diff --git a/boek1_hoofdstuk7_deel2.md b/boek1_hoofdstuk7_deel2.md new file mode 100644 index 0000000..0f17770 --- /dev/null +++ b/boek1_hoofdstuk7_deel2.md @@ -0,0 +1,65 @@ +II + +dat hij het vertrouwen in haar verloor, en bijna het verstand,
+Ze was er niet. Hij herinnerde zich de morgen
+die mooie dag. Hij had niet tegen Helen gezegd, + +dat het geld bijna op was. Niet het seizoen voor kreeften
+of duiken naar koraal; toeristen schelpen verkopen mocht
+niet, maar dat had hij wel vaker gedaan zonder + +dat hij gepakt was. Het zou hem nu ook wel lukken.
+Hij dook naar karko's bij de onderste redoute
+van het fort aan de rand van het leeuwkoppige eilandje + +op een winderige morgen, het bootje voor anker,
+stapelde de schelpen aan boord, gekarteld violette
+monden en soms, als een stenen blad, een zeester. + +Met één elleboog om de schuin hangende romp van de boot
+zag hij op de hoge muur het gewapper van een gele jurk
+als een zeil in de wind met de wind in de zeilen, + +en vervolgens een vent, aan de rand van de dijk. Stil gleed hij
+langzaam van de bonkende romp. Helen en Hector.
+Hij bleef onder water, de kiel botste op zijn hoofd, + +dan naar de leizijde, hij gebruikte zijn arm om te roeien,
+voorzichtig want het getik van de schelpen zouden ze horen
+omdat geluid over rustige wateren mijlenver draagt. + +Hij haalde het touw in en legde het anker aan boord.
+Hij peddelde langs de romp en hoorde de schelpen
+ratelen op de planken, zoals zijn eigen tanden klapperden. + +Hij ontknoopte de voorlijn en nam die tussen zijn tanden,
+met kikkerschaduwslagen onder _In God we troust_ door,
+snelle schuimbloemen cirkelden kransend rond zijn hoofd, + +en is God wel te vertrouwen, fluisterde zijn schaduw,
+want nu was hij gehoornd als het eiland; de schelpen
+met hun harde slakachtige hoorntjes waren duivels, hun rode grijns, + +ze rolden over hem heen in de zoute hitte, waren schattige
+beestjes uit de hel. Zijn wond was Philoctètes scheen.
+Al lang had hij bij Hector die dingen gevoeld, + +en nu moest hij zorgen dat hij de karko's veilig
+vervoerde. Op sommige dagen was er een inspecteur
+van de Tourist Board, die de boten bekeek, en als ze + +je pakten, kreeg je een boete en dat kostte je
+je vergunning. Nu was hij, dacht hij, op veilige afstand
+van de redoute en hij tilde zich met beide handen in de boot. + +Vervolgens pakte hij de prachtige karko's één voor één,
+woog ze in zijn hand, beschouwde de diepe pijn
+van hun stilte, hun monden gebogen als de zonsopgang, + +kwetsbaar als vulva's, als hun bloemen zich openen,
+en ze verdrinkend sloot de visser zijn ogen,
+want ze zonken in het zand zonder een te huilen + +uit hun bellenblazende monden. Ze waren niet zijn
+bezit, of dat van Helen, maar ze waren van de zee.
+De gedachte was nobel. Maar bracht hem geen rust. \ No newline at end of file diff --git a/boek1_hoofdstuk7_deel3.md b/boek1_hoofdstuk7_deel3.md new file mode 100644 index 0000000..3e99800 --- /dev/null +++ b/boek1_hoofdstuk7_deel3.md @@ -0,0 +1,49 @@ +III + +In deze boot waren we vrienden. Iets was begonnen
+te knagen aan de fundering, zoals de zee aan een pier,
+van een liefde die me met luchtige geloften bevestigde + +dat ik nooit in mijn leven gelukkiger was.
+Kijk voorbij het prikkeldraad: daar is het gebeurd,
+in de schaduw van de ruisende amandelen bij het vliegveld, + +alsof het geluid van de blaadjes kwam van haar waaiende haar,
+en het zoute licht stroomde, dwars door de golven,
+en drie baaien verderop, in een rustige inham + +wiegden we samen in die metamorfose
+die één lichaam niet los kan zien van het andere
+waar witte paarden over het barrière rif springen, + +bij een oude strekdam, die slaven ooit hadden gebouwd.
+Ze verenigden zich met het glibberige paren van dolfijnen
+dan de zebragestreepte middag op een witte quilt, + +de broodvruchtpalmen schraapten het dak, de geluiden
+van het dorp vlakbij hen en de kleine krabbekreten
+van haar zich openende schelp, haar voorhoofd glazig van het zweet + +van de bruidsslaap die Adam troostte in het paradijs
+voordat die zich opende als een wond, als Philoctète
+en bleke slakken met hun pasgeboren ogen uit het zand kruipen. + +En werd ik dan wakker, verstoord en verward
+uit die ondiepe slaap waar dromen gevolgd worden door zonlicht,
+als de benevelde geest voorzichtig het feit erkent + +van een ander's omlijning, kijkend naar het dalen en rijzen
+van ademend linnen, als een skiff voor anker,
+knikkend op het kalme water, als de zwaluw fluitend + +van de voorlijn opvliegt naar een andere kust.
+En rustig een kano getrokken wordt, zachtjes met liefde
+zoals je je omdraait en de vorm in de lakens dichterbij trekt + +met onzichtbare touwen en ze opent een oog
+lacht je toe en klopt op je knokkels. Je laat haar daar,
+en staat 's morgens vroeg op de planken van de veranda + +en ziet tussen de brede bladeren het kleine witte dorp
+eronder, en een veerboot en op de Morne de
+barakken met roestige daken. Insekten auto's kruipen omlaag. \ No newline at end of file