From 68781ab983885c176777d62dd5db260982a7d4c2 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Sander Hautvast Date: Mon, 29 Aug 2022 21:37:05 +0200 Subject: [PATCH] 1,3,2 --- ...hoofdstuk1.md => boek1_hoofdstuk1_deel1.md | 19 ++-- boek1_hoofdstuk1_deel2.md | 81 +++++++++++++++++ boek1_hoofdstuk1_deel3.md | 31 +++++++ boek1_hoofdstuk2_deel1.md | 65 ++++++++++++++ boek1_hoofdstuk2_deel2.md | 89 +++++++++++++++++++ boek1_hoofdstuk2_deel3.md | 57 ++++++++++++ boek1_hoofdstuk3_deel1.md | 50 +++++++++++ boek1_hoofdstuk3_deel2.md | 51 +++++++++++ 8 files changed, 435 insertions(+), 8 deletions(-) rename boek1_hoofdstuk1.md => boek1_hoofdstuk1_deel1.md (87%) create mode 100644 boek1_hoofdstuk1_deel2.md create mode 100644 boek1_hoofdstuk1_deel3.md create mode 100644 boek1_hoofdstuk2_deel1.md create mode 100644 boek1_hoofdstuk2_deel2.md create mode 100644 boek1_hoofdstuk2_deel3.md create mode 100644 boek1_hoofdstuk3_deel1.md create mode 100644 boek1_hoofdstuk3_deel2.md diff --git a/boek1_hoofdstuk1.md b/boek1_hoofdstuk1_deel1.md similarity index 87% rename from boek1_hoofdstuk1.md rename to boek1_hoofdstuk1_deel1.md index d4d8ce5..118185b 100644 --- a/boek1_hoofdstuk1.md +++ b/boek1_hoofdstuk1_deel1.md @@ -1,17 +1,20 @@ **Boek 1** **Hoofdstuk 1** + +deel 1 + "Dus zó, op een morgen, sneden we die kano's." Philoctète glimlacht naar de toeristen, die proberen zijn ziel met camera's te vangen. "Als de wind nieuws brengt -naar de _kaneel laurieren_, trillen hun bladeren +naar de _laurier-canelles_, trillen hun bladeren het moment dat de bijl van zonlicht de ceders raakt -omdat ze de bijl in onze eigen ogen zagen. +omdat ze de bijl in onze eigen ogen konden zien. Wind, hef de varens. Ze klinken als de zee die ons voedt, ons leven als vissers. En de varens knikten: 'Ja, -de bomen moeten dood.' De vuisten in de zakken, +de bomen moeten dood.' De vuisten strak in de zakken, want de hoogten waren fris en onze adem maakte veren als de mist, we delen de rum. Eenmaal terug, @@ -27,18 +30,18 @@ rolt één broekspijp op met de rijzende klacht van een schelp. Het is gerimpeld als de corona van een zeeëgel. Hij zegt niet hoe het geheeld is. -"Het heeft die dingen" - hij glimlacht - "meer waard dan een dollar." +"Er zijn dingen" - hij glimlacht - "meer waard dan een dollar." Hij liet het aan de kletsende waterval om zijn geheim te te schenken aan La Sorcière , sinds -de hoge laurieren voor de roep van de duif vielen. +de hoge laurieren voor de roep van de duif vielen om zijn zang te geven aan de blauwe stille bergen -waar praatgrage stroopmjes dragen het naar de zee -in stilstaande poelen waar voorntjes doorheen schieten +waar praatgrage stroopmjes het dragen tot bij de zee +in stilstaande poelen waar voorntjes door schieten en een reiger rietstengels kruist met een roestige kreet -de modder steekt en steekt een voet geheven +de modder steekt en steekt een voet geheven. Dan wordt de stilte doormidden gezaagd door een waterjuffer als alen hun naam schrijven in het heldere zand diff --git a/boek1_hoofdstuk1_deel2.md b/boek1_hoofdstuk1_deel2.md new file mode 100644 index 0000000..5062fd6 --- /dev/null +++ b/boek1_hoofdstuk1_deel2.md @@ -0,0 +1,81 @@ +deel 2 + +Achille keek op van het gat dat de laurier achterliet. +Hij zag het gat zacht helen met het schuim +van een wolk als een breker. Toen zag hij de vlugge zwaluw + +surfend over de branding-wolk, een klein ding, ver van huis, +verward door de golvende blauwe heuvels. Een doornstruik +greep zijn hiel. Hij rukte zich los. Om hem heen werden meer schepen + +gevormd door de zaag. Met zijn kapmes maakte hij +vlug een kruis, zijn duim raakte zijn lippen +terwijl de bijlen de hoogte in rinkelden. Hij zwaaide het ijzer, + +en hakte de armen van de dode god, knoest na knoest, +wrikte de aders los van de stronk terwijl hij bad: +"Boom! Jij kunt een kano zijn. Of anders kun je het niet!" + +De bebaarde ouderen verdroegen de decimatie +van hun volk zonder een woord te uiten +in de taal die ze spraken als één natie, + +de taal die ze hun jonge scheuten leerden: van gebabbel in de torens +van de ceders tot groene klinkers van de _bois-campēche_. +De _bois-flot_ hield zijn mond net als de _laurier-cannelle_, + +de roodhuidige _logwood_ verdroeg de doorns in zijn vlees, +terwijl het Arowakse dialect krakeelde in de geur +van een harsig kampvuur dat de bladeren bruin kleurde + +met krullende tongen, dan as, en hun taal ging verloren. +Als barbaren die over de zuilen stappen die ze gevloerd hebben +schreeuwden de vissers. De goden waren eindelijk gevallen. + +Als dwergen hakten ze de stammen van gerimpelde reuzen, +voor peddels en riemen. Ze werkten met dezelfde +concentratie als een leger vuurmieren. + +Maar woedende muggen, kwaad door de rook +voor het onteren van hun bos, bleven Achille steken. +Hij wreef rum op zijn polsen opdat ze + +platgeslagen tot sterren tenminste dronken zouden sterven. +Ze gingen voor zijn ogen. Omsingelend in een aanval +die hem tot blinde tranen dreef. Hij trok zich terug + +naar de hoge bamboe als de Arowak schutters +vluchtend voor de musketten van krakende stammen +geleid door het vuur en de woedende bijl + +die hakt op de takken. De mannnen bonden de dikke stammen eerst +met verse hennep en rolden ze als mieren naar een klif +om langs de hoge netels neer te storten. Ze kregen die dorst + +naar de zee vanwaar hun bebladerde lijven waren geboren. +Nu ploegden in hun haast om kano's te worden +de stammen door golfbrekers van struiken, en maakten gaten + +van keien, ze voelden geen dood in zichzelf, maar nut - +de zee te bedekken, rompen te zijn. Dan, op het strand, kregen ze +houtskool in hun holtes, uitgehakt door houwelen. + +Een oplegger had hun gebonden lijven gedragen. +Het smeulende houtskool doorboorde dagenlang de korjalen +totdat de hitte het hout wijd genoeg had gemaakt met spanten en boorden. + +Onder zijn kloppende beitel voelde Achille hun holtes +ademen om de zee te voelen, reikend naar de waas van +vogels op een zandbank, de snavels van hun gekliefde boegdelen. + +Toen paste alles. De bootjes kropen over het zand +als honden met een tak in de bek. De priester +besprenkelde hen met een klok. Toen maakte hij het zwaluwteken. + +Toen hij lachte om Achilles kano, _In God we troust_, +Zei Achille: "Laat het! Het is God's spelling en de mijne." +Na de mis, op een morgen, enterden de kano's de laagten + +de ondieptes in koorhemd en hun knikkende korjalen +kwamen overeen met de golven hun leven als boom te vergeten; +één diende Hector, een ander Achilles. diff --git a/boek1_hoofdstuk1_deel3.md b/boek1_hoofdstuk1_deel3.md new file mode 100644 index 0000000..152552e --- /dev/null +++ b/boek1_hoofdstuk1_deel3.md @@ -0,0 +1,31 @@ +Achille piste in het donker, sloot toen de onderdeur. +Hij was roestig van de zeebries. Hij tilde de vispan +met de krab van een hand; in een hol onder de hut + +verborg hij de betonnen stap. Terwijl hij de opslag naderde, +zoutte de ochtendbries hem lopend door de grijze straat +langs slaapvaste huizen onder natrium stroken + +van straatlampen, naar het droge asfalt dat zijn tenen schraapte +telde hij de blauwe vonken van enkele sterren. +Bananenblad knikte naar de golvende + +woede van hanen, hun kreten krijtend als rode kalk +die heuvels op een bord tekent. Als zijn leraar, wachtend, +schuurde de branding zijn vaste tred. + +Toen ze elkaar zagen bij de muur van het betonnen kot +was de morgenster teruggestapt, haatte de geur +van netten en visdarm; het licht was hard van boven + +en er was een horizon. Hij legde het net bij de deur +van de opslag en waste zijn handen in de bak. +De branding verhief zijn stem niet. Zelfs de magere honden + +rond de kano's waren kalm. Een fles absinthe +ging rond bij de vissers, maakten smakkende geluiden +en schudden door de bittere bast waarvan het gebrouwen was. + +Dit was het licht waar Achille gelukkig in was. +Als, voordat hun handen de boorden vastpakten, ze voor +de zee wijdsheid stonden, klaar voor de dag. diff --git a/boek1_hoofdstuk2_deel1.md b/boek1_hoofdstuk2_deel1.md new file mode 100644 index 0000000..c1b64f4 --- /dev/null +++ b/boek1_hoofdstuk2_deel1.md @@ -0,0 +1,65 @@ +I + +Hector was er. Theofile ook. In dit licht, +hebben ze alleen christelijke namen. Placide, Pancreas, +Chrysostom, Maljo, Philoctète, met zijn hoofd wit + +als gekrulde branding. Ze verscheepten riemen als lansen, +plaatsen ze parallel in het graf van de scheepsboorden +als man en vrouw. Schepten het vieze blad van de planken, + +openden knopen van de lichamen van meelzak zeilen, +terwijl Hector, aan de vloedlijn, kort dank zei +met de zee als doopvont, voordat hij heupdiep, erin waadde. + +De rest liep op het strand met gelijke tred +behalve schuimharige Philoctète. De wond op zijn scheen +nog ongeheeld, als een stralende anemoon. Het was + +van een schrapend, roestig anker. Het puntige ijzer +sneed zijn huid in een golfslag. Hij boog naar het schuim +druppelde er sisselend zout op. Hij zou weer rennen + +strompelend naar de zinloze schaduw van een amandel, +met de tanden op elkaar, zwaaide ze uit in de schaamte +van zijn stank, en wéér lieten ze hem achter + +onder het luipaarden licht. Deze morgen gebeurde +dezelfde gedoe weer opnieuw. Hij voelde de jaap draden +trekken tot in zijn kruis. Met zijn hinkelende stap + +hand op één knie, verliet hij het gedrukte strand +en klauterde de vroege straat naar Ma Kilman's bar. +Ze opende de winkel en zette de witte rum bij de hand. + +Zijn scheepsmaten zagen hem, haakten toen hun handen als ankers +onder de romp, wiegden ze; de kiel schuurde door droog zand +totdat nat zand hem stopte. De riemen deed ratelen + +die parallel midscheeps lagen; dan, op het geluid +van vloeken en gebeden voor de stammen in de vorm van een wig +de één na de ander, met rammelende botten + +gleden de boten naar de knabbelende waterlijn +richting de geopende zee. De losse stammen tuimelden +in de branding, gesneuveld als strijders in een strijd + +ergens aangespoeld op de overkant van de wereld. +Gedragen naar een plek onder de manzanilla's +lagen ze gezicht naar boven, de zon bewoog over hun ogen + +met de blik van myrmidonen, aan de hiel weggesleept +hoog boven de waterlijn waar de spookkrab schuilt.x +De vissers veegden hun handen. Nu bereden alle kano's + +de roze golf van de morgen. Ze neigden hun boegen +zachtjes, zoals staljongens met paarden doen bij zonsopgang, +trekkend aan de lijnen als teugels aan de neus gehaakt - + +_Prijs Hem, Morgenster, St. Lucia, Licht van mijn ogen_, +Gooiden een hoosblik erin en vouwden hun lijven over de +dansende rompen, en roeiden, één riem lichtjes naar achter. + +Hector ontrolde zijn canvas om in te lopen op +de meeuwen, hopend op terugkeer vóór die schelpkleurige +schemer, wanneer de pelicanen laag overvliegen. \ No newline at end of file diff --git a/boek1_hoofdstuk2_deel2.md b/boek1_hoofdstuk2_deel2.md new file mode 100644 index 0000000..090cfdd --- /dev/null +++ b/boek1_hoofdstuk2_deel2.md @@ -0,0 +1,89 @@ +II + +In het haldfuister stond Seven Seas op en maakte koffie +Zonlicht was bezig de ring van de horizon te verwarmen +en wolken rezen als broden. In de hitte van de + +gloeiende ijzeren roos schoof hij de pan op de +ring en zette hem vast. De pan trilde +door het gewicht van het water, kwam toen tot rust. + +Zijn ketel lekte. Tastend greep hij de ijzeren stoel en nam +plaats naast de pan, om te horen als het borrelde. +Het zou koken, maar niet gillen als de scheepsfluit + +om te zeggen dat het klaar was. Hij hoorde de hond +janken onder de planken van zijn huis, zijn staart +kloppen de deur, maar hij benijdde de korjalen + +nu al mijlen ver op zee. Nu hoorde hij de eerste bries +over de bladen van de zeeamandel spoelen. Vanacht was er +een volle maan, wit als zijn bord. Hij zag met zijn oren. + +Hij warmde op met de daken in de klimmende zon. +Sinds de ziekte zijn zicht had vernietigd, +zonsondergang de zee de hand schudde voor het laatst - + +en een inwaarts duister groeide waar de maan en de zon +onmerkbaar verschilden - hij bewoog op een zesde zintuig +zoals de maan zonder secondewijzer, + +schoongeveegd als het bord dat hij nu waste +terwijl de pan borrelde; blindheid was niet het einde. +Het was geen strandpalm als zonnewijzer op het middaguur. + +Hij voelde de zon kruipen over zijn polsen +Het bewoog als een kat langs de hekken +van een zandweggetje. Hij voelde het loskomen + +van de broodvruchtboom in zijn tuin, langs het hekwerk +van de korte ijzeren brug als een harp, zijn stralen +rimpelend in het water. Hij zag de lagune + +achter de kerk en erin, een vastgezet bekken, +een roestig emaillen beeld van de maan. +Hij draaide de lichtkrans uit onder de pan. + +De hond krabbelde aan de keukendeur, wilde erin, +maar hij liet hem wachten. Hij trommelde op de keukentafel +met zijn vingers. Ruziende merels aan het ontbijt. + +Behalve één hand zat hij doodstil, +met zijn ei-witte ogen, vingers gravend in het verleden +van een andere zee, gemeten met roeispanen. + +O open deze dag met het geluid van de zeeschelp, Omeros, +zoals je deed in mijn jeugd, toen ik een woord was +zacht uitgeademd langs de tong van het zonlicht. + +Een leguaan op een zeedam wierp zijn vraag op +voor de wakende zee en een net van gouden mos +lichtte het rif op, dat de zeilen van de verre kano's + +ontweken. Alleen in jou, door de eeuwen +van de perkamenten zeekaart, kan ik het geluid vangen +van de vloedlijn die schuifelt als de vacht + +van de kudde bij de vuurtoren, die Cycloop met zijn blinde oog +gesloten voor zonlicht. Toen waren de kano's galeien +waarover een fregat langzaam zijn afgekapte vleugels bewoog. + +In jou raadden de zaden van grijze amandelen de vorm van de boom +en de druivenbladeren roestig als gekartelde eilanden, +en de blinde vuurtoren, die de rand van de kaap voelde, + +een stilstaande reus, een marmeren wolk in de hand, +klaar om de rots uiteen te laten spatten in stralende +sterren; toen haalde een zwarte visser, met gestoppelde kin + +ruw als een zeeëgel, zijn meelzakken +zeil op een bamboe paal en zocht de openingszin +van onze epische horizon; nu kijk ik terug + +naar rotsen die hun voet zien, als licht de golven vangt +en holle bomen uitvaren met ebbenhouten kapiteins, +want het was jouw licht dat onze werven beroerde, + +waar schoeners ijdel afgemeerd lagen aan kaapstanders. +Een windvlaag bladert de havenboeken terug naar de stem +die humde in de vaas van de keel van een vrouw: "Omeros." diff --git a/boek1_hoofdstuk2_deel3.md b/boek1_hoofdstuk2_deel3.md new file mode 100644 index 0000000..558455e --- /dev/null +++ b/boek1_hoofdstuk2_deel3.md @@ -0,0 +1,57 @@ +III + +"Omeros," lachte ze. "Zo noemden we hem in het Grieks," +zijn kleine buste strelend, met de gebroken neus als een bokser, +en ik dacht aan Seven Seas, die in de stank + +van drogende visnetten de klank van het strand beluisterde. +Ik zei: "Homeros en Vergilius zijn boeren uit New England", +en het gevleugelde paard bewaakt hun pompstation, inderdaad." + +Ik aaide een arm en voelde de blik van het schuimende hoofd +koud als het marmer en haar schouders in het winterlicht +in de zolderkamer. Ik zei "Omeros," + +en _O_ was de roep van de karko, de zeeschelp, _mer_ was +moeder en zee in ons Antilliaanse patois, +_os_ een grijs bot, en de witte branding die breekt + +en een schuimkraag verspreidt op een kust van kant. +Omerois was de krak van droog blad en het sissen +dat echode uit een grotmond bij eb. + +De naam bleef in mijn mond, ik zag het licht in een web +op haar aziatische wangen, dat haar ogen tekende +met de omtrek van een zwarte amandel. Antigone draaide zich om + +en zei: "Ik ben moe van Amerika. Ik wil terug naar +Griekenland. Ik mis mijn eilanden." Schrijf ik. Het brengt +de manier terug waarop ze haar zwarte golf van haar schudde. + +Ik zag de branding kanten patronen prenten +op de kust van haar nek en de neerwaartse stroompjes +van zijde gekruld aan haar enkels. Als branding zonder geluid + +en voelde een ander koud beeld, niet het hare maar die van jou +zag dit met amandelpitten als ogen, zijn gebroken neus +is afgewend, en de ruisende zijde stemt in. + +Maar als het tussen de regels kon lezen van haar vloer +als een wit heet dek, verweerd door Antilliaanse hitte, +naar het duister ertussen, zou zijn neus schroeien + +door de stank van geketende enkels, de geboeide voeten +schrapend als bladeren en misschien zou het onschuldige marmer +zijn witte pitten afgewend hebben. De afstand vergroten + +tussen zijn mond en de horror onder haar tafel +voor de lier op de stoel gehuld in een witte tuniek +om te doen wat het verleden altijd doet: lijden en staren. + +Ze lag kalm als een haven en een wolk bedekte haar +met mijn schaduw. Toen verscheen langzaam een boeg +met geschilderde ogen uit de geurige regen van zwart haar. + +En hoorde ik de holle klank geblazen uit een vaas, +niet voor koningen, struikelend in sperenregens; +kortaf proza van vissers, vloekend over hun kano's. \ No newline at end of file diff --git a/boek1_hoofdstuk3_deel1.md b/boek1_hoofdstuk3_deel1.md new file mode 100644 index 0000000..5fcd934 --- /dev/null +++ b/boek1_hoofdstuk3_deel1.md @@ -0,0 +1,50 @@ +I + +_"Touchez-i, encore: N'ai fendre choux-ous-ou, salope!"_ +"Doe dat nog eens en ik trap je kont, bitch!" +_"Moi, j'a dire-'ous pas prêter un rien. 'Ous ni shallope, + +'ous ni seine, 'ous croire 'ous ni choeur campêche?"_ +"Ik zeg je, leen niets van mij. Je hebt een kano +en een net. Wie denk je dat je bent? Koning hardhout?" + +_"'Ous croire 'ous c'est roi Gros-Îlet? Voleur bomme!"_ +"Je denkt dat je koning Gros-Îlet bent? Blikkendief!" +Dan in het Engels: "I go show you who is king! Come!" + +Hector stapte uit de schaduw. En Achille, het +moment dat hij het kapmes zag, een gek, +een gestoorde, verteerd door jaloezie, zette het blikje + +dat hij uit Hector's korjaal had geleend netjes terug in de boeg +van Hectors boot. Daarna veegde Achille die genoeg had van +deze idioot zijn eigen mes af en zwaaide ermee. + +Nu verschenen de dorpelingen uit de groene schaduw +van amandelen en lobbige manzanilla bladeren +voor het duel dat Hector wilde. Achille liep weg en wachtte + +naast het lauwe water. Hector beende op hem af. +De dorpelingen volgden. De branding verstomde +ineengedrongen van angst aan de rand van het strand. + +Toen regende het ver op zee in een glinsterende bui +pijlen vanuit de smaragdgroene golfbreker +van het rif, de schachten vlogen met duidelijke kracht + +in de zon en daarachter, klaar voor de slachting +stonden schreeuwende dorpers, een golf van geluid, +armen in de lucht richting het licht. Hector rende plenzend + +door de kreken en de regen naar Achille +zijn kapmes geheven. De woedende branding kraste +met zijn staart als een briesend hondengevecht. Een man + +doodt uit woede zelfs zijn eigen broer, maar de gestoorde +die Achilles shirt van zijn schouder scheurde +verscheurde ook zijn hart. De woede die hij voor Hector voelde + +was schaamte. Om elkaar te lijf te gaan om een hoosblik +volkomen bedekt met roest. Het duel van deze vissers +ging over een schaduw, en die heete Helena. + diff --git a/boek1_hoofdstuk3_deel2.md b/boek1_hoofdstuk3_deel2.md new file mode 100644 index 0000000..8a75fdd --- /dev/null +++ b/boek1_hoofdstuk3_deel2.md @@ -0,0 +1,51 @@ +II + +Ma Kilman had het oudste café in het dorp. +Het balkon van een gemberkoekhuis had een mosterdkleurige gevel +met een groen overhangende dakrand en oude gerimpelde verf. + +In de zaal beneden stonden houten tafels +voor het gooien van domino's. Een kralen gordijn +rinkelde steeds als iemand erdoor liep. Een neon + +reclame voor Coca Cola onder het NO PAIN +CAFÉ ALL WELCOME. Het NO PAIN was niet haar eigen +idee, maar van haar dode man. "Het is een profetie", + +lachte Ma Kilman. Een hete straat liep naar het strand +langs de winkeltjes en de clubs en de apotheek +waar in de schaduw, zijn khaki hond aan de lijn, + +een blinde man op zijn kruk zat, nadat de korjalen +waren vertrokken, mompelde de duistere taal van de blinden, +knokige handen op een stok, oren zo scherp als die van de hond. + +Af en toe zong hij en flarden ervan dreven op de wind, +wanneer haar kralen de rozenkrans raakten. Oude St Omer. +Hij beweerde dat hij de wereld rond was gezeild. "Meneer Seven Seas" + +doopten ze hem, naar een merk levertraan +met een kronkelende zwaardvis. Maar wat hij zei was vaag. +Klonk Grieks voor haar. Of oud Afrikaans gewauwel. + +Langs de lijnen van heet asfalt leek de zanger +dingen te tellen. Wie weet of zijn ogen door +schaduwen konden kijken, tikkend op de stok met een vinger? + +Ze hielp hem zijn veteranenpensioen te innen +elke eerste van de maand op het kleine postkantoor. +Hij klaagde nooit over zijn situatie + +zoals al die anderen. Zijn plek in de hoek en de hitte +op zijn handen maakten dat hij de kruk naar de schaduw schoof. +Ma Kilman zag Philoctète aan komen hobbelen, + +dus stond ze op vanuit haar hoek bij het raam en legde +het gebruikelijke medicijn voor hem neer. Een fles witte +acajou en een pot gele Vaseline, + +een klein emaillen schaaltje met ijs. Hij wachtte +de hele dag in het NO PAIN café. Daar knielde hij +neer en zalfde de rand van de wond op zijn scheen. + +