diende Hector, een ander Achilles. diff --git a/boek1_hoofdstuk1_deel3.md b/boek1_hoofdstuk1_deel3.md index 152552e..2ec3d21 100644 --- a/boek1_hoofdstuk1_deel3.md +++ b/boek1_hoofdstuk1_deel3.md @@ -1,31 +1,31 @@ -Achille piste in het donker, sloot toen de onderdeur. -Hij was roestig van de zeebries. Hij tilde de vispan +Achille piste in het donker, sloot toen de onderdeur.
+Hij was roestig van de zeebries. Hij tilde de vispan
met de krab van een hand; in een hol onder de hut -verborg hij de betonnen stap. Terwijl hij de opslag naderde, -zoutte de ochtendbries hem lopend door de grijze straat +verborg hij de betonnen stap. Terwijl hij de opslag naderde,
+zoutte de ochtendbries hem lopend door de grijze straat
langs slaapvaste huizen onder natrium stroken -van straatlampen, naar het droge asfalt dat zijn tenen schraapte -telde hij de blauwe vonken van enkele sterren. +van straatlampen, naar het droge asfalt dat zijn tenen schraapte
+telde hij de blauwe vonken van enkele sterren.
Bananenblad knikte naar de golvende -woede van hanen, hun kreten krijtend als rode kalk -die heuvels op een bord tekent. Als zijn leraar, wachtend, +woede van hanen, hun kreten krijtend als rode kalk
+die heuvels op een bord tekent. Als zijn leraar, wachtend,
schuurde de branding zijn vaste tred. -Toen ze elkaar zagen bij de muur van het betonnen kot -was de morgenster teruggestapt, haatte de geur +Toen ze elkaar zagen bij de muur van het betonnen kot
+was de morgenster teruggestapt, haatte de geur
van netten en visdarm; het licht was hard van boven -en er was een horizon. Hij legde het net bij de deur -van de opslag en waste zijn handen in de bak. +en er was een horizon. Hij legde het net bij de deur
+van de opslag en waste zijn handen in de bak.
De branding verhief zijn stem niet. Zelfs de magere honden -rond de kano's waren kalm. Een fles absinthe -ging rond bij de vissers, maakten smakkende geluiden +rond de kano's waren kalm. Een fles absinthe
+ging rond bij de vissers, maakten smakkende geluiden
en schudden door de bittere bast waarvan het gebrouwen was. -Dit was het licht waar Achille gelukkig in was. -Als, voordat hun handen de boorden vastpakten, ze voor +Dit was het licht waar Achille gelukkig in was.
+Als, voordat hun handen de boorden vastpakten, ze voor
de zee wijdsheid stonden, klaar voor de dag. diff --git a/boek1_hoofdstuk2_deel1.md b/boek1_hoofdstuk2_deel1.md index c1b64f4..f3ecf83 100644 --- a/boek1_hoofdstuk2_deel1.md +++ b/boek1_hoofdstuk2_deel1.md @@ -1,65 +1,65 @@ I -Hector was er. Theofile ook. In dit licht, -hebben ze alleen christelijke namen. Placide, Pancreas, +Hector was er. Theofile ook. In dit licht,
+hebben ze alleen christelijke namen. Placide, Pancreas,
Chrysostom, Maljo, Philoctète, met zijn hoofd wit -als gekrulde branding. Ze verscheepten riemen als lansen, -plaatsen ze parallel in het graf van de scheepsboorden +als gekrulde branding. Ze verscheepten riemen als lansen,
+plaatsen ze parallel in het graf van de scheepsboorden
als man en vrouw. Schepten het vieze blad van de planken, -openden knopen van de lichamen van meelzak zeilen, -terwijl Hector, aan de vloedlijn, kort dank zei +openden knopen van de lichamen van meelzak zeilen,
+terwijl Hector, aan de vloedlijn, kort dank zei
met de zee als doopvont, voordat hij heupdiep, erin waadde. -De rest liep op het strand met gelijke tred -behalve schuimharige Philoctète. De wond op zijn scheen +De rest liep op het strand met gelijke tred
+behalve schuimharige Philoctète. De wond op zijn scheen
nog ongeheeld, als een stralende anemoon. Het was -van een schrapend, roestig anker. Het puntige ijzer -sneed zijn huid in een golfslag. Hij boog naar het schuim +van een schrapend, roestig anker. Het puntige ijzer
+sneed zijn huid in een golfslag. Hij boog naar het schuim
druppelde er sisselend zout op. Hij zou weer rennen -strompelend naar de zinloze schaduw van een amandel, -met de tanden op elkaar, zwaaide ze uit in de schaamte +strompelend naar de zinloze schaduw van een amandel,
+met de tanden op elkaar, zwaaide ze uit in de schaamte
van zijn stank, en wéér lieten ze hem achter -onder het luipaarden licht. Deze morgen gebeurde -dezelfde gedoe weer opnieuw. Hij voelde de jaap draden +onder het luipaarden licht. Deze morgen gebeurde
+dezelfde gedoe weer opnieuw. Hij voelde de jaap draden
trekken tot in zijn kruis. Met zijn hinkelende stap -hand op één knie, verliet hij het gedrukte strand -en klauterde de vroege straat naar Ma Kilman's bar. +hand op één knie, verliet hij het gedrukte strand
+en klauterde de vroege straat naar Ma Kilman's bar.
Ze opende de winkel en zette de witte rum bij de hand. -Zijn scheepsmaten zagen hem, haakten toen hun handen als ankers -onder de romp, wiegden ze; de kiel schuurde door droog zand +Zijn scheepsmaten zagen hem, haakten toen hun handen als ankers
+onder de romp, wiegden ze; de kiel schuurde door droog zand
totdat nat zand hem stopte. De riemen deed ratelen -die parallel midscheeps lagen; dan, op het geluid -van vloeken en gebeden voor de stammen in de vorm van een wig +die parallel midscheeps lagen; dan, op het geluid
+van vloeken en gebeden voor de stammen in de vorm van een wig
de één na de ander, met rammelende botten -gleden de boten naar de knabbelende waterlijn -richting de geopende zee. De losse stammen tuimelden +gleden de boten naar de knabbelende waterlijn
+richting de geopende zee. De losse stammen tuimelden
in de branding, gesneuveld als strijders in een strijd -ergens aangespoeld op de overkant van de wereld. -Gedragen naar een plek onder de manzanilla's +ergens aangespoeld op de overkant van de wereld.
+Gedragen naar een plek onder de manzanilla's
lagen ze gezicht naar boven, de zon bewoog over hun ogen -met de blik van myrmidonen, aan de hiel weggesleept -hoog boven de waterlijn waar de spookkrab schuilt.x +met de blik van myrmidonen, aan de hiel weggesleept
+hoog boven de waterlijn waar de spookkrab schuilt.
De vissers veegden hun handen. Nu bereden alle kano's -de roze golf van de morgen. Ze neigden hun boegen -zachtjes, zoals staljongens met paarden doen bij zonsopgang, +de roze golf van de morgen. Ze neigden hun boegen
+zachtjes, zoals staljongens met paarden doen bij zonsopgang,
trekkend aan de lijnen als teugels aan de neus gehaakt - -_Prijs Hem, Morgenster, St. Lucia, Licht van mijn ogen_, -Gooiden een hoosblik erin en vouwden hun lijven over de +_Prijs Hem, Morgenster, St. Lucia, Licht van mijn ogen_,
+Gooiden een hoosblik erin en vouwden hun lijven over de
dansende rompen, en roeiden, één riem lichtjes naar achter. -Hector ontrolde zijn canvas om in te lopen op -de meeuwen, hopend op terugkeer vóór die schelpkleurige +Hector ontrolde zijn canvas om in te lopen op
+de meeuwen, hopend op terugkeer vóór die schelpkleurige
schemer, wanneer de pelicanen laag overvliegen. \ No newline at end of file diff --git a/boek1_hoofdstuk2_deel2.md b/boek1_hoofdstuk2_deel2.md index 090cfdd..1f05a14 100644 --- a/boek1_hoofdstuk2_deel2.md +++ b/boek1_hoofdstuk2_deel2.md @@ -1,89 +1,89 @@ II -In het haldfuister stond Seven Seas op en maakte koffie -Zonlicht was bezig de ring van de horizon te verwarmen +In het haldfuister stond Seven Seas op en maakte koffie
+Zonlicht was bezig de ring van de horizon te verwarmen
en wolken rezen als broden. In de hitte van de -gloeiende ijzeren roos schoof hij de pan op de -ring en zette hem vast. De pan trilde +gloeiende ijzeren roos schoof hij de pan op de
+ring en zette hem vast. De pan trilde
door het gewicht van het water, kwam toen tot rust. -Zijn ketel lekte. Tastend greep hij de ijzeren stoel en nam -plaats naast de pan, om te horen als het borrelde. +Zijn ketel lekte. Tastend greep hij de ijzeren stoel en nam
+plaats naast de pan, om te horen als het borrelde.
Het zou koken, maar niet gillen als de scheepsfluit -om te zeggen dat het klaar was. Hij hoorde de hond -janken onder de planken van zijn huis, zijn staart +om te zeggen dat het klaar was. Hij hoorde de hond
+janken onder de planken van zijn huis, zijn staart
kloppen de deur, maar hij benijdde de korjalen -nu al mijlen ver op zee. Nu hoorde hij de eerste bries -over de bladen van de zeeamandel spoelen. Vanacht was er +nu al mijlen ver op zee. Nu hoorde hij de eerste bries
+over de bladen van de zeeamandel spoelen. Vanacht was er
een volle maan, wit als zijn bord. Hij zag met zijn oren. -Hij warmde op met de daken in de klimmende zon. -Sinds de ziekte zijn zicht had vernietigd, +Hij warmde op met de daken in de klimmende zon.
+Sinds de ziekte zijn zicht had vernietigd,
zonsondergang de zee de hand schudde voor het laatst - -en een inwaarts duister groeide waar de maan en de zon -onmerkbaar verschilden - hij bewoog op een zesde zintuig +en een inwaarts duister groeide waar de maan en de zon
+onmerkbaar verschilden - hij bewoog op een zesde zintuig
zoals de maan zonder secondewijzer, -schoongeveegd als het bord dat hij nu waste -terwijl de pan borrelde; blindheid was niet het einde. +schoongeveegd als het bord dat hij nu waste
+terwijl de pan borrelde; blindheid was niet het einde.
Het was geen strandpalm als zonnewijzer op het middaguur. -Hij voelde de zon kruipen over zijn polsen -Het bewoog als een kat langs de hekken +Hij voelde de zon kruipen over zijn polsen
+Het bewoog als een kat langs de hekken
van een zandweggetje. Hij voelde het loskomen -van de broodvruchtboom in zijn tuin, langs het hekwerk -van de korte ijzeren brug als een harp, zijn stralen +van de broodvruchtboom in zijn tuin, langs het hekwerk
+van de korte ijzeren brug als een harp, zijn stralen
rimpelend in het water. Hij zag de lagune -achter de kerk en erin, een vastgezet bekken, -een roestig emaillen beeld van de maan. +achter de kerk en erin, een vastgezet bekken,
+een roestig emaillen beeld van de maan.
Hij draaide de lichtkrans uit onder de pan. -De hond krabbelde aan de keukendeur, wilde erin, -maar hij liet hem wachten. Hij trommelde op de keukentafel +De hond krabbelde aan de keukendeur, wilde erin,
+maar hij liet hem wachten. Hij trommelde op de keukentafel
met zijn vingers. Ruziende merels aan het ontbijt. -Behalve één hand zat hij doodstil, -met zijn ei-witte ogen, vingers gravend in het verleden +Behalve één hand zat hij doodstil,
+met zijn ei-witte ogen, vingers gravend in het verleden
van een andere zee, gemeten met roeispanen. -O open deze dag met het geluid van de zeeschelp, Omeros, -zoals je deed in mijn jeugd, toen ik een woord was +O open deze dag met het geluid van de zeeschelp, Omeros,
+zoals je deed in mijn jeugd, toen ik een woord was
zacht uitgeademd langs de tong van het zonlicht. -Een leguaan op een zeedam wierp zijn vraag op -voor de wakende zee en een net van gouden mos +Een leguaan op een zeedam wierp zijn vraag op
+voor de wakende zee en een net van gouden mos
lichtte het rif op, dat de zeilen van de verre kano's -ontweken. Alleen in jou, door de eeuwen -van de perkamenten zeekaart, kan ik het geluid vangen +ontweken. Alleen in jou, door de eeuwen
+van de perkamenten zeekaart, kan ik het geluid vangen
van de vloedlijn die schuifelt als de vacht -van de kudde bij de vuurtoren, die Cycloop met zijn blinde oog -gesloten voor zonlicht. Toen waren de kano's galeien +van de kudde bij de vuurtoren, die Cycloop met zijn blinde oog
+gesloten voor zonlicht. Toen waren de kano's galeien
waarover een fregat langzaam zijn afgekapte vleugels bewoog. -In jou raadden de zaden van grijze amandelen de vorm van de boom -en de druivenbladeren roestig als gekartelde eilanden, +In jou raadden de zaden van grijze amandelen de vorm van de boom
+en de druivenbladeren roestig als gekartelde eilanden,
en de blinde vuurtoren, die de rand van de kaap voelde, -een stilstaande reus, een marmeren wolk in de hand, -klaar om de rots uiteen te laten spatten in stralende +een stilstaande reus, een marmeren wolk in de hand,
+klaar om de rots uiteen te laten spatten in stralende
sterren; toen haalde een zwarte visser, met gestoppelde kin -ruw als een zeeëgel, zijn meelzakken -zeil op een bamboe paal en zocht de openingszin +ruw als een zeeëgel, zijn meelzakken
+zeil op een bamboe paal en zocht de openingszin
van onze epische horizon; nu kijk ik terug -naar rotsen die hun voet zien, als licht de golven vangt -en holle bomen uitvaren met ebbenhouten kapiteins, +naar rotsen die hun voet zien, als licht de golven vangt
+en holle bomen uitvaren met ebbenhouten kapiteins,
want het was jouw licht dat onze werven beroerde, -waar schoeners ijdel afgemeerd lagen aan kaapstanders. -Een windvlaag bladert de havenboeken terug naar de stem +waar schoeners ijdel afgemeerd lagen aan kaapstanders.
+Een windvlaag bladert de havenboeken terug naar de stem
die humde in de vaas van de keel van een vrouw: "Omeros." diff --git a/boek1_hoofdstuk2_deel3.md b/boek1_hoofdstuk2_deel3.md index 558455e..460ae46 100644 --- a/boek1_hoofdstuk2_deel3.md +++ b/boek1_hoofdstuk2_deel3.md @@ -1,57 +1,57 @@ III -"Omeros," lachte ze. "Zo noemden we hem in het Grieks," -zijn kleine buste strelend, met de gebroken neus als een bokser, +"Omeros," lachte ze. "Zo noemden we hem in het Grieks,"
+zijn kleine buste strelend, met de gebroken neus als een bokser,
en ik dacht aan Seven Seas, die in de stank -van drogende visnetten de klank van het strand beluisterde. -Ik zei: "Homeros en Vergilius zijn boeren uit New England", +van drogende visnetten de klank van het strand beluisterde.
+Ik zei: "Homeros en Vergilius zijn boeren uit New England",
en het gevleugelde paard bewaakt hun pompstation, inderdaad." -Ik aaide een arm en voelde de blik van het schuimende hoofd -koud als het marmer en haar schouders in het winterlicht +Ik aaide een arm en voelde de blik van het schuimende hoofd
+koud als het marmer en haar schouders in het winterlicht
in de zolderkamer. Ik zei "Omeros," -en _O_ was de roep van de karko, de zeeschelp, _mer_ was -moeder en zee in ons Antilliaanse patois, +en _O_ was de roep van de karko, de zeeschelp, _mer_ was
+moeder en zee in ons Antilliaanse patois,
_os_ een grijs bot, en de witte branding die breekt -en een schuimkraag verspreidt op een kust van kant. -Omerois was de krak van droog blad en het sissen +en een schuimkraag verspreidt op een kust van kant.
+Omerois was de krak van droog blad en het sissen
dat echode uit een grotmond bij eb. -De naam bleef in mijn mond, ik zag het licht in een web -op haar aziatische wangen, dat haar ogen tekende +De naam bleef in mijn mond, ik zag het licht in een web
+op haar aziatische wangen, dat haar ogen tekende
met de omtrek van een zwarte amandel. Antigone draaide zich om -en zei: "Ik ben moe van Amerika. Ik wil terug naar -Griekenland. Ik mis mijn eilanden." Schrijf ik. Het brengt +en zei: "Ik ben moe van Amerika. Ik wil terug naar
+Griekenland. Ik mis mijn eilanden." Schrijf ik. Het brengt
de manier terug waarop ze haar zwarte golf van haar schudde. -Ik zag de branding kanten patronen prenten -op de kust van haar nek en de neerwaartse stroompjes +Ik zag de branding kanten patronen prenten
+op de kust van haar nek en de neerwaartse stroompjes
van zijde gekruld aan haar enkels. Als branding zonder geluid -en voelde een ander koud beeld, niet het hare maar die van jou -zag dit met amandelpitten als ogen, zijn gebroken neus +en voelde een ander koud beeld, niet het hare maar die van jou
+zag dit met amandelpitten als ogen, zijn gebroken neus
is afgewend, en de ruisende zijde stemt in. -Maar als het tussen de regels kon lezen van haar vloer -als een wit heet dek, verweerd door Antilliaanse hitte, +Maar als het tussen de regels kon lezen van haar vloer
+als een wit heet dek, verweerd door Antilliaanse hitte,
naar het duister ertussen, zou zijn neus schroeien -door de stank van geketende enkels, de geboeide voeten -schrapend als bladeren en misschien zou het onschuldige marmer +door de stank van geketende enkels, de geboeide voeten
+schrapend als bladeren en misschien zou het onschuldige
marmer zijn witte pitten afgewend hebben. De afstand vergroten -tussen zijn mond en de horror onder haar tafel -voor de lier op de stoel gehuld in een witte tuniek +tussen zijn mond en de horror onder haar tafel
+voor de lier op de stoel gehuld in een witte tuniek
om te doen wat het verleden altijd doet: lijden en staren. -Ze lag kalm als een haven en een wolk bedekte haar -met mijn schaduw. Toen verscheen langzaam een boeg +Ze lag kalm als een haven en een wolk bedekte haar
+met mijn schaduw. Toen verscheen langzaam een boeg
met geschilderde ogen uit de geurige regen van zwart haar. -En hoorde ik de holle klank geblazen uit een vaas, -niet voor koningen, struikelend in sperenregens; +En hoorde ik de holle klank geblazen uit een vaas,
+niet voor koningen, struikelend in sperenregens;
kortaf proza van vissers, vloekend over hun kano's. \ No newline at end of file diff --git a/boek1_hoofdstuk3_deel1.md b/boek1_hoofdstuk3_deel1.md index 5fcd934..0ed8803 100644 --- a/boek1_hoofdstuk3_deel1.md +++ b/boek1_hoofdstuk3_deel1.md @@ -1,50 +1,50 @@ I -_"Touchez-i, encore: N'ai fendre choux-ous-ou, salope!"_ -"Doe dat nog eens en ik trap je kont, bitch!" +_"Touchez-i, encore: N'ai fendre choux-ous-ou, salope!"_
+"Doe dat nog eens en ik trap je kont, bitch!"
_"Moi, j'a dire-'ous pas prêter un rien. 'Ous ni shallope, -'ous ni seine, 'ous croire 'ous ni choeur campêche?"_ -"Ik zeg je, leen niets van mij. Je hebt een kano +'ous ni seine, 'ous croire 'ous ni choeur campêche?"_
+"Ik zeg je, leen niets van mij. Je hebt een kano
en een net. Wie denk je dat je bent? Koning hardhout?" -_"'Ous croire 'ous c'est roi Gros-Îlet? Voleur bomme!"_ -"Je denkt dat je koning Gros-Îlet bent? Blikkendief!" +_"'Ous croire 'ous c'est roi Gros-Îlet? Voleur bomme!"_
+"Je denkt dat je koning Gros-Îlet bent? Blikkendief!"
Dan in het Engels: "I go show you who is king! Come!" -Hector stapte uit de schaduw. En Achille, het -moment dat hij het kapmes zag, een gek, +Hector stapte uit de schaduw. En Achille, het
+moment dat hij het kapmes zag, een gek,
een gestoorde, verteerd door jaloezie, zette het blikje -dat hij uit Hector's korjaal had geleend netjes terug in de boeg -van Hectors boot. Daarna veegde Achille die genoeg had van +dat hij uit Hector's korjaal had geleend netjes terug in de boeg
+van Hectors boot. Daarna veegde Achille die genoeg had van
deze idioot zijn eigen mes af en zwaaide ermee. -Nu verschenen de dorpelingen uit de groene schaduw -van amandelen en lobbige manzanilla bladeren +Nu verschenen de dorpelingen uit de groene schaduw
+van amandelen en lobbige manzanilla bladeren
voor het duel dat Hector wilde. Achille liep weg en wachtte -naast het lauwe water. Hector beende op hem af. -De dorpelingen volgden. De branding verstomde +naast het lauwe water. Hector beende op hem af.
+De dorpelingen volgden. De branding verstomde
ineengedrongen van angst aan de rand van het strand. -Toen regende het ver op zee in een glinsterende bui -pijlen vanuit de smaragdgroene golfbreker +Toen regende het ver op zee in een glinsterende bui
+pijlen vanuit de smaragdgroene golfbreker
van het rif, de schachten vlogen met duidelijke kracht -in de zon en daarachter, klaar voor de slachting -stonden schreeuwende dorpers, een golf van geluid, +in de zon en daarachter, klaar voor de slachting
+stonden schreeuwende dorpers, een golf van geluid,
armen in de lucht richting het licht. Hector rende plenzend -door de kreken en de regen naar Achille -zijn kapmes geheven. De woedende branding kraste +door de kreken en de regen naar Achille
+zijn kapmes geheven. De woedende branding kraste
met zijn staart als een briesend hondengevecht. Een man -doodt uit woede zelfs zijn eigen broer, maar de gestoorde -die Achilles shirt van zijn schouder scheurde +doodt uit woede zelfs zijn eigen broer, maar de gestoorde
+die Achilles shirt van zijn schouder scheurde
verscheurde ook zijn hart. De woede die hij voor Hector voelde -was schaamte. Om elkaar te lijf te gaan om een hoosblik -volkomen bedekt met roest. Het duel van deze vissers +was schaamte. Om elkaar te lijf te gaan om een hoosblik
+volkomen bedekt met roest. Het duel van deze vissers
ging over een schaduw, en die heete Helena. diff --git a/boek1_hoofdstuk3_deel2.md b/boek1_hoofdstuk3_deel2.md index 8a75fdd..44027ba 100644 --- a/boek1_hoofdstuk3_deel2.md +++ b/boek1_hoofdstuk3_deel2.md @@ -1,51 +1,49 @@ II -Ma Kilman had het oudste café in het dorp. -Het balkon van een gemberkoekhuis had een mosterdkleurige gevel +Ma Kilman had het oudste café in het dorp.
+Het balkon van een gemberkoekhuis had een mosterdkleurige gevel
met een groen overhangende dakrand en oude gerimpelde verf. -In de zaal beneden stonden houten tafels -voor het gooien van domino's. Een kralen gordijn +In de zaal beneden stonden houten tafels
+voor het gooien van domino's. Een kralengordijn
rinkelde steeds als iemand erdoor liep. Een neon -reclame voor Coca Cola onder het NO PAIN -CAFÉ ALL WELCOME. Het NO PAIN was niet haar eigen +reclame voor Coca Cola onder het NO PAIN
+CAFÉ ALL WELCOME. Het NO PAIN was niet haar eigen
idee, maar van haar dode man. "Het is een profetie", -lachte Ma Kilman. Een hete straat liep naar het strand -langs de winkeltjes en de clubs en de apotheek +lachte Ma Kilman. Een hete straat liep naar het strand
+langs de winkeltjes en de clubs en de apotheek
waar in de schaduw, zijn khaki hond aan de lijn, -een blinde man op zijn kruk zat, nadat de korjalen -waren vertrokken, mompelde de duistere taal van de blinden, +een blinde man op zijn kruk zat, nadat de korjalen
+waren vertrokken, mompelde de duistere taal van de blinden,
knokige handen op een stok, oren zo scherp als die van de hond. -Af en toe zong hij en flarden ervan dreven op de wind, -wanneer haar kralen de rozenkrans raakten. Oude St Omer. +Af en toe zong hij en flarden ervan dreven op de wind,
+wanneer haar kralen de rozenkrans raakten. Oude St Omer.
Hij beweerde dat hij de wereld rond was gezeild. "Meneer Seven Seas" -doopten ze hem, naar een merk levertraan -met een kronkelende zwaardvis. Maar wat hij zei was vaag. +doopten ze hem, naar een merk levertraan
+met een kronkelende zwaardvis. Maar wat hij zei was vaag.
Klonk Grieks voor haar. Of oud Afrikaans gewauwel. -Langs de lijnen van heet asfalt leek de zanger -dingen te tellen. Wie weet of zijn ogen door +Langs de lijnen van heet asfalt leek de zanger
+dingen te tellen. Wie weet of zijn ogen door
schaduwen konden kijken, tikkend op de stok met een vinger? -Ze hielp hem zijn veteranenpensioen te innen -elke eerste van de maand op het kleine postkantoor. +Ze hielp hem zijn veteranenpensioen te innen
+elke eerste van de maand op het kleine postkantoor.
Hij klaagde nooit over zijn situatie -zoals al die anderen. Zijn plek in de hoek en de hitte -op zijn handen maakten dat hij de kruk naar de schaduw schoof. +zoals al die anderen. Zijn plek in de hoek en de hitte
+op zijn handen maakten dat hij de kruk naar de schaduw schoof.
Ma Kilman zag Philoctète aan komen hobbelen, -dus stond ze op vanuit haar hoek bij het raam en legde -het gebruikelijke medicijn voor hem neer. Een fles witte +dus stond ze op vanuit haar hoek bij het raam en legde
+het gebruikelijke medicijn voor hem neer. Een fles witte
acajou en een pot gele Vaseline, -een klein emaillen schaaltje met ijs. Hij wachtte -de hele dag in het NO PAIN café. Daar knielde hij -neer en zalfde de rand van de wond op zijn scheen. - - +een klein emaillen schaaltje met ijs. Hij wachtte
+de hele dag in het NO PAIN café. Daar knielde hij
+neer en zalfde de rand van de wond op zijn scheen. \ No newline at end of file