II
Geen maten van de club. Vrienden, partners, wapenbroeders.
Ze kropen, hand op de helm, terwijl de Messerschmitts
in staccato herhaling miniatuur palmen regen
langs de rand van de loopgraaf. Hij schoot omhoog. En wéér
trok Tumbly hem terug. "Hou je fokking hoofd laag!"
Scott rende op hen af, lachend, maar het enige
grappige aan hem was het feit dat één elleboog
niet vast zat aan de rest van zijn arm. Hij rukte het ding
van de stomp, als een nazi saluut; toen zijn
verbazing voorbijging, zakte hij in elkaar
nog steeds met die grijns. Ik keek naar Tumbly en zijn ogen
waren open, maar ze bewogen niet meer; toen tilde een
vreselijke knal ons op uit het zand en ik denk
dat ik toen ben geraakt, maar herinnerde me niets
maandenlang niets, uitgevallen. Oh dat beeld
van de ogen van Tumbly. De hemel erin. Scottie die lachte.
Zeg dat maar in de Victoria, in het lawaai van
rinkelende ijsblokjes en schuimend bier.
Deze wond heb ik op Plunketts karakter geregen.
Gewond moest hij zijn, het lijden is een thema
in dit werk, deze fictie, want elke "ik" is uit-
eindelijk fictie. Droomverteller, ga door:
Tumbly. Blauwe gaten als ogen. En Scottie wijzer,
toen de schok voorbijging. Gewone mannen. Niet opvallend of knap.
Door de Moorse bogen van de ziekenhuiszaal
met zijn hoofd in een wolk als een Arabier
zag hij de Middelandse Zee, en Maud
liggend op haar rug op een klif en de scarabee
van het troepenschip op de rede ver weg. Twee dagen verlof
voordat ze vertrokken en hij dacht dat hij haar nooit meer
zou zien, maar gebeurde dat tóch, dan moest hij
een ander leven op zien te bouwen, na de oorlog
al duurde dat nog tien jaar, als ze zou wachten,
niet op het gras op de klif maar ergens aan de andere
kant van de wereld, ergens met zonverlichte eilanden
waar wat geschiedenis heette niet kon gebeuren. Waar?
Waar kon de wereld de Mediterrane onschuld herstellen?
Ze verdiende een paradijs na deze oorlog.
Voorbij die rotspunt daarginds was de Battle of the Saints.
Oude Maud was roze als een theeroos; haar haar was
ooit goud als een vuurverlicht bierglas, maar nu
strekte ze een getekende arm uit haar nachtpon. "Het is een
zeldzame kaart van de Seychellen ofzo." "Oh, schat nee!"
Jij bent m'n theeroos, mijn kroon, mijn doel in het leven,
mijn witte lelie uit de woestijn, de koningin voor wie ik vocht."
Soms keerde bij haar dat oude verlangen terug
om Ierland te zien. Hij zette zijn glas in de ring
van een mooi huwelijk. Alleen hadden ze geen zoon.