III
Hoe vlug het vervliegt, dacht Maud. De emaillen lucht,
de vergulde palmen, de bars als altaren van raffia
zelfs voor die Madonna die haar baby wast
met zijn kleine garnaaltje. Op een dag zal de Mafia
deze eilanden runnen als een roulette. Hoeveel zin
heeft de toewijding van Dennis als hun eigen ministers
cashen met Casino's met hun eeuwige smoesjes
van meer banen? Hun toekomst voelde sinister
als die van het ebbenzwarte meisje in haar gele jurk.
"Daar heb je het gedonder" fluisterde Maud in haar glas.
In een vlaag die surfers aan hun zeil liet hangen
zag Plunkett Helena's trots voorbijlopen
in dezelfde gele japon die Maud voor haar gemaakt had.
"Haar staat het beter," glimlachte Maud. Maar die meid liegt
de hele tijd en ze steelt. "Waar moet dat heen?"
"Wie zal het zeggen?" zei Plunkett, die de gele vlinder volgde
met haar gele panelenvleugels die eens aan zijn vrouw behoorden,
de zwarte V van haar fluwelen rug, bij de waterlijn.
Haar hoofd gebogen; ze leek op drift als een zwerver,
niet de bazige hulp die hun huishouden regeerde.
Het was op dat moment dat hij een plicht ervoer
jegens haar verlorenheid, een soort eerherstel
meende hij, voor die ongelukkige schoonheid
net als die van het eiland. Hij leegde zijn schuimende Guinness.
Seychellen. Zeeschelpen. In het bakje olijven
stapelden de pitten zich op, hun groene vlees afgekloven.
God weet wat we van hen namen. Yes Sir! Vlug, want
het Britse rijk kromp. Het bekeek het silhouette
van zijn vrouw, haar frèle profiel in een ovaal
ivoren wolk, als een Victoriaans medaillon,
zoals ze toen, onder gekruiste zwaarden haar sluier opende.
De vlag hing bij het kampement in de heuvels
in Opper Punjab, als een van de mast vallend zeil;
Een olifant boog zijn knieën, zijn striemen
kronkelden als de theepaviljoens van de Raj
wiens afnemend tij de kustlijn der naties verhief
kantachtig als Helen's hemd. In de luchtspiegeling
bewogen de gouden palmen hun kwasten. Eden's Egypte
zonk in het getinte zand. De pyramides van Gizeh
duister als de puntige Pitons waar Achille roeide
met beide riemen als geweren. Wolken Moslims in overgave
schuimden de grotten van moskeeën in en eer en glorie
vervlogen als helmboswuivende brandies. Treurige hymnes
rezen op in de steenwebbige abdij. _Memento mori_
met het tromgeroffel van Remembrance Day. Duiven koeren
over Trafalgar. Wat Helen nodig had waren verhalen,
dat was het medelijden dat Plunkett voelde voor haar.
Haar eigen verhaal. Niet hun strijd, maar dat dat van haar.
Die naam met zijn historische hallucinatie,
verlichtte het strand; de vlinder dartelde tot Plunketts
vreugde van myrmidoon naar myrmidoon, van de ene
toerist op zijn rug naar een ander. Haar stad was Troje,
de rook die de in de strijd gevallen soldaten verbergt.
Dan haar gezicht dat eruit verschijnt, haar borsten de Pitons,
de palmen de roestige speren suizend in de dodelijke strijd
van de kolkende beek; voor haar hadden Gallië en Brittanië
forten en versterkingen gebouwd, de verwoestte barakken
met overgroeide tunnels en een fallisch kanon;
voor haar gingen ceders in groen zonlicht voor de bijl.
Zijn hoofd was op drift met de rook in zijn dromen
die naar de zee dreef. Lawrence stond voor hem. Hij zei:
"Werk is gedaan, Major, Major?" Maud stootte hem aan.
"Dennis, de rekening". Maar er was nooit betaald.
Niet aan de huishoudster, met haar plastic sandalen
in het water, in een jurk die ze had moeten stelen. Oorlog. Oorlogen
dun als een rookpluim op het water. Maar de doden waren reëel.
Hij glimlachte om de mythische hallucinatie
die samenkwam in de schaduw van die naam.
Het eiland heette eerst Helen; een Homerische associatie
steeg op als rook van een belegering. De Battle of the Saints
begon met dat geluid, van wat heette "Gibraltar
van de Caribbean," Na dertien verdragen
waarbij ze gebeden verruilde als knieën bij het altaar
todat de Engelsen en de Fransen uiteindelijk de vrede
tekenden in Versailles. Dit alles bedacht hij
terwijl Lawrence het terras op kwam zwoegen
met eindelijk de rekening, en het verdrag werd getekend;
De schaduw van haar gezicht ging langs het papier
zoals het was in Versailles, twee eeuwen geleden
in de schaduw van Admiraal Rodney's samengedromde soldaten;
een eiland met leeuwenkop herdenkt de oorlog,
zijn knielende flanken geel van de droogte en op de rand gras,
als een wuivende maan. Een tijdje zag hij de ober
bewegen tussen de witte ijzeren schilden op het witte terras.
In het dorp op St. Peter's Day bij de olympiade
was hij de official met het startpistool,
geleend van de manager van de marina.
Het was niet de Egeische Zee. Ze beklommen geen Parthenon
voor de lauwerenkrans. Naast de arena was het depot,
het amfitheather van de oceaan. Als iemand een kroon droeg -
_Victor Ludorum_ - wist niemand wat het betekende
of wou het weten. De Latijnse syllaben verdronken
in klappende dialect van het publiek. Hector
die won, of Achille op een haar, maar iedereen
wist dat de echte prijs, terwijl de kruisende ovalen
van hun dijen langs de joelende tribunes vlogen,
of van hun marathon, zes keer rond het stadje,
Helen was, niet een schild of een ham voor met Kerst;
terwijl er één onder gejoel in twee kampen van de ingevette paal zakte.