This commit is contained in:
Sander Hautvast 2022-09-13 20:45:21 +02:00
parent dc6ca38fa9
commit 1e54bc5837
4 changed files with 143 additions and 1 deletions

View file

@ -92,7 +92,7 @@ Die lijnen van de witte branding ruisten als applaudisserende straten<br/>
samen met het achtste legioen, toen Montgomery de rug van het<br/> samen met het achtste legioen, toen Montgomery de rug van het<br/>
Afrika Korps had gebroken. Kerels in witte lakens Afrika Korps had gebroken. Kerels in witte lakens
gooiden hun petten als buiswater toen we Tobruk binnenreden<br/> gooiden hun petten als opspattend water toen we Tobruk binnenreden<br/>
en ik leunde op de tank toen de doedelzakken krijsten<br/> en ik leunde op de tank toen de doedelzakken krijsten<br/>
en achter ons de lachende Tommies. Ik huilde van trots. en achter ons de lachende Tommies. Ik huilde van trots.

48
boek1_hoofdstuk6_deel1.md Normal file
View file

@ -0,0 +1,48 @@
I
Dit waren de riten van de morgen langs een laag muurtje<br/>
van beton onder de koperen speren van de palmen<br/>
sinds de dag dat mannen roem zochten als centauren of op eigen voet
of draaiende worstelaars met langtangende armen<br/>
of rechthoekige silhouetten racend rond een witte vaas<br/>
van geschulpt zand toen een jongen op een stampend paard
de worstelaars uiteendreef met afhangende klauwen<br/>
als krabben. Zoals in jouw tijd, zo in de onze, Omeros.<br/>
Zoals het gaat met eilanden en mensen, zo met onze spelen.
Een paard is voortjagende spetters met teugels van touw.<br/>
Alleen silhouetten resteren. Niemand weet nog de namen<br/>
devan schuimende sprinters. Tijd stopt de boog van de speer.
Dit werd herhaald achter Helena's rug. In de schaduw<br/>
van de muur. Ze roddelde met twee vrouwen over het<br/>
vinden van werk als serveerster, maar allebei zeiden
_the table's full_. Wat de witte manager bedoelde<br/>
was dat ze te grof was. _'cause she din't take no shit_<br/>
van witte mensen, vooral de toeristen - de mannen
aleen erop uit om lokale meisjes te scoren; elk moment - <br/>
streelden hun hand langs haar kont, dus op een dag<br/>
was ze het zat, al hun smerigheid, dus ze zei
tegen de baas dat dat niet haar focking baan was,<br/>
deed haar kostuum af en liep zo het hotel uit,<br/>
naakt als God me gemaakt heeft, loop ik langs het zwembad
de mensen verdrinken bijna, niet helemáál bloot,<br/>
onderbroek en beha, een man riep: "Beautifool!<br/>
Meer!" Dus ik laat hem mijn kont zien. Ze gingen bijna dood.
De twee vrouwen gilden van het lachen, en Helena leunde<br/>
met haar rok tussen haar dijen en vroeg, ellebogen<br/>
op de knieën, of er nog werk was in de strandtent
van de Chinees. Ze zeiden "Geen". Achter haar waren<br/>voetballers bezig. Helen zei: "Meisje, ik ben zwanger, <br/>
maar ik weet niet van wie." "Van wie", klonk de herhaling
met klanken die een duif maakte in de manzanilla.<br/>
Helen stond op, veegde haar rok. "Is toch zinloos,<br/>
geld geven voor de bus"; maakte de bandjes los bij de hiel.

15
boek1_hoofdstuk6_deel2.md Normal file
View file

@ -0,0 +1,15 @@
II
Verandering brandt aan de rand van het strand. Ze moet beslissen<br/>
de rook binnengaan of ontwijken. In die pauze<br/>
die de rook scheidt met een zwaard, stierf de witte Helen;
In de ruimte tussen de lijnen van twee riemen in de lucht<br/>
weifelt haar schaduw, veulen van Menelaos,<br/>
terwijl zwarte zwijnen wroeten in de mesthoop van Gros Îlet,
maar rook laat geen sporen op de bladzijde van zand.<br/>
"Yesterday, all my troubles were so far away,"<br/>
neuriet ze, haar plastic sandalen zwaaiend aan een hand.

79
boek1_hoofdstuk6_deel3.md Normal file
View file

@ -0,0 +1,79 @@
Ver daar op strand, waar de jongen met hem had gereden<br/>
rende de dekhengst wijdbeens. Helen hoorde zijn hoeven<br/>
trommelen door haar blote voeten, keerde om en het onbeteugelde
paard stortte zich met zijn nek als een dolfijn, de hijgende helften<br/>
van zijn borst verwijd door de trillende neusgaten<br/>
als een blaasbalg, water stoof van de gemartelde golven,
terwijl de jongen met een indianenkreet zijn hielen hamerde<br/>
op de ton van de buik de wervelwind<br/>
van dikke rook in, hinnikend, en het geluid van de hengst
brandde haar scalp door de herinnering. Een strijd barstte<br/>
los. Speren van zonlicht landden in het zand,<br/>
het paard verhardde tot hout. Troje brandde en geluidloze
worstelingen van rookpluimende krijgers ontsponnen zich<br/>
uit de opwaaidende sluiers, ze ging, sandalen nog steeds<br/>
aan de hand door die deur van zwarte rook de zon in.
En gisteren was deze delta de Skamander,<br/>
en gewapende schaduwen sprongen van hun paard, en de bronzen noten<br/>
waren helmen, Agammemnoon was de leider
van modderbaardige kapiteins; gisteren ging de zwarte vloot<br/>
daar voor anker in de vlucht van de schaduw, in de nettendraden<br/>
voorbij de branding in de ontmoeting van zee en rivier;
gisteren hoorden de blinde gaten in het drijfhout<br/>
de harpsnaren op de zee, dit witte donder<br/>
bij Barrel of Beef en Seven Seas en een hond
zaten in de schaduw van een wijnbar; een rood zeil betrad<br/>
het drijvende hout van een regengoot en de vage korjaal,<br/>
langzaam als een slak die met zijn vingers de rifknoop ontwart
van een gedeelde horizon, liet een zilveren slijm<br/>
achter zich; gisteren, in die tijdloze zee, <br/>
kleedde het gulden mos van het rif de Argonauten.
Ik zag haar ooit na dat moment op het strand,<br/>
toen haar gezicht m'n hart schokte en die ongelooflijke<br/>
blik me verlamde zodat ik sprakeloos stond,
toen ze omdat de mensen haar buien oncontroleerbaar vonden,<br/>
en haar tong te scherp om te werken als ober<br/>
voor zichzelf begon: een schragentafel met haarspelden en kralen.
Ze tooide met kleurige kralen het vlassige haar van toeristen,<br/>
cane-row style, zat dan apart van de andere verkopers<br/>
op haar limonadekrat, terwijl zij ruzieden als merels
over wie welke handel afgepakt had, in de schaduw<br/>
van de rieten hut met T-shirts en gebloemde sarongs.<br/>
Haar gegroefde gezicht met patronen van donker en licht
tussen de maskers van kokos, de koralen juwelen<br/>
reflecteerden het geduld van de zee. Ooit, toen ik langs<br/>
haar schaduw liep tussen die schaduwen, zag ik de woede
van haar schattende ogen en het voelde weer kil.<br/>
Een panter verborgen in het duister van zijn kooi<br/>
die me naar zijn vorm trok, net als Achille.
Ik stond stil, maar het kostte me alle kracht van de wereld<br/>
haar vorm te benaderen. Wat het kost voor een jager<br/>
om een tak te benaderen, waar een panteres ligt
met licht door de bladeren op haar zwarte zijde. Vóór haar staan<br/>
en doen of ik geinteresseerd was in de koop<br/>
van een T-shirt of masker? Ze keek te verveeld,
en net zoals de panteres niet meer zwaait met haar staart<br/>
en soepel het gras induikt, geeuwde ze en verdween in het<br/>
struikgewas van doeken met palmprints, terwijl ik daar stond
verbijsterd door die kattensouplesse, door hoe vlug<br/>
ze weg was, en achter haar, vibrerende lucht<br/>
doorsneden door haar echo die trilde als een riet.